Predikant die kinderen premier Orbán doopte: Grote zwakte dat kerken zo loyaal zijn aan regering
De Hongaarse methodistenpredikant Gábor Iványi leidde de huwelijksdienst van Viktor Orbán en doopte zijn kinderen. Nu geldt hij als een van de grootste critici van de premier. „Ik heb hem gezegd dat hij onderweg is naar de hel als hij zo doorgaat.”

Ivanyí (74) heet zijn Nederlandse bezoekers welkom in zijn hoofdkantoor, in een buitenwijk van Boedapest. Hij huist in een ruime kamer op de eerste verdieping. De schemerachtige ruimte hangt vol met schilderijen en presentjes, gekregen van onder andere Israëlische instellingen. Op een poster achter hem ligt een dakloze op een bankje voor het imposante parlementsgebouw. Er staat een bureau, een bed en er is een zithoek.
De beroemdste prediker van Hongarije zijgt neer en steekt van wal. Een tolk – Iványi spreekt noch Engels, noch Duits – geeft zijn zinnen door, die hij bedachtzaam formuleert en monotoon en krakerig uitspreekt.

De methodist verhaalt over Nederlandse groepen „gereformeerde jongeren” die vroeger kwamen helpen om zijn panden op te knappen. „Ze waren 17, 18 jaar en al heel zelfbewust. Ik was van ze onder de indruk; ze hadden duidelijk goed onderwijs genoten.” Maar vooral gaat het over hoe de regering-Orbán zijn kerk, de Hongaars-Evangelische Broederschap, en bijbehorende instellingen voor sociaal werk aanviel. En hoe hij hoopt dat de huidige oppositie de verkiezingen gaat winnen.
„Er hangt verandering in de lucht”, zegt Iványi. „Hetzelfde gevoel had ik toen in 1989 de communistische regering viel en in 1990 de oppositie een tweederdemeerderheid behaalde. Eenzelfde soort verandering is opnieuw mogelijk. Steeds meer mensen zijn de huidige regering zat.”
Intussen duwt Iványi de stekker van zijn verwarming in het stopcontact. Nu heeft dat nog zin, in april misschien niet meer. Waarschijnlijk sluit staatsbedrijf MVM dan de elektriciteit af. In zijn kerk gebeurde dat al.
Hoe krijgt u de regering zo boos dat ze uw elektriciteit wil afsluiten?
„Het is begonnen tijdens het eerste kabinet-Orbán, 1998-2002. Orbán nodigde mij als oppositielid uit om met hem op een foto te staan, in ruil voor subsidie. Ik weigerde, vertelde Orbán dat het verraad zou zijn aan de oppositie. Hij was het niet gewend om te worden tegengesproken en werd ontzettend boos. Omdat hij toen niet beschikte over een tweederdemeerderheid in het parlement, liet hij ons met rust. Maar toen hij zestien jaar geleden weer aan de macht kwam, begon zijn aanval op onze instituten.
We hebben ons hier fel tegen verzet. Persoonlijk heb ik hem ook vele malen bekritiseerd. Ik heb hem gezegd dat hij onderweg is naar de hel als hij zo doorgaat. Dat klinkt niet diplomatiek, maar ik ben predikant, geen diplomaat. Orbán vond mijn waarschuwing onacceptabel, want hij beschouwt zich als een van de laatste beschermers van het christendom. Eveneens nam hij het niet in dank af dat ik op de vraag van een journalist of ik Orbán beschouw als een fascist antwoordde met: „Als een vogel eruitziet als een eend, geluiden maakt als een eend en zich gedraagt als een eend, is het waarschijnlijk ook een eend.”
De regering probeert ons kapot te maken, heeft onze scholen afgepakt en zorgde ervoor dat we ons bejaardentehuis moesten overdragen aan de Evangelische Kerk van Hongarije. Ook trok het regime onze kerkelijke status in, waardoor we geen subsidie meer krijgen. En dat terwijl we na de Rooms-Katholieke Kerk en de Hongaarse Hervormde Kerk qua subsidie het derde kerkverband waren. De wet is inmiddels vaak aangepast, en wel dusdanig dat we er niet aan kunnen voldoen. In de volksmond heet de wet daarom ook wel ”Lex Iványi”.

Nog steeds hebben we ziekenhuizen, scholen, een daklozentehuis en een gaarkeuken. Maar we vrezen het onder deze regering niet nog eens vier jaar vol te houden. De baas van het staatsbedrijf dat ons elektriciteit levert, is een vriend van Orbán en wil in april de levering stopzetten. Tenzij er een wonder gebeurt; dat hebben we de afgelopen zestien jaar al vaak gezien.”
Op welke wonderen doelt u?
„Het zou een wonder zijn als de huidige regering blijft zitten en we toch door kunnen met ons werk. Het zou ook een wonder zijn als er een regeringswissel komt en onze vervolging stopt. We hopen dat we dan onze rechten terugkrijgen en de staat zijn schuld aan ons uitbetaalt, zodat wij ook onze schulden kunnen aflossen.
In mijn leven heb ik veel tegenslag gehad. Tot nu toe hebben tegenslagen iets goeds uitgewerkt. Hoe harder de regering tegen ons optreedt, hoe meer de bevolking ons steunt.”
Kunt u uw kritiek op Orbán verduidelijken?
„Hij voert een onmenselijk beleid. Zijn regeringen hebben schaamteloos veel gestolen van de bevolking: geld voor onderwijs, cultuur en wetenschap is in eigen zakken beland en de persvrijheid is uitgehold. Ook heeft hij zijn land en bondgenoten verraden: we zitten in de NAVO, maar Orbán rapporteert voortdurend aan de Russische president Vladimir Poetin. Het is afschuwelijk dat hij zich beroept op christelijke waarden.
Politiek moet gaan over het welzijn van mensen, maar hij maakt vooral een kleine groep rond hemzelf rijk. Vier op de tien Hongaren worstelen met serieuze financiële problemen, terwijl Hongarije niet zo’n arm land zou hoeven te zijn.”
Er zijn ook christenen die Orbán juist prijzen vanwege het opkomen voor christelijke waarden.
„Orbán neerzetten als beschermer van het christendom is belachelijk. Wat hij over het christendom en zijn persoonlijk geloof zegt, heeft niets te maken met het echte geloof, namelijk het volgen van de Verlosser: Jezus van Nazareth. Orbán heeft zich laten dopen in de Hongaarse Hervormde Kerk, omdat hij dacht daar politiek voordeel bij te hebben.
Helaas zijn er in ons land veel christenen die Orbán slaafs volgen, net als dat er in de Verenigde Staten veel christenen Trump prijzen. En dat terwijl hun politiek niets met geloof te maken heeft.
Noch de Hongaarse Hervormde Kerk, noch de Rooms-Katholieke Kerk heeft zich ooit publiekelijk kritisch uitgesproken over Orbán en zijn regering.
Over het intrekken van onze kerkelijke status zwegen de grote kerken ook, op enkele individuen na. Alleen de Joodse gemeenschap nam het voor ons op. Dat kerken zich zo loyaal opstellen tegenover de regering is een grote zwakte. Misschien is het wel een van de redenen dat de Rooms-Katholieke Kerk sinds 2011 circa 1 miljoen leden heeft verloren.”
Kerken zwijgen uit vrees subsidie te verliezen?
„Ja. Zo heeft aartsbisschop Péter Erdő gezegd dat hij zonder staatssubsidie al zijn instellingen zou moeten sluiten en dat vluchtelingen helpen volgens de overheid als mensenhandel geldt en dus strafbaar is.
Veel mensen en instellingen zijn financieel afhankelijk van de regering, vooral wie voor de staat werkt of subsidie ontvangt. Zodra er ook maar een vermoeden is van sympathie voor de oppositie, kunnen baan of voordelen verdwijnen. In sommige regio’s wordt mensen zelfs gevraagd hun stembiljet te fotograferen om te bewijzen dat ze op Fidesz hebben gestemd. Het klinkt ongelooflijk, maar dit is het Hongarije van nu.”
Onder orthodoxe christenen klinkt ook waardering voor de regering-Orbán. Bijvoorbeeld vanwege de conservatieve lijn rond gender en lhbti en zijn stellingname tegen immigratie en islamisering.
„De regering is schijnheilig. Er is verschil tussen wat ze zegt en doet. Ik ken geen andere partij dan Fidesz waarin zo veel homo’s politiek actief zijn. Verder zijn er de afgelopen jaren meerdere schandalen rond seksueel misbruik aan het licht gekomen, waarbij de plegers nauw gelieerd waren aan de regering.
Wat betreft migratie: de regering-Orbán heeft tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 grote drommen migranten met grote snelheid laten doortrekken naar Oostenrijk. Dat was fout, want het was de taak van Hongarije om iedereen te controleren en terroristen en criminelen tegen te houden. In die zin is onze regering medeplichtig aan aanslagen die in West-Europa zijn gepleegd.
Tegelijk is de harde, vijandige opstelling van de regering jegens migranten on-Bijbels. In de Schrift staat dat je van vluchtelingen moet houden; Jezus moest ook vluchten. Christenen zouden immigratie ook kunnen zien als kans. Het is niet meer per se noodzakelijk om naar de andere kant van de wereld te gaan, zoals zendelingen eeuwenlang deden. Mensen van ver kunnen we nu in eigen land met het Evangelie bereiken.”

In 1977 wordt Iványi veroordeeld vanwege misbruik van het recht op vereniging. In 2022 valt de belastingdienst zijn hoofdkantoor binnen, op zoek naar bewijsmateriaal voor vermeende fraude. Daarop verzamelen aanhangers zich voor de deur en proberen door een menselijke keten van belastingambtenaren heen naar binnen te dringen. In 2024 wordt Iványi vervolgd: hij zou de menigte tegen de agenten hebben opgezet. Daarvoor riskeert hij meerdere jaren cel. Twee maanden geleden stond hij voor de rechter.
Opnieuw hangt er een veroordeling boven uw hoofd. Hoe kijkt u naar uw huidige rechtszaak?
„Het is een politiek proces. Pas in 2024 is een procedure gestart voor iets wat ik twee jaar ervoor zou hebben gedaan, vermoedelijk zodat de regering de zaak in de campagne kon gebruiken. Maar de tijd heeft zich tegen hen gekeerd: de zaak is veel groter geworden en levert de regering zeker geen stemmen op.
Ik heb voor de rechter mijn kijk op de zaak uit de doeken gedaan. Verder interesseert het me niet en ben ik er emotioneel ook niet door geraakt. Ik zie het als een eer om onschuldig voor de rechter te staan. Ik sta ermee in een goede christelijke traditie: ook Jezus stond voor de rechter.”
Jezus’ rechter was niet eerlijk.
„Of mijn rechter eerlijk is, weet ik nog niet; de uitspraak volgt pas op 4 mei. Als hij eerlijk is, seponeert hij de zaak. In Hongarije geldt helaas vaak: hoe hoger je in de rechtspraak komt, hoe politieker de uitspraken. Het is verdrietig dat rechters zo hun oren laten hangen naar de macht.
Heeft dé oppositiekandidaat, Péter Magyar, zich er publiekelijk over uitgelaten?
„Over gevoelige kwesties houdt hij zich op de vlakte. Wel heeft hij indirect gezegd dat mensen van wie de regering hun rechten heeft ontnomen, deze weer terug moeten krijgen. Over onze ingetrokken kerkelijke status heeft zijn partij Tisza contact met ons gezocht. Magyar heeft beloofd de wet te herzien. Ik hoop dat ik hem kan geloven.”
U gaat op hem stemmen?
„Waarschijnlijk wel. Ik noem mezelf links-liberaal en Magyar is eerder rechts, maar ik zie geen alternatief en ik wil mijn stem niet verloren laten gaan. Tisza draait ook niet om een persoon, maar is een serieuze kracht voor verandering.
Ik hoop dat het tijdperk-Orbán eindigt, dat de nieuwe regering het lef heeft de oude machtshebbers naar de gevangenis te sturen. En dat ik onder nieuw leiderschap weer een nieuw energiecontract kan afsluiten.”
Dit is het slot van een tweeluik over de Hongaarse verkiezingen.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Hongarije
- Beste van RD





