Helpende grote gemeente kan kleine in stand houden
Kleine kerkelijke gemeenten, die soms met opheffen worden bedreigd, verdienen steun van florerende gemeenten en hun (jonge) leden, betoogt Michel van Heijningen.

Onlangs verscheen in het RD een serie over kleine kerkelijke gemeenten. Dat waren mooie bijdragen, die een integere inkijk gaven in de keukens en de binnenkamers van zulke gemeenten. Omdat ik woon en werk in het noorden van ons land, waar kleine gemeenten meer regel dan uitzondering zijn, volgde ik de serie met interesse.
Mij viel op dat klein en kwetsbaar wordend kerkelijk leven zich niet beperkt tot de randen van ons land. Overal en in allerlei kerkverbanden gaat dit proces door. Dit enerzijds. Anderzijds lezen we regelmatig over megakerken die moeten uitbreiden, omdat ze uit hun jasje zijn gegroeid. In sommige gevallen bevinden deze megakerken zich, zowel op de geografische als op de kerkelijke kaart, dicht bij een aantal krimpkerkjes. Ergens toch typisch.
Een kleine gemeente is niet per definitie kommer en kwel. Je bent daarin voorzichtiger met elkaar en dankbaarder voor elkaar. En ongetwijfeld is de betrokkenheid op elkaar groter bij enkele tientallen kerkgangers dan bij honderden of duizenden.
Benauwende vraag
Natuurlijk zijn er ook zorgen, zoals uit de interviews bleek. Hoe kleiner de gemeente, hoe kwetsbaarder. De benauwende vraag ”Hoe lang kunnen we nog (zo) doorgaan?” gaat meer en meer leven. In het noorden heb ik die vraag vaak gehoord.
Veel kleine gemeenten besloten noodgedwongen te stoppen met de tweede dienst. Of men liet de gemeente samengaan met een naburige, grotere gemeente. Zo’n proces van samengaan klinkt aardig, maar betekent in de praktijk vaak het opheffen van de (laatste) plaatselijke kerk en een verdere neergang van het aantal kerkgangers. Het kerkgebouw staat voortaan leeg of krijgt een andere bestemming. Vandaag de dag ziet een groeiend aantal kerkenraden dit als de nabije toekomst voor hun gemeente. Een ander nijpend probleem is trouwens dat het aantal kerkenraadsleden krimpt.
Ik geloof in de missionaire kracht van de plaatselijke kerk en ben overtuigd van de waarde van de kleine gemeente. Daarom wil ik op twee niveaus een oproep doen om kleine gemeenten te helpen.
Hulp
Aan grotere gemeenten: De interviewserie maakte een aantal keren melding van het uitlenen van ambtsdragers. Een mooi fenomeen. Zo leef je met elkaar mee en deel je elkaars nood. Het zou mooi zijn wanneer grotere gemeenten intensiever optrokken met kleine gemeenten. Dat kan sowieso wanneer de geografische afstand niet zo groot is, maar ook op grotere afstand kun je elkaar van dienst zijn en van elkaar leren.
Er zijn voorbeelden bekend van grote gemeenten die kleine gemeenten geholpen hebben bij de verbouwing van een kerkelijk centrum of bij de organisatie van een vakantiebijbelweek. Daarnaast kan er gedacht worden aan de bekostiging van (tweede) diensten, eventueel door het uitlenen van de eigen voorganger aan een noodlijdende gemeente.
Ik roep kerkenraden op dit eens op de agenda van een vergadering te zetten. Ook zou een kerkenraad de zondagsrijders onder de gemeenteleden kunnen stimuleren een andere route te kiezen. In gedachten zie ik op zondag een aantal volle auto’s Yerseke en Goes voorbijrijden en stoppen in Wolphaartsdijk of Hoedekenskerke. En verderop in het land: in plaats van Ridderkerk-Oostendam wordt Bolnes als bestemming gekozen. Soms kan het ene probleem (een te volle kerk) het andere probleem (een te lege kerk) opheffen.
Mini
Aan gemeenteleden: Regelmatig zijn er christenen die door verhuizing kiezen voor een nieuwe kerkelijke gemeente. Starters, gezinnen en vitale senioren, welke vraag geeft de doorslag: ”Waar ben ik nodig?” of ”Wat vind ik fijn?”
Wat zou een gemeente in Den Bommel, Herkingen of Stad aan ’t Haringvliet blij zijn met dat jonge stel – zij kozen tegen ieders verwachting in niet voor mega in Middelharnis of Dirksland maar voor mini in een van de genoemde plaatsen. Stel je de vreugde voor van een gemeente boven Staphorst die een vitaal seniorenechtpaar mag verwelkomen – het echtpaar verruilde zijn woonplaats op de Veluwe (tijdelijk) voor een plek in het goedkope noorden. En wat te denken van de predikant die na zijn emeritaat niet naar Veenendaal verhuist, zoals hij en zijn vrouw eerst overwogen, maar naar Waspik.
Ik begrijp de overwegingen om voor een veilige, bruisende en flink uit de kluiten gewassen gemeente te kiezen heel goed. Toch wil ik mijn overwegingen graag eens bij u en jou in de week leggen. U kunt meer tot zegen zijn dan u denkt. Jij kunt in een kleine gemeente talenten ontplooien die in een grote gemeente nauwelijks worden opgemerkt.
Groningen
Klein maar dapper versus groot en uitpuilend. Een van de vele concrete mogelijkheden is deze: Momenteel zoekt de reformatorische basisschool de Zaaier in Groningen een fulltime leerkracht voor de bovenbouw. Er zijn betaalbare woningen genoeg te vinden in deze prachtprovincie. Wanneer op deze wijze een nieuw gezin vervolgens in bijvoorbeeld Westerbroek gaat kerken, is het mogelijk dat daar het aantal kerkgangers ineens verdubbelt.
De auteur is als ouderling-kerkelijk werker verbonden aan de hervormde gemeenten van Dorkwerd en Wijnjewoude.




