Dr. Barry Bussey: Atheïst ís religieus en dogmatisch

De Canadese onderzoeker Barry Bussey promoveerde vorige week bij prof. dr. Paul Cliteur in Leiden op een onderzoek naar de bijzondere positie van religie in de wet in westerse democratieën. beeld Henk Bouwman
3

Dr. Barry W. Bussey is bezorgd over de positie van religieuze organisaties in het Westen. „Er is een revolutie gaande. In de rechtszaal worden politieke spelletjes gespeeld. Dat is erg gevaarlijk.”

Bussey promoveerde donderdag aan de Universiteit Leiden bij prof. dr. Paul Cliteur op een onderzoek naar de wettelijke positie van religie in westerse democratieën. Hij ontdekte dat er een juridische strijd gaande is over die „bevoorrechte positie.”

Bij het interview schuift ook de rooms-katholieke rechtsfilosoof prof. dr. Iain T. Benson aan, hoogleraar recht aan de universiteit van Sydney (Australië). Hij was opponent tijdens de promotie.

Waaruit blijkt dat er sprake is van een juridische strijd?

Dr. Bussey: „Laat ik een voorbeeld geven. De Trinity Western University in Canada wilde een rechtenfaculteit oprichten. Deze universiteit wil dat studenten verklaren dat zij de religieuze grondslag niet zullen schenden. Daarin wordt gesteld dat het huwelijk een relatie is tussen één man en één vrouw. Een campagne tegen de universiteit leidde in drie Canadese staten tot processen, omdat de bepaling schadelijk zou zijn voor mensen met een homoseksuele geaardheid. In Brits-Columbia en Nova Scotia werd de universiteit in het gelijk gesteld, in Ontario niet.”

Speelt deze juridische strijd zich ook buiten Canada af?

Prof. Benson: „De vraag in hoeverre de situatie in Canada representatief is voor elders in het Westen, kwam ook tijdens de promotieplechtigheid aan de orde. Je ziet dat globalisten steeds een stapje verder willen gaan. Kijk naar de Europese wetgeving. Al klinken er kritische geluiden, zoals in Australië.”

Is de strijd tegen de positie van religie in de wet een nieuw fenomeen?

Dr. Bussey: „Je ziet in de geschiedenis altijd dat de ruimte die er voor religie is, wisselt. Maar er is een recent voorbeeld dat me doet denken aan de situatie in het communistische Oost-Europa. Als in Canada een patiënt bij een arts komt met een verzoek tot abortus, euthanasie of geslachtsverandering, dan is de arts verplicht hem door te verwijzen naar een collega die dit verzoek wil uitvoeren. Net als ten tijde van het communisme word je steeds meer gedwongen om atheïstisch te zijn in wat je doet en laat.”

In Nederland speelde de kwestie rond ”weigerambtenaren”.

Prof. Benson: „Ik noem zulke zaken ”voortkruipend secularisme”. Je ziet dat dit soort praktijken door het Europees Hof worden goedgekeurd. Niet langer religieuze inclusie, maar religieuze exclusie voert de boventoon. Op basis van religie worden mensen uitgesloten. De spanning hierover lijkt op die uit de tijd van de zestiende- en zeventiende-eeuwse Europese godsdienstoorlogen.”

Dr. Bussey: „Als je tegen het seculiere denken over seksuele identiteit bent, mag je tegenwoordig steeds minder doen. Wet en politiek worden hiervoor volledig herschreven. Steeds meer instellingen hebben een ”diversiteitsambtenaar”. In de partij van de Canadese premier Trudeau kun je niet verkiesbaar worden gesteld als je ”pro life” bent.”

Wat vraagt deze tijd van een christen?

Dr. Bussey: „Christenen moeten hun taal veranderen. Nu benaderen we atheïsten of agnosten vaak niet alsof ze religieus zijn, omdat we denken dat ze dat niet zijn. Maar ze zijn wél religieus en dogmatisch.”

Prof. Benson: „Vaak wordt er geluisterd naar de meerderheid of naar het volk. Pilatus luisterde ook naar het volk, toen het koos voor Barabbas en niet voor Jezus. De meerderheid kiest niet altijd het goede.

Tweeduizend jaar geleden ontbrak het aan een morele horizon en dat is ook nu zo. Hoe kan het dat we in het Westen meer welvaart kennen dan vroeger, en dat tegelijkertijd het aantal zelfdodingen enorm stijgt? Omdat de ziel niet meer wordt gevoed uit de christelijke traditie. Daar moeten we weer kennis van nemen om een reactie te kunnen geven op het oprukkende secularisme.”

Barry W. Bussey groeide op in de Oost-Canadese regio Newfoundland, in een gezin dat behoorde tot de Anglicaanse Kerk. Halverwege zijn jeugd sloot het gezin zich aan bij de Zevendedagsadventisten.

Bussey was een jaar voorganger en studeerde daarna politieke wetenschappen, rechten en theologie. Hij werkte als advocaat en daarna als vertegenwoordiger van de Zevendedagsadventisten in Ontario, Washington D.C. en daarna bij de Verenigde Naties in Genève en New York.

Sinds 2011 is Bussey werkzaam als bestuurder bij het Canadian Council of Christian Charities. Tot zijn taken behoort onder meer het beoordelen van wettelijke regelgeving en het vertegenwoordigen van christelijke liefdadigheidsorganisaties in de Canadese samenleving.

De volledige –Engelstalige– titel van zijn proefschrift, dat hij vorige week verdedigde in Leiden, is: ”The Legal Revolution Against the Accommodation of Religion: The Secular Age v. The Sexular Age”.