Kerk & religieInterview

Ds. Van de Groep (CGK) staat vijftig jaar in het ambt: Ik was tien tot twaalf uur bezig met een preek

Verbinding zoeken in de gemeente. Dat heeft ds. G. van de Groep steeds gedaan tijdens zijn ambtelijke loopbaan, ook als het ging om mensen die als „lastig” werden ervaren. Deze dinsdag staat de christelijke gereformeerde predikant vijftig jaar in het ambt.

Dominee Van de Groep, een man met grijs haar, bril op, zwart-wit overhemd aan, voor een boekenkast.
Ds. G. van de Groep is vijftig jaar predikant binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. beeld RD, Anton Dommerholt

Ds. Van de Groep woont in het buitengebied van het Veluwse dorp Heerde, naast de woning van een dochter en schoonzoon. „Nadat mijn vrouw een hartinfarct had gekregen, was het voor ons beter om te verhuizen. Als het nodig is, kunnen onze dochter, schoonzoon of hun kinderen ons helpen. Zij komen regelmatig over de vloer, om te praten of te vragen of ze iets kunnen doen. Het is hier een kleine gemeenschap”, zegt de predikant.

Hij vindt „verbinding” belangrijk en heeft goed contact met leden van de christelijke gereformeerde kerk (cgk) in Heerde, waarvan hij na zijn emeritaat deel is blijven uitmaken. Regelmatig komt een Bijbelstudiegroep bij het echtpaar aan huis. De predikant bezoekt zelf nog graag de ouderenmiddagen.

Dienstbaar

Die betrokkenheid op de gemeente hebben beiden steeds gehad. „Toen ik in Aalten stond, maakte mijn vrouw, die lid was van de activiteitencommissie, regelmatig op zaterdagavond kroketten en patat voor de jongeren van de gemeente klaar. Ze bleven vaak een uur of langer zitten. Op zondagavond kwam er dikwijls een groep jongelui naar de pastorie. We praatten dan over allerlei dingen, maar zeker ook over de dingen van de Heere.”

Ds. Van de Groep ging graag in gesprek met mensen in de gemeente die moeite ervoeren en zich eenzaam voelden. Hij nodigde hen dan uit op de koffie en luisterde naar hun verhalen. „Ik herinner me nog een man die boos was op degene die vóór mij predikant was. We raakten in gesprek en hij vertelde wat hem dwarszat. Uiteindelijk kwam het zover dat hij een brief schreef naar zijn vorige predikant.”

Ds. Van de Groep vindt het belangrijk om aandacht te hebben voor mensen. „Het is van groot belang om naar elkaar om te zien en dienstbaar te zijn. Je hebt elkaar nodig in het leven. Jezus heeft hierin het voorbeeld gegeven.”

Hij constateert achteraf dat hij in verschillende plattelandsgemeenten heeft gestaan waar gemeenschapszin belangrijk was: Siegerswoude-De Wilp, Aalten, Opperdoes en Heerde. „Ik kreeg in mijn leven een richting aangewezen en heb me aan de mensen gehecht.”

Roeping

De roeping tot het predikantschap kreeg hij als twintiger. „Mijn ouders waren oprechte christenen. Mijn moeder was altijd bezig met Bijbelse zaken en mijn vader droeg alle elf kinderen regelmatig op in het gebed. Toen mijn moeder stierf, antwoordde ze op de vraag of iemand haar moest helpen anders te liggen: „Laat mij maar zo liggen, want de Heere komt er al aan”, en dat was ook zo. Ze stierf direct daarna.”

Hij werd geraakt onder de prediking van ds. P. den Butter en werd op jonge leeftijd ouderling. „Toen ik bij een bank in Hilversum werkte en een gezin met vier kinderen had, kwam de roeping tot het ambt.”

De ouderling ging Grieks en Latijn studeren, maar hij werd, gezien zijn vooropleiding, niet aangenomen aan de Theologische Hogeschool in Apeldoorn. „Toen kreeg ik de gelegenheid om de route van artikel 8 van de kerkorde – over bijzondere gaven – te volgen. Ik denk dat ik de laatste in ons kerkverband ben geweest die op deze manier predikant is geworden.”

„Ik studeerde bij zestien of zeventien predikanten die me elk in een vak begeleidden”

Ds. G. van de Groep, emeritus predikant CGK

Het betekende niet dat hij niet hoefde te leren. „Ik studeerde bij zestien of zeventien predikanten die me elk in een vak begeleidden. Voor de classis Nijkerk moest ik aan het einde van het traject een proefpreek houden. Om acht uur ’s morgens kreeg ik de tekst op en een uur later hield ik de preek. Gelukkig ben ik geslaagd.”

Preekvoorbereiding

Van de voorbereiding van zijn preken heeft hij altijd veel werk gemaakt, vertelt hij. „Ik was tien tot twaalf uur bezig met een preek, die ik helemaal uittypte. Ik vond het belangrijk om eerst zelf te verstaan wat er in de Bijbeltekst stond. Ook als ik in het verleden over een bepaalde tekst gepreekt had, bestudeerde ik die opnieuw. Soms was het al vroeg in de morgen voordat ik ermee klaar was. Ik ben een keer een hele nacht doorgegaan. Als ik met een tekst bezig was, gebeurde het wel dat ik zo in gedachten was, dat ik door de kamer liep zonder de mensen te zien die op visite waren.”

De inhoud van zijn preken was „Jezus Christus en Die gekruisigd”, zegt de predikant stellig. „De toekomst ligt vast: „Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand”.”