OpinieWelbeschouwd

Van de dwaasheden van het leven naar wat werkelijk zin en doel geeft

Juist op de kruispunten van het leven wil het Bijbelboek Prediker –ja, wil de Heilige Geest door middel van dit geschrift– doordringen tot de bodem van je ziel.

Het logo van de rubriek Welbeschouwd met een portretfoto van ds. J.M.J. Kieviet.
beeld RD

”Dwaasheden in het leven”. Dat is de titel van een tweetal boekjes over het Bijbelboek Prediker. Ze bevatten de tekst van de morgenwijdingen die prof. A.A. van Ruler van 1959 tot 1965 hield voor de AVRO-radiomicrofoon (sic). De boekjes verschenen zo rond 1970. In die jaren las ik ze ook en ze maakten indruk. Wijlen Van Ruler had een speelse en prikkelende wijze van zeggen. Maar juist zo wist hij tijden en tendensen loepzuiver te typeren.

Als er niets meer te genieten valt, sta je met een leeg hart

Die zogenaamde dwaasheden – wat bedoelde hij ermee? Zijn eigen woorden: „IJdelheid der ijdelheden. Als de Prediker het over de ijdelheid van de dingen heeft, bedoelt hij hun vergeefsheid en vruchteloosheid. Leveren ze eigenlijk wel iets op? Ziet de mens ooit resultaat? Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon? (1:3). In de Psalmen wordt het ook vele malen uitgesproken dat de beloften van God in de werkelijkheid van het leven eenvoudig niet uitkomen. We ervaren het tegendeel zelfs van datgene wat God beloofd heeft. Dat hebben de profeten ook diep doorvoeld...” De dwaasheden van het leven – wie kent ze niet? Het kromme in het levenslot, zoals een oude Schotse schrijver zijn eigen weg van moeite en aanvechting ooit duidde.

Juist deze weken hielden mijn vrouw en ik ons in de dagelijkse Bijbellezing met Prediker bezig. Zo dacht ik. Maar het was anders. Prediker hield zich met ons bezig, zo bleek al snel. Niet wij lazen Prediker, maar Prediker las ons. Zeker toen midden in deze leescyclus een heuse crisiservaring zich liet gelden. Prediker is een wat weerbarstig en tegendraads Bijbelboek. Niet gemakkelijk te doorgronden. Het is dan ook meer een leefboek dan een leerboek. „Prediker zoekt het gesprek. Hij zet aan tot nadenken. Tot zelfreflectie. Daartoe stelt hij vragen. Indringende vragen. Kritische vragen vooral” (ds. J. Belder, ”Prediker: eigenzinnig en actueel”).

Onze recente ervaring: juist op de kruispunten van het leven wil Prediker –ja, wil de Heilige Geest door middel van dit geschrift– doordringen tot de bodem van je ziel. Prediker erkent het genieten van wat het leven te bieden heeft, jazeker. Maar daarin ligt niet de ware zin. „Al deze dingen worden zo moe. Het oog wordt niet verzadigd met zien en het oor wordt niet vervuld met horen...” (1:8). Het leven op zichzelf is niets dan lucht. Het najagen van wind. Onder de zon is er niets wat blijvend is. Zie dat in. Kijk daar niet langsheen. Als er niets meer te genieten valt, sta je met een leeg hart. Aldus Prediker.

Toch laat hij (Hij!) zijn lezers niet in de kou staan. Hij wil hen meenemen naar wat werkelijk zin en doel geeft. Dat onthult hij in zijn slotwoorden. Zelfs met een verwijzing naar het gericht van God: „Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen” (12:13-14). De toepassing trof ik aan in een gedicht van Jacqueline van der Waals, in haar bundel ”Laatste verzen”.

Dit zijn Uwe wegen,
Ook de mijne? ’k Weet het niet, mijn God,
Al mijn wensen en begeerten zwegen.

Toen Gij tot mij spraakt, ik sprak niet tegen,
Ik aanvaardde Uw gebod.

De auteur is christelijk gereformeerd emeritus predikant.