Onderscheid verbondsbeloften en evangeliebeloften klassiek gereformeerd

„Calvijn maakt al een onderscheid tussen algemene of onbepaalde beloften die gedaan worden op voorwaarde van geloof (zoals „een ieder die gelooft, wordt zalig”) en particuliere onvoorwaardelijke beloften (zoals „Ik zal u een nieuw hart geven”). Foto: de Saint-Pierre in Genève, waar Calvijn preekte. beeld iStock

Dat de Gereformeerde Gemeenten (GG) het onderscheid tussen evangeliebeloften en verbondsbeloften handhaven, betreurt ds. J. Roos (RD 27-8). Dit is bijzonder, omdat de GG hiermee hetzelfde bedoelen als het klassieke onderscheid tussen voorwaardelijke en algemene beloften (RD 27-3). Dit onderscheid ligt ten grondslag aan dr. C. Steenbloks idee van een voorwaardelijk aanbod.

2020-08-27-KRK1-bijdehoeksteen27-6-FC-V_webDs. Roos schrijft ds. Hoogerland „broederlijke aanvulling”

2020-03-26-katDO15-ggsynode-8-FC_webGG willen met uitspraken over beloften „verwarring wegnemen”

De vragen bij het onderscheid tussen beloften van het Evangelie en beloften van het verbond werden niet alleen gesteld vanuit de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN), waar ds. Roos predikant is. Deze benaming voor het onderscheid was dan ook tamelijk nieuw en tamelijk ongelukkig. Als gesteld wordt dat het verbond (en Christus als Verbondshoofd) de hoofdinhoud van het Evangelie is, en dat de prediking van het Evangelie bediening van het verbond is, dan is een onderscheid tussen verbondsbeloften en evangeliebeloften verwarrend.

Dat wil echter niet zeggen dat er geen inhoudelijk onderscheid is. Ook wil het feit dat deze benaming vrij recent is niet zeggen dat het onderscheid vroeger inhoudelijk niet gemaakt werd. In mijn dissertatie over predestinatie en prediking in de Geneefse theologie komt deze onderscheiding regelmatig aan de orde, zij het onder een andere benaming.

Twee soorten beloften

Calvijn maakt bijvoorbeeld al een onderscheid tussen algemene of onbepaalde beloften die gedaan worden op voorwaarde van geloof (zoals „een ieder die gelooft, wordt zalig”) en particuliere onvoorwaardelijke beloften (zoals „Ik zal u een nieuw hart geven”). Later komt dit onderscheid terug bij bijvoorbeeld Franciscus Turrettini, met wiens verbondsleer die van ds. G. H. Kersten en dr. Steenblok grote overeenkomst vertoont. Steenbloks invulling van het zogenaamde ”voorwaardelijk aanbod” is zelfs op deze onderscheiding gebaseerd. In zijn dogmatiek (antwoord 481) stelde hij met betrekking tot de uitwendige roeping van verworpenen: „God (...) belooft (!), op voorwaarde van bekering en geloof, de zaligheid.” Hier is onmiskenbaar sprake van een algemene, voorwaardelijke belofte.

Tegelijk hoeft het geen betoog dat Steenblok de gave van bekering en geloof als onvoorwaardelijke, particuliere beloften van God zag. Het onderscheid tussen een algemene, voorwaardelijk voorgestelde belofte en een particuliere, onvoorwaardelijke belofte is dus in de theologie van Steenblok terug te vinden, in vrijwel dezelfde bewoordingen als waarmee dit onderscheid in de klassieke gereformeerde theologie aangeduid werd. Wanneer aan de GGiN duidelijk gemaakt is dat het onderscheid tussen evangelie- en verbondsbeloften gelijk is aan dat tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften, en zij dit onderscheid blijven verwerpen, dan nemen ze niet alleen afstand van de klassieke gereformeerde theologie, maar ook van dr. Steenblok.

Confessioneel verankerd

In de Dordtse Leerregels (DL) valt te lezen: „Voorts is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk, die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” Hoewel de DL niet expliciet onderscheid maken tussen evangeliebeloften en verbondsbeloften, geven ze hier wel aan wat verstaan wordt onder een evangeliebelofte, die met bevel van geloof en bekering verkondigd moet worden. Dit element is dus, zelfs inclusief de naam ”belofte van het Evangelie”, confessioneel verankerd. Als aan beiden zijden van de scheur de verkondiging dienovereenkomstig vormgegeven werd, zou er wellicht meer wederzijdse herkenning zijn.

Kerkelijk geschrift

Nu kan men de vraag stellen of zo’n ”evangeliebelofte” wel echt alle hoorders geldt, aangezien ze niet aan alle hoorders vervuld wordt. Iemand als dr. Steenblok stelde die vraag. Strikt formeel gesproken is in de zin „geloof en u zult zalig worden” alleen het tweede gedeelte een belofte, namelijk de woorden „u zult zalig worden.” Zo bezien geldt de belofte inderdaad niet alle hoorders, maar alleen degenen die gehoor geven aan de oproep in het eerste deel: „geloof!”

Hierbij moeten we echter bedenken dat in het dagelijks spraakgebruik zinnen als „geloof en u zult zalig worden” in hun geheel algemene beloften worden genoemd. Het is prima als taalfilosofen en academische theologen zo’n belofte ontleden om op bepaalde punten meer helderheid te krijgen, maar van gewone gemeenteleden moet men dat niet verwachten.

De DL analyseren deze belofte niet op een dergelijke manier, hoewel de Dordtse afgevaardigden academisch genoeg waren om dat te kunnen. De DL zijn evenwel geen academisch geschrift, maar een kerkelijk geschrift. Wie de belofte zo voor gemeenteleden ontleedt, brengt een academische analyse de gemeenten in waarmee de Dordtse theologen de gemeenten niet wilden belasten. Er een kerkelijk ”schibboleth” van maken, is buitenproportioneel en onverantwoord.

De auteur is uitgever bij Brevier, methodoloog aan de TUA en associate researcher aan de TUK. Hij studeerde af op het aanbod van genade in de theologie van dr. Steenblok en promoveerde op een onderzoek naar predestinatie en prediking in de Geneefse theologie van Calvijn tot Pictet.