RecensieBoekrecensie

Profetische blik op macht en manipulatie

De meeste lezers zullen ”1984”, de sombere, dystopische roman van de Britse schrijver George Orwell, wel kennen. Wreed en systematisch wordt de burger daarin onderdrukt. Kansloos is hij tegenover een alomtegenwoordig systeem van controle en repressie.

Zwart-witfoto van een fabriekshal waarin mensen werken bij spinmachines.
Voor en in de Tweede Wereldoorlog zag Huxley hoe onder de rook van de industriële revolutie totalitaire systemen opkwamen die zorgden voor nieuwe orde en saamhorigheid in de maatschappij. beeld Wikimedia

De Brits-Amerikaanse schrijver Aldous Huxley (1894-1963) was niet minder pessimistisch dan Orwell, maar voorzag een heel andere manier waarop het individu het uiteindelijk zou afleggen tegen ”het systeem”. In zijn beroemde roman ”Brave New World” uit 1932 beschrijft hij hoe de maatschappij, geheel gebaseerd op wetenschap en technologie, ultra-efficiënt wordt ingericht. De mensen geven daarbij zonder morren hun waarden, individualiteit en zelfbeschikkingsrecht op. Niet gedwongen door geweld, maar geduldig verleid en in kleine stapjes. Autonomie en vrijheid worden opgeofferd aan steeds meer vermaak, comfort en bedwelming. En net als bij Orwell is verzet uiteindelijk zinloos. Je kunt wel afzien van comfort en de bedwelming afwijzen, maar het systeem is onontkoombaar en zal niet veranderen.

Zowel Orwells als Huxleys verhaal past helemaal in het Hollywoodpatroon van een eenling die dapper strijdt tegen het perfide systeem. Tot op de dag van vandaag ondergraaft dit cliché geworden patroon het vertrouwen in overheden; de eenzame held moet het immers nog altijd opnemen tegen corrupte bazen en organisaties.

De held verslaat het systeem niet glorieus, maar gaat gebroken en verslagen ten onder of geeft de strijd op

Beide boeken onderscheiden zich door een somber einde; de held verslaat het systeem niet glorieus, maar gaat gebroken en verslagen ten onder of geeft de strijd op.

Invloedrijke personen

Veel minder bekend is Huxleys essay ”Tijd van de oligarchen” uit 1946, dat nu vertaald is door Thomas Heij en uitgegeven is met een voorwoord van Bas Heijne. Heijne houdt zich al langer bezig met vraagstukken rond persoonlijke, culturele en nationale identiteit, de invloed van media en andere (zorgelijke) maatschappelijke ontwikkelingen. Hij koppelt zijn observaties en analyses vaak aan het werk van invloedrijke personen, zoals Gandhi, Martin Luther King en Mandela, maar ook Orwell en Camus. Het zijn schrijvers en denkers die de groeiende macht van systemen en doctrines bekritiseerden en aan de kaak stelden hoe nationalisme, racisme, kapitalisme en andere -ismen greep krijgen op het individu en zelfbeschikkingsrecht en persoonlijke vrijheid bedreigen. In dat kader past ook Huxley perfect.

In Huxleys analyse zijn totalitaire systemen verbonden met technologische vooruitgang en centralisatie. De (technologische) vooruitgang zorgt voor een sterk veranderende wereld, voor werkloosheid en daarmee voor onrust. „De oorzaak van deze troosteloze toestand is de voortschrijdende toepassing van de uitkomsten van zuivere wetenschap ten gunste van massaproductie en massadistributie, met het onbewuste of bewuste doel de macht van de financiële wereld, industrie en regering verder te centraliseren.”

Hernieuwde trots

Voor en in de Tweede Wereldoorlog zag Huxley hoe onder de rook van de industriële revolutie totalitaire systemen opkwamen die zorgden voor nieuwe orde en saamhorigheid in de maatschappij. Ze maakten een einde aan werkloosheid en verdeeldheid en zorgden voor een gemeenschappelijk doel, hernieuwde trots en superioriteitsgevoelens.

Huxley schetst een toekomst waarin een extreem rijke elite over middelen beschikt waarmee de massa kan worden gemanipuleerd

Met als voorbeeld de ontwikkeling van tanks, raketten en uiteindelijk de atoombom, schetst Huxley een toekomst waarin een extreem rijke elite over middelen beschikt waarmee de massa kan worden gemanipuleerd; dit zal volgens hem uiteindelijk leiden tot een nieuwe wereldoorlog. Of het dan gaat om rijke magnaten of om communistische overheden, maakt voor Huxley geen verschil.

De elite of een partij verzamelt steeds meer productiemiddelen in eigen hand, tot ze de massaproductie en massadistributie in een ijzeren greep heeft. Dit doorslaggevende economische voordeel leidt volgens Huxley onvermijdelijk tot een wapenwedloop, want de economische voorsprong moet verdedigd worden tegen, of juist worden ontfutseld aan, andere elites of landen.

Corruptie

En Huxley ziet nog een probleem: „Nog nooit heeft een overdaad aan macht zijn bezitters niet gecorrumpeerd.” Toen de atoombom er eenmaal was, werd het onvermijdelijk dat hij ook gebruikt zou worden. Die verleiding is simpelweg te groot voor mensen met macht, die Huxley vergelijkt met boygangsters. Ze handelen niet rationeel, maar gedreven door geldingsdrang, competitie en een misvormd beeld van de werkelijkheid en van zichzelf.

Bij Huxley valt dit schrikbeeld van wanbestuur en ophoping van geld en macht samen met een toenemende manipulatie van de bevolking. Doordat de burger zelf steeds minder grip heeft op bezit, beheer en distributie van productiemiddelen, zal hij steeds meer van zijn autonomie moeten inleveren voor toegang tot wat hij nodig heeft.

Ligt hier niet een parallel met de Bijbelse geschiedenis van Jozef? Als onderkoning nam hij de Egyptische bevolking eerst de overschotten van de oogst af en verkocht die vervolgens aan hen terug. Eerst voor hun geld en goud, daarna voor hun land en ten slotte voor hun eigen lijf en leden. Dat was levensreddend voor velen; door hem hield God een groot volk in leven, zoals Genesis 50 zegt. Maar het leidde ook tot extreme rijkdom bij de kleine elite rondom de farao en slavernij voor nagenoeg iedereen die in Egypte woonde.

Toen het volk Israël, dat ook nog zwaar werd onderdrukt, om hulp riep, werd het uit die slavernij uitgeleid. Het is veelzeggend dat God bij deze exodus een uitgebreide wet- en regelgeving gaf die slavernij in de toekomst moest voorkomen. Daarbij werd steeds herhaald dat iedere vrije Israëliet zijn eigen land moest hebben en dat er iedere zevende dag en elk zevende jaar rust moest zijn, met uiteindelijk kwijtschelding van schulden.

Accurate voorspelling

Huxley noch Heijne noemt deze Bijbelse parallel, maar in ”De tijd van de oligarchen” wordt wel sterk benadrukt dat ieder mens de beschikking zou moeten hebben over de middelen om het eigen leven te kunnen leiden. Zelfstandige, kleine boeren bijvoorbeeld moeten zelf of via een coöperatie toegang hebben tot de (wereld)markt en niet afhankelijk worden gemaakt van kapitaalverstrekkers, distributeurs of handelaren.

Het is een voorbeeld van een problematiek die Huxley aan de kaak stelt. Heijne heeft gelijk dat het beangstigend is hoe accuraat Huxleys voorspellingen waren. Niet alleen voor het ontstaan van de Koude Oorlog, maar ook voor de greep die bigtechbedrijven tegenwoordig hebben op de wereldpolitiek, juist door hun extreme rijkdom en hun invloed op de persoonlijke denk- en leefwereld van miljarden burgers. Burgers die, precies zoals Huxley voorspelde, steeds meer autonomie en persoonlijke vrijheden, normen en waarden, inleveren voor steeds meer gemak en bedwelming door extreem verslavende apps – al kon Huxley de digitale revolutie natuurlijk niet voorzien.

Heijne merkt terecht op dat de kracht van Huxley vooral zit in het scherp zien van de verbanden en het doorzien van de problematiek; niet zozeer in een afgewerkte stijl of presentatie. Dat laat onverlet dat het een intrigerend boek is, rond zeer actuele thema’s, waar ook vanuit christelijk perspectief een visie op zal moeten worden geformuleerd.

Bewustwording

Terecht dus dat er nu een heruitgave van Huxleys essay beschikbaar is. Huxley suggereert dat een tegenbeweging mogelijk is, door decentralisatie, door wetenschappers die hun verantwoordelijkheid nemen en niet bijdragen aan het bouwen van manipulatieve systemen, en door burgers die zich verzetten tegen gelijkschakeling tot uniforme consumenten zonder eigenheid of identiteit. Een heldere roep om te streven naar ontwikkeling, het scherpen van de geest en het aangaan van discussie en gesprek. Dat vraagt om bewustwording en om weloverwogen (re)actie van ons allemaal.

Groen-blauwe boekomslag met de titels in rode letters.

De tijd van de oligarchen. Over technologie, vrijheid en vrede

Aldous Huxley; met een inleiding van Bas Heijne

uitg. Prometeus

110 blz.