OpinieOpinie

Reformatorische kerken verschillen minder dan het lijkt

Voor de buitenwacht lijken de reformatorische kerkverbanden toch wel erg op elkaar. Laat die blik de verschillen niet wegpoetsen, maar wel relativeren.

Een gemeentelid verhuisde in de jaren 70 vanuit Zuid-Holland naar Drenthe. Hervormd als hij was, ging hij eerst naar de dorpskerk, maar die bleek vrijzinnig. Een dorpsgenoot verwees hem naar Vledderveen, want „daar is een ‘zwartekousenkerk’; misschien passen jullie daar wel.” Nou, hij dacht van niet. De zwartekousenkerk, dat waren in zijn geboortedorp de oud gereformeerden. Die waren echt heel anders dan zij, bonders. Maar toch maar eens geprobeerd. Wat bleek? De kerk in Vledderveen voelde precies als zijn thuisgemeente. Ineens was hij ”van de zwartekousenkerk” geworden…

Op Urk waren we met vijftien (!) collega’s die allemaal uit dezelfde catechismus preekten

Die ervaring is er vaker. Wie van buiten de Biblebelt kijkt, ziet kerkverbanden die toch wel erg op elkaar lijken. Journalisten die verslag deden van de refowereld, zoals Jonah Falke en Maarten Dallinga, sloegen een accolade om álle reformatorische kerken. En die voelden zich ook állemaal aangesproken.

Dat is bepaald niet vreemd. Als je voorkeur uitgaat naar dezelfde politieke partij, dezelfde krant en dezelfde scholen, dan heb je iets belangrijks gemeenschappelijk. En ze zingen dan ook nog dezelfde ‘ouderwetse’ psalmberijming. Dat is in deze tijd ook opmerkelijk eendrachtig; tempoverschillen tellen voor de buitenwereld amper.

Nu is hier natuurlijk ook een belangrijk stuk cultuur bij, maar zeker ook inhoudelijke eendracht. Op Urk waren we met maar liefst vijftien (!) collega’s die allemaal uit dezelfde catechismus preekten.

De witte vuurtoren van Urk met op de achtergrond woonhuizen en diverse kerkgebouwen tegen een blauwe lucht.
„Op Urk waren we met vijftien (!) collega’s die allemaal uit dezelfde catechismus preekten.” beeld Getty Images

Herkenning

Maar als je wat nauwkeuriger kijkt, dan zijn er toch wel heel wat verschillen? Niemand gelooft dat kanselruil tussen een oud gereformeerde en een Nederlands gereformeerde ambtsbroeder goed zou landen. Een buitenstaander ziet de verschillen niet die wél wezenlijk zijn als je innerlijk betrokken bent.

Hoe waar dat ook is, ik geloof dat er ook van dichterbij bezien (soms) meer overeenstemming is dan het lijkt. Ik werd geraakt door de woorden tijdens de synode van de Gereformeerde Gemeenten: het aanbod kon ook volgens de Gereformeerde Gemeenten in Nederland „algemeen, welmenend en onvoorwaardelijk” genoemd worden, „mits de prediking „onderscheid maakt tussen de hoorders” en niet stelt „dat Christus voor alle hoorders gestorven is”. In die woorden kan ik mij geheel vinden! Niet in alles wat er ook nog bij gezegd is, maar wel in dit, wat kennelijk het hoofdpunt is.

Tussen predikanten uit de hele breedte van de reformatorische kerken is er soms diepe geestelijke herkenning

Dat past bij een andere ervaring. Van meer dan één ambtsdrager uit de Gereformeerde Gemeenten in Nederland hoorde ik dat zijn lievelingsauteur R.M. McCheyne is. Dat gaf herkenning. Wat was die prediker helder in de verkondiging van het Evangelie, en scherp in het onderscheid tussen ware en valse genade. Ik geloof dat we daar allebei ook wel een beetje jaloers op waren.

Zo is het vaker. In allerlei informele settingen is er contact tussen predikanten uit de hele breedte van de reformatorische kerken – en soms met diepe geestelijke herkenning. We staan dichter bij elkaar dan het vaak lijkt.

Piketpaaltjes

Maar is dit geen wensdenken? Want op een synodevergadering klinken er ook stevige woorden. Er worden piketpaaltjes gezet. En dichter bij huis: een preek van iemand uit een ander kerkverband (naar meerdere kanten) voelt soms wel écht anders. Soms zodanig dat die serieuze bezwaren bij me oproept – en diezelfde ervaring zal men andersom hebben.

Dit is de realiteit, maar het doet me pijn om dit te schrijven. Dan heb je een gesprek van hart tot hart – en denk je vervolgens tóch: maar ik zou je niet graag elke zondag op onze kansel hebben.
Hoe kan dat, hoe bestaat dat? En vooral: hoe komen we verder?

Als je focust op de verschillen, worden de verschillen ook groter

We zijn in onze kringen gewend geraakt aan afbakening ten opzichte van de ander. Maar als je focust op de verschillen, worden de verschillen ook groter. Het is logisch dat je soms de verschillen moet benoemen. Maar als die afgrenzing een te belangrijke focus wordt, dan ga je ook anders preken. Dan word je bang om te veel te gaan lijken op die ander.

Het is niet eerlijk om verschillen te verdoezelen – maar wel vruchtbaar om meer gericht te zijn op de kern. Het kan daartoe behulpzaam zijn om regelmatig de eigen preken te beluisteren door de oren van een buitenstaander. Een levende christen uit een wat andere traditie hoeft het niet precies met je eens te zijn, maar zou toch begrip moeten kunnen hebben voor wat je zegt.

Of nog een stap verder: wat zou je op straat vertellen aan iemand die nog nooit van de Heere Jezus heeft gehoord? Misschien zouden een ‘linkse’ en een ‘rechtse’ broeder wel precies hetzelfde vertellen. Waarschijnlijk zal meer aandacht voor evangelisatie ons dichter bij elkaar brengen!

Het kan niet zo zijn dat we drukker zijn met ons beschermen tegen broeders dan tegen echte vijanden

Accenten

Van alle discussies die ik over kerkmuren heen gehad heb, bewaar ik de beste herinneringen aan die waarbij we open aan elkaar vroegen: „Wat staat er voor jou op het spel?” In die zorg kon je elkaar dan herkennen. En als je weet wat de ander als front ziet, kun je soms ook zijn accenten begrijpen, en tegelijk alerter worden op gevaren die je over het hoofd zag. De een is (terecht) bang dat hoorders zich bedriegen. De ander is (even terecht) bang dat hoorders het gevoel krijgen dat God hen bedriegt.

Omdat niemand exact dezelfde plaats ontvangen heeft in de ”militia Christi” (het leger van Christus), móéten er accentverschillen zijn. Maar meer dan dat moeten het dan ook niet zijn. Het kan niet zo zijn dat we drukker zijn met ons beschermen tegen broeders dan tegen echte vijanden.

Jezelf regelmatig bekijken door het oog van een buitenstaander is relativerend. Je eigen preken regelmatig vergelijken met een voorganger als McCheyne is verootmoedigend. Beide samen werkt – onder Gods zegen – verbindend.

Ds. M. van Reenen is hersteld hervormd predikant en evangelist in Vledderveen.