ConsumentReportage

Mooi melkschuim op je koffie hoeft niet duur te zijn

Een beetje gastheer of -vrouw zet bezoekers tegenwoordig een kop koffie met onberispelijke melkschuimlaag voor. Het maken van zo’n wit dekentje is niet eenvoudig, zo blijkt.

Een glas  op een licht-granieten aanrecht. In het glas zit schuim dat grotendeels wit is, en aan de randen lichtbruin. Onderin het glas zit bruine vloeistof.
beeld RD

Dat je de melk voor een kopje koffie opschuimt, is al heel lang gebruikelijk. Ik heb m’n moeder decennialang met de garde in een steelplan horen kloppen. Maar het schuimlaagje dat al dat geklop opleverde, valt in het niet bij de zachte melkschuimdekentjes die ik sinds zo’n tien jaar op de koffie zie liggen. En dat komt door de opkomst van elektrische melkopschuimers.

Corona stuwde de verkoop van luxe koffiemachines aan particulieren. In de lockdown troostten we ons thuis met een subliem bakkie troost. Parallel aan de stijgende populariteit van espressomachines loopt de opkomst van automatische melkopschuimers. Want voor een cappuccino heb je niet alleen goede, sterke koffie nodig, maar ook mooi melkschuim.

Teleurstellend

In mijn eigen keuken heb ik ruim vier jaar de melk met de hand geklopt, in een steelpannetje. Steeds met teleurstellend resultaat. Het schuim was een ogenblik mooi, maar was na vijftien seconden weer verdwenen. Nadat ik tijdens een interview koffie kreeg uit hetzelfde Senseo-apparaat als ik zelf heb, aangevuld met melk uit een opschuimer, was ik om: zó wil ik mijn gasten ook kunnen trakteren.

op een houten snijplank staat een melkopschuimer, een kannetje dat bovenaan van staal is, en onderaan van zwart plastic. In het kannetje zit een ijzeren spiraatje bevestigd. naast het kannetje ligt een transparant dekseltje
beeld RD

Dus vergeleek ik online verschillende apparaatjes. Je hebt er die meer dan 100 euro kosten, een heel aantal van rond de 70 euro, en ook goedkope modellen van 30 euro. De techniek is bij vrijwel alle prijsklassen eender: terwijl de melk verhit wordt, draait een spiraaltje hard rond, waardoor er lucht in de melk wordt geklopt. Bij de discounter om de hoek van de straat schijnen ze er ook eentje te hebben, voor 20 euro. Ik besluit die te proberen.

Helaas, het schuim ziet er totaal niet aantrekkelijk uit, met grote bellen

Thuis pak ik het ding uit, lees in de handleiding waarvoor de verschillende standen zijn en doe een test. Met volle melk, want er is mij altijd verteld dat dat het beste schuimt. Verwachtingsvol kijk ik door het transparante dekseltje. Na negentig seconden maken drie piepjes duidelijk dat het programma klaar is. Helaas, het schuim ziet er totaal niet aantrekkelijk uit, met grote bellen die snel knappen. Net als in het steelpannetje.

Bovenaanzicht van een glas met daarin opgeklopte melk met heel grote bellen
beeld RD

Is er iets mis met de melk, of met de machine? Ik raadpleeg de website van de Consumentenbond. Daar lees ik over het Italian National Espresso Institute (INEI). Volgens dat instituut is verse, volle koemelk het meest geschikt. Maar ja, dat ligt niet voor het grijpen in een stad. En ongepasteuriseerde melk is ook maar zo’n drie dagen houdbaar – ik doe met 1 liter meestal meer dan een week.

Eiwitten

Belangrijk is, zo zegt het INEI verder, dat de melk minimaal 3,2 procent eiwitten bevat en minimaal 3,5 procent vet. De eiwitten zorgen voor stevigheid, waardoor de belletjes niet kapotgaan; het vet maakt het schuim vloeibaar.

Aha, daar ging het bij mij mis. De volle melk in mijn koelkast bevat wel 3,5 procent vet, maar te weinig eiwitten. Tijdens het volgende bezoek aan de supermarkt neem ik de biologische variant mee. En die schuimt bijzonder goed. Zelfs een tikje té goed; het schuim is zo stevig dat het nauwelijks meer schenkbaar is. De oplossing? Het kannetje eerder van de houder afhalen, zodat het programma niet helemaal afgedraaid wordt. Of nog vettere melk kopen, zodat de belletjes soepeler over elkaar kunnen tuimelen. Duurdere machines zullen vast nog andere opties hebben om een dergelijk probleem te verhelpen. Maar voor een laagje gebakken lucht hoef je dus niet per se diep in de buidel te tasten.