Column: Berg is meer dan ding dat in de lucht steekt

Voor Calvijn was de natuur nog een van de vele spiegels waarin wij God kunnen zien.  beeld iStock

Van onze minister-president en andere VVD-kopstukken is bekend dat zij zich prima thuis voelen bij de SGP. Vooral als het gaat over economische vraagstukken. Grappenmakers noemen de SGP daarom weleens de VVD met de Bijbel. Op een of andere manier lijkt de kritische betrokkenheid van behoudende christenen vooral gericht op morele kwesties. Dat maakt hen vaak politiek rechts. Natuurlijk, de CU staat te boek als een linkse partij. Maar is het niet opvallend dat deze partij nooit echt gegroeid is sinds haar ontstaan in 2000? Toen voorspelde iedereen dat de CU steeds groter zou worden en de SGP steeds kleiner. Het is niet gebeurd.

Nee, geitenwollensokken lijken aan behoudende christenen maar mondjesmaat besteed. De echte fronten liggen niet bij vragen hoe we het beste met het milieu omgaan, hoor je dan. In de klimaatdiscussie zie je dat sommigen onder ons zich graag aansluiten bij klimaatsceptici, die beweren dat het wel meevalt met de opwarming van de aarde. Of dat we er als mens sowieso weinig invloed op hebben. Het vuurtje van deze discussie zou ik niet graag willen doven. Zodra wetenschappelijke kennis in het geding komt, is er altijd ruimte voor discussie en onenigheid. Hoe meer hoe beter. Een vriend van mij die het kan weten, vertelde pas dat we zelfs niet zeker weten of de grondstoffen van deze aarde eindig zijn. Wie weet wat we nog kunnen vinden in de oceaanbodem.

Maar hoe je deze discussie ook voert, op de achtergrond speelt vaak een sterk eigenbelang. Als we nu niets doen, komen we straks in de problemen. Of: er komen helemaal geen problemen, waarom zouden we ons druk maken? Dit zijn discussies die ervoor zorgen dat we ons vooral bij een linkse of een rechtse partij thuis voelen. Maar ondertussen verliezen beide partijen iets belangrijks uit het oog.

Christenen zijn het aan hun stand verplicht een spade dieper te steken. Wij zijn de natuur veel te veel gaan zien als een ding, als een object dat we kunnen beheersen. Sinds de wetenschappelijke revolutie in de zeventiende eeuw hebben christenen daar gretig aan meegedaan. De scheppingsopdracht kun je zo uitleggen dat de natuur er is voor de mens, om te gebruiken. Onze aangeharkte achtertuin als symbool voor de bestemming van de natuur. Maar dan vergeet je dat de natuur ook een waarde in zichzelf heeft.

Voor Calvijn was de natuur nog een van de vele spiegels waarin wij God kunnen zien. Daar hoort een houding bij van ontzag. Het onderwerpen van de natuur is ogenschijnlijk succesvol verlopen, maar is tevens zeer problematisch. Wie geen maat houdt, maakt iets kapot, wat verder gaat dan opwarming of tastbare milieuproblemen. Dat we nu aanlopen tegen de grenzen van de groei, moet ons niet alleen aanzetten om het probleem te gaan fiksen, of van de weeromstuit te ontkennen. Er is ook een geestelijke omkeer nodig.

U heeft waarschijnlijk nog nooit met een boom gepraat, of hem omarmd. Gekkigheid natuurlijk. Maar toch gaat het ergens over. Als we in de zomer door de bergen lopen, beseffen we als vanzelf dat de wereld niet begint bij ons. Bergen zijn meer dan dingen die om ons heen in de lucht steken. De huiver voor het ontzagwekkende van de natuur is een oerervaring die we in onze tijd dreigen te verliezen. In de kerk leren we onze kinderen om eerbiedig te zijn. Het wordt tijd om ook buiten de kerk eerbied te tonen.

Een houding van eerbied is in deze tijd belangrijker dan eindeloze discussies voeren of onze persoonlijke milieukeuzes wel effect hebben op het grote geheel. Dan blijven we maar naar elkaar kijken en elkaar de maat nemen. Wat zou u ervan denken om uw eigen achtertuin eens wat minder aangeharkt te maken? Laten we ophouden alles wat niet van onszelf is onkruid te noemen. Er is heus meer te zien dan ons eigen maaksel. Of zoek een ander stukje natuur op dat u van uw stuk brengt. Een zachte stilte of het ruisen van de wind in de toppen van de bomen. Ogenschijnlijk verandert er weinig met ons, maar toch zijn we dan op een andere manier aanwezig in deze wereld.

De auteur is hoogleraar toegepaste MR fysica aan de Universiteit van Amsterdam.