Hoe christenen met moslims in gesprek kunnen gaan

Vrijwel wekelijks spreekt iemand in de Rotterdamse moskee Centrum de Middenweg (foto) de islamitische geloofsbelijdenis uit om daarmee moslim te worden. Nederland telt circa 17.000 moslimbekeerlingen. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Ten diepste proberen moslims door het doen van goede werken de zaligheid te verdienen. Tevergeefs, stelt ds. H. Veldhuizen uit Wapenveld. „Jezus zegt in Johannes 3 dat wie niet gelooft, al is veroordeeld.” De hervormde emeritus predikant vindt het daarom „heel verdrietig” als christenen moslim worden.

Een bleek Hollands meisje –brildragend, hoofddoek op– loopt na het wekelijkse vrijdagmiddaggebed moskee Centrum de Middenweg in Rotterdam binnen. Na een onderhoud met een oudere man die Mustafa heet, gaan de man en het meisje naar een van de zalen in het gebouw, gevolgd door een groepje belangstellenden. „Wat je zo meteen gaat zeggen, is dat je bevestigt dat er geen andere god is dan de ene god Allah”, zegt Mustafa. „En je bevestigt dat Mohammed zijn boodschapper en zijn dienaar is.”

„Oké.”

„Eerst gaan we dat in het Arabisch doen en daarna in het Nederlands. Maak je geen zorgen. Ik zeg het voor en jij zegt mij na.”

„Ja, is goed.”

„Ben je er klaar voor?”

„Ja.”

„Zeg mij maar na.” Vervolgens herhaalt het meisje Mustafa’s woorden. De man complimenteert haar met haar uitspraak. Vervolgens herhaalt ze wat ze in het Arabisch heeft gezegd. „Mag ik je een knuffel geven?” vraagt een van de aanwezige dames. Ze voegt de daad bij het woord. Ook anderen feliciteren haar. Het meisje is moslim geworden.

De Nederlandse bekeerling Jacob van der Blom zegt dat gemiddeld genomen elke week wel iemand naar Centrum de Middenweg –een moskee die door en voor moslimbekeerlingen is opgezet– komt om de islamitische geloofsbelijdenis uit te spreken. In de Essalammoskee in Rotterdam –de grootste moskee van Nederland– zouden dat er zelfs 300 per jaar zijn. Onder hen zijn ook ex-christenen. Ds. Cees Rentier, predikant-directeur van stichting Evangelie & Moslims, zei afgelopen najaar in de Waarheidsvriend dat er een paar honderd reformatorische jongeren moslim zijn geworden, tegenover duizenden moslims die zijn gedoopt. Een aantal jongeren zou weer zijn teruggekeerd tot het christelijk geloof.

Ds. Rentier zei verder dankbaar te zijn dat de aantrekkingskracht van de islam de laatste jaren minder is geworden. „Het getuigenis van hen die vanuit een moslimachtergrond in de kerken gedoopt werden, heeft daaraan bijgedragen, evenals omgekeerd natuurlijk het geweld van IS en de aanslagen in Europa.” Het aantal mensen in Nederland dat is overgegaan tot de islam wordt geschat op zo’n 17.000. In totaal telt Nederland circa 850.000 moslims, hoewel er ook cijfers zijn die hoger en lager uitvallen.

Een van deze mensen die de afgelopen jaren moslim werden, is Julien Loye uit Krimpen aan den IJssel. Woensdag deed hij zijn verhaal in het Reformatorisch Dagblad. Ds. H. Veldhuizen –auteur van het in 2007 verschenen ”Christenen ontmoeten moslims”, een boekje in de Artiosreeks van de Gereformeerde Bond– las het interview.

Wat vond u van het verhaal van deze twintiger?

„Het was een helder verhaal, maar ik vond het ook verdrietig om te lezen. Hoewel het oordeel niet aan ons is, zegt de Bijbel dat je verloren gaat als je voorbijgaat aan Jezus Christus, de Zaligmaker van zondaren. Jezus zegt in Johannes 3 dat wie niet gelooft al is veroordeeld. Iemand die denkt zelf recht voor God te kunnen staan door zich aan Zijn geboden te houden, mist dus het meest wezenlijke.”

Julien Loye zei: christenen hebben mij nooit kunnen uitleggen waarom Jezus Gods Zoon is. Hoe zou u dat doen?

„Dat God geen Zoon heeft, is in de islam een essentieel leerstuk. Op de Omarmoskee, op de Tempelberg in Jeruzalem, staat het zelfs in Arabische letters geschreven: „God heeft geen zoon.” Maar de Koran geeft wel hoog op van Jezus, die daar Isa wordt genoemd. Zijn naam wordt wel 25 keer genoemd.

Moslims begrijpen niet goed wat wij bedoelen als we zeggen dat Jezus Gods Zoon is. Ze kunnen vragen wie dan de moeder van God is en of God ook getrouwd is. Nee, die kant moeten we niet op. Dat Jezus Gods Zoon wordt genoemd, heeft niets met voortplanting te maken en is van een heel andere orde dan dat mensen zoon of dochter van hun vader zijn. Jezus is van eeuwigheid Gods Zoon.

De Joden in het Nieuwe Testament spreken duidelijk over Jezus als Gods Zoon of bewijzen hem Goddelijke eer. Ik denk aan Petrus, die in Johannes 6:69 zegt: „Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” „Mijn Heere en mijn God!”, belijdt Thomas in Johannes 20:28. En zo zijn er nog veel meer plaatsen te noemen.

We kunnen niet spreken over God de Zoon zonder de verzoening erbij te betrekken. Een engel uit de hemel kan ons niet verlossen, een mens of ander schepsel evenmin, spreek ik de Bijbel na. Nee, God zelf, die Zijn Zoon stuurt en plaatsvervangend Zijn leven geeft, komt eraan te pas. Als God dat niet had gedaan, was verlossing een zaak van schepselen gebleven en had niemand kunnen betalen voor de zonden.”

2019-02-13-katWO1-julien-5-FC_webMoslimbekeerling Julien: Ik zal mijn geloof nooit opdringen aan anderen

Wat vindt u van de bewering dat Joodse en christelijke bronnen in de loop van de eeuwen onzuiver zijn geworden?

„Van dat door moslims veelgenoemde argument ben ik niet onder de indruk. Waar baseren ze dat op? Wannéér dat dan gebeurd zou moeten zijn, heeft nog geen enkel islamitisch geschrift me duidelijk kunnen maken. En waarom zou de Schrift verdraaid zijn? De Koran citeert ook uit de Bijbel. Moslims zeggen ook dat de komst van Mohammed is aangekondigd in Deuteronomium 18. Waarom geloven ze dat dát dan wel klopt?

Paulus schreef zijn brieven later dan de evangeliebeschrijvingen van Mattheüs en Markus. In 1 Korinthe 15:6 schrijft hij dat Jezus is „gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is.” Wat Paulus schreef had tegengesproken kunnen worden door degenen die nog niet ontslapen waren, maar dat is niet gebeurd. Het Nieuwe Testament citeert veelvuldig het Oude Testament, de Bijbel van Jezus die Hij volledig aanvaardde.

Het klopt dat er kleine verschillen zijn tussen oude handschriften van Bijbelgedeelten. Maar we hebben het dan over details.

Het is ook moeilijk om vol te houden dat Bijbelvertalingen onbetrouwbaar zijn. Mijn vrouw en ik gebruiken ook verschillende vertalingen en vergelijken soms Schriftgedeelten met elkaar. Soms is iets niet mooi vertaald en soms niet helemaal juist. Maar als het om het meest wezenlijke van de Bijbelse boodschap gaat, maakt het niet uit welke vertaling je leest.

De Bijbel is ook een heel duidelijk Boek, in tegenstelling tot de Koran waarin heel weinig lijn zit. Tegen een moslim die roept dat de Bijbel verdraaid is en de islamitische leer zo helder vindt, zou ik zeggen: „Laten we eens een stukje lezen uit de Bijbel en uit de Koran, en daarna vaststellen wat nu het meest duidelijke is.””

U spreekt tegen dat de drie-eenheid pas op het concilie van Nicea in 325 is vastgesteld.

„De drie-eenheid is een ingewikkeld leerstuk en in de derde en vierde eeuw na Christus zijn er formele uitspraken over vastgelegd. Ik begrijp ook dat moslims er moeite mee hebben, omdat aan God meerdere partners toekennen gelijkstaat aan de onvergeeflijke zonde shirk – afgoderij. Sommige moslims denken bij drie-eenheid ook aan de Vader, Zoon en Maria. Ik wil dan ook adviseren om in gesprekken met moslims het niet gelijk over de drie-eenheid te hebben. In evangelisatiewerk begin je ook niet meteen over de uitverkiezing.

Maar de drie-eenheid is niet iets wat christenen met elkaar hebben afgesproken. Het staat in de Bijbel en er was al in de tweede eeuw na Christus consensus over. Toen ontstond immers de Apostolische Geloofsbelijdenis, die heel trinitarisch is getoonzet. Later zijn er formuleringen geschreven om zaken te verhelderen. In de geloofsbelijdenis van Athanasius, geschreven in 333, wordt heel duidelijk geworsteld met taal. Prachtig vind ik wat Augustinus, die leefde van 354-430, zei over de drie-eenheid: Wij belijden de drie-eenheid niet om iets precies te zeggen maar om niet geheel te zwijgen.

We moeten proberen zaken zo helder mogelijk te verduidelijken, maar rationeel kunnen en hoeven we moslims niet te overtuigen. Dat mogen we overlaten aan de Heilige Geest.”

Maakte u ooit mee dat iemand uit uw gemeente moslim werd?

„Nee. In de tijd dat ik een gemeente diende kwam dat niet veel voor. Veel vaker kwam ik het tegen dat mensen seculariseerden en afhaakten. Ten diepste is er geen verschil of iemand moslim wordt of de kerk volledig de rug toekeert. Het is allebei even erg.

Heel verblijdend was dat ik één keer het omgekeerde meemaakte: een moslim die christen werd. Ik heb deze persoon ook gedoopt.”

Hoe moet je ermee omgaan als een familielid moslim wordt?

„Zoiets is ontzettend pijnlijk, maar je mag hem of haar nooit laten vallen. Als het mijn kleinkind zou zijn, zou ik zeggen dat het me veel verdriet doet. Maar ik zou ook in liefde naast hem gaan staan en hem enkele vragen stellen. Zoals wat hij in de Koran ziet en hem vragen of hij dat boek wil vergelijken met bijvoorbeeld het Bijbelboek Mattheüs. Ik zou hem vooral wijzen op het Nieuwe Testament. Daarin komt de goede boodschap van het Evangelie het helderst naar voren.”

Moet de kerk met het oog op de vele moslims in Nederland meer aan geloofstoerusting doen?

„Toen ik las dat die geïnterviewde uit een kerkelijke gemeente komt waar de hel wordt ontkend, dacht ik: wat heeft die jongen meegekregen aan Bijbelse kennis? Toerusting is heel belangrijk. In mijn gemeente in Wapenveld behandelen we op de mannenvereniging de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB). Wij moeten weten wat we belijden en de NGB reikt ons veel aan waar we in de discussie met moslims veel aan kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan de artikelen 2 tot en met 7 over de Schrift, artikel 8 over de drie-eenheid en artikel 10 over de Godheid van Jezus Christus. Ook de Heidelbergse Catechismus biedt veel.”

Valt er van moslims ook iets te leren?

„In ethisch opzicht zeker. Er was een tijd dat naveltruitjes in waren. Ik verzuchtte weleens op catechisatie dat moslima’s er heel wat fatsoenlijker bij lopen. Mooi vind ik de eerbied van moslims voor het heilige, kom daar maar eens om bij een seculier iemand. Over zaken als homoseksueel samenleven en gendervraagstukken zitten christenen en moslims ook op één lijn.

Voor het feit dat die jongeman uit het interview midden in de nacht opstaat om te bidden, kun je bewondering hebben. Ik ben er heel eerlijk in: ik doe dat niet. De dichter van Psalm 119 zegt ook dat hij midden in de nacht opstaat om God te loven. Maar bidden moet een zaak van het hart zijn en nooit een moeten. Als verplicht bidden of vasten tot wet wordt verheven, is het mis.

Wij moeten leren leven van genade. Iemand zei eens: Goede vrome werken maken geen goede vrome mensen. Goede vrome mensen maken wel goede vrome werken.” Goede werken werkt de Heilige Geest. In Galaten 5:22 wordt Zijn negenvoudige vrucht genoemd: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Door genade heiligt de Geest je leven zo dat je al die negen partjes krijgt. Ik zou tegen moslims zeggen: Daar heb ik genoeg aan.”