Wekelijkse meditatie: Nodiging
In de tekstwoorden die we overdenken, lezen we iets merkwaardigs ten aanzien van de uitnodigingen. Armen, verminkten, kreupelen en blinden worden specifiek genodigd tot „een groot avondmaal”.

Toch is daar iets aan voorafgegaan. De oorspronkelijke genodigden hebben allemaal geweigerd. Het lijken allemaal geldige redenen. En toch is in al deze excuses een geheel gericht zijn op het hier-en-nu te beluisteren. Soms ook met het vreselijke excuus: ik kan mezelf toch niet bekeren. Toch zal dan eens klinken uit de mond van Koning Jezus, zo we ons niet in waarheid bekeren: „Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze hier voor mij dood.”
„Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier in.”
Lukas 14:21b
Hoe heeft Hij ook als mens hier op aarde geweend over zo veel verharding en onverschilligheid van Zijn volk. Maar nu het wonderlijke. Hij zendt Zijn knechten uit op een bijzondere wijze. Tot wie worden ze gezonden? Ze worden eropuit gestuurd om een volk te nodigen dat men er nu nooit zou verwachten. Ze moeten in de straten en wijken van de stad des verderfs gaan. Maar wel met een speciale opdracht. Allereerst moeten ze armen nodigen. Armen? Ja, u leest het goed. Ze hebben niets anders dan schuld en geen cent om een feestkleed te kopen. Laat staan een geschenk mee te nemen. En toch spreekt nu de Zoon van de nodigende Koning ze zalig. Hoor: „Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen” (Mattheüs 5:3). Wat een onuitsprekelijk wonder: alles verloren en rechteloos en dan te horen: „Komt, want alle dingen zijn nu gereed.” Zulke armen zullen aan ’s Konings tafel wegzinken in verwondering. Ze roepen dan uit: „Waarom was het nu op mij gemunt, daar zo veel anderen verloren gaan?”
Maar hoor de verdere instructies van de Koning. Ook verminkten en kreupelen moeten de nodiging ontvangen. Sommigen zijn zo gehandicapt dat ze niet eens kunnen spreken. Of ze zijn zo kreupel aan beide voeten dat ze aan de tafel gebracht moeten worden. Het zijn vaak zeer arme stakkers die geholpen moeten worden. Ze kunnen alleen maar de lege hand uitstrekken of soms zelfs dat niet eens. En toch is het de hand van het ware oprechte geloof om een kruimeltje genade. Er zijn er zelfs ook onder die door vier gedragen moeten worden. Juist zij worden genodigd. Het zijn de Mefiboseths. Allemaal roepen ze aan de tafel uit in verwondering: „Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een dode hond, als ik ben” (2 Samuël 9:8)? Dan spreekt Hij ze wel liefelijk toe: „Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.”
Arme, kreupele en blinde ziel, houd moed; Hij verlaat nooit wat Zijn hand begon
Maar dan is er nog een aparte groep die hier genoemd wordt. Het zijn de blinden. Al kunnen ze niet zien, toch zijn ze levend gemaakte zielen, want ze kunnen horen en roepen om genade. Juist zij zijn zo ontzettend afhankelijk. Het is aan hun kant onmogelijk om als een blinde geleid te worden naar de bruiloftszaal. Ze vrezen bij elke stap om in de eeuwige afgrond van ach en wee buiten God en Zijn gemeenschap te vallen. Om dan de nodiging te horen, het Woord van de Koning: „En Ik zal de blinden leiden door de weg die zij niet geweten hebben, (…) en Ik zal hen niet verlaten” (Jesaja 42:16). Arme, kreupele en blinde ziel, houd moed; Hij verlaat nooit wat Zijn hand begon.
Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Wekelijkse meditatie




