Directeur Bakker: Als het Eben-Haëzerleven er niet meer is, kunnen we de deuren beter sluiten
De Eben-Haëzerschool in Tholen viert dit jaar zijn honderdjarig bestaan. Directeur Martijn Bakker (45) – sinds negentien jaar werkzaam op de school „en een van de eersten van het personeel van buiten de regio” – vertelt met verve over zijn school.

In 1920 werd de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs wettelijk vastgelegd. Toen de Thoolse kiesvereniging van de SGP daar lucht van kreeg, wilden ze er gebruik van maken. „Ouders in Tholen zaten er al langer mee dat het onderwijs dat de kinderen kregen niet matchte met wat ze hun kinderen wilden meegeven”, vertelt Bakker. „Er was gebed geboren uit een diep verlangen om de kinderen onderwijs te geven dat paste bij de Bijbelse waarden en normen. Het was iets wat in de plaatselijke gemeenschap was ingebed, en dat is het nog steeds.”
„De kiesvereniging belegde een vergadering en besloot om ds. G.H. Kersten om raad te vragen. Ds. Kersten moest voor een doordeweekse dienst naar Zeeland en zou met de trein naar huis gaan. Hij nodigde de SGP-leden uit voor de dienst, dan konden ze samen terugreizen. Zo kreeg ds. Kersten in de restauratie van station Bergen op Zoom de vraag voorgelegd: „Geachte dominee, kunnen wij een school stichten? U weet hoe het moet.” De boodschap van ds. Kersten was duidelijk: „Ja, dat kan, en als je de urgentie daarvan voelt, moet je het nu doen.”
De SGP-leden namen ds. Kerstens woorden letterlijk en diezelfde avond klopten ze aan bij de bezorgde ouders met het verzoek om medewerking. De volgende ochtend was er een voorlopig bestuur en niet lang daarna werd een verzoek om een gebouw gedaan bij de gemeente. Dat werd overigens afgewezen, omdat er nog geen schoolvereniging was. Ook dat werd geregeld, en op 3 februari 1925 was de vereniging een feit. De namens koningin Wilhelmina ondertekende akte is nog in het bezit van de school.
Potloodjes
De vereniging kreeg een paar lokalen toegewezen in de openbare school. Op 28 augustus 1925 hield ds. Kersten een openingsrede en vanaf 2 september waren de schooldeuren open voor de leerlingen. „Het waren de lastige jaren twintig en de moeilijke jaren dertig waarin het niet meeviel om rond te komen. De meesters moesten potloodjes ter lengte van hun pink slijpen”, vertelt Bakker. Ook de oorlogsjaren waren ingewikkeld. „Op een avond in januari 1940 kreeg het schoolhoofd te horen dat de school de volgende dag gevorderd werd voor mobilisatie. Pas in 1943 werd de school weer vrijgegeven.”
In de jaren vijftig kwam er meer rust in het schoolleven. „We kregen een eigen school aan de Doelstraat en in 1963 aan de Molenvlietdijk. Toen is ook de naam Eben-Haëzer ontstaan, als verwijzing naar het gebed dat er in de beginjaren was. Toen de school in 2021 naar het huidige gebouw verhuisde, was er niemand die zei dat we nu maar eens een andere naam moesten kiezen. Als dat Eben-Haëzerleven er niet meer is, kunnen we de deuren beter sluiten.”
Verhaal
De school, inmiddels gevestigd in een gebouw met nog een basisschool, een school voor speciaal onderwijs, een bibliotheek en een kinderopvang, heeft vanaf het begin „iets interkerkelijks in het DNA”, volgens Bakker. „Officieel zijn we een christelijke school op gereformeerde grondslag, vanuit de SGP-kiesvereniging, met een groot aandeel vanuit de gereformeerde gemeente. Maar in de eerste week stond er ook al een collectebus bij de vrije gereformeerde kerk aan de Visstraat, nu een christelijke gereformeerde kerk. Regelmatig praten we met de verschillende kerkenraden. Ja, we zijn verschillend, en soms is het spannend, maar binnen de school lukt het tot op heden om elkaar in de kern te vinden. Dat vraagt wel iets van iedereen.”
De school kon ontstaan toen het bijzonder en openbaar onderwijs werden gelijkgesteld. Nu lijkt vanuit de overheid een omgekeerde beweging gaande. Hoe kijkt Bakker hier tegen aan? „Kijk, vroeger was de school een gebouw, nu is het een verhaal. We zijn ons er meer en meer van bewust wie wij willen zijn in deze maatschappij, wie wij willen zijn voor de kinderen, wie wij zijn ten aanzien van de kerk. Vanuit dat verhaal ben ik ook niet heel bang voor wetgeving. Wij moeten vooral doen wat onze opdracht is. De opdracht vanuit de overheid en bovenal de opdracht vanuit het Woord. Mogelijk gaat dat schuren, maar vooralsnog zie ik geen aanleiding om ons door angst te laten leiden.”
„De trouw van de Heere is groot. Als we op Hem zien, dan komt het goed. Zo kom je weer terug bij onze opdracht. Die is tweeledig: kinderen opvoeden tot volwaardige burgers van deze maatschappij en bovenal vormen tot burgers van het Koninkrijk der hemelen, in afhankelijkheid van wat de Heere doet. Dus heb je er vertrouwen in? Ja. En of dat dan met de Eben-Haëzerschool is, of dat de Heere een andere tijd geeft zonder onze school, het werk gaat door.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Reformatorisch onderwijs







