Kerk & religieChristelijke Gereformeerde Kerken

Deputaten CGK: Wat Rijnsburg wil gaan doen, heet afscheiding

Als christelijke gereformeerde kerken (cgk’s) rond Rijnsburg het kerkelijke leven daadwerkelijk opnieuw gaan opbouwen via classes en synoden, dan is er sprake van „afscheiding” en „het vormen van een nieuw kerkverband”.

Mannen in zwarte pakken achter een vergadertafel.
Afgevaardigden naar de laatst gehouden generale synode van de CGK, in 2024 en 2025, in Nunspeet. beeld Ruben Schipper

Dat schreven deputaten vertegenwoordiging van de CGK donderdag in een brief aan alle 181 kerkenraden in het kerkverband. Dat de door Rijnsburg beoogde route feitelijk afscheiding zou betekenen, schreven eerder ook al deputaten kerkorde en kerkrecht van de CGK. En daarvoor betoogden, in een advies aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA), de juristen mr. H. de Hek en prof. mr. dr. W.A. Zondag hetzelfde.

Nu schrijven ook deputaten vertegenwoordiging, een viertal ambtsdragers dat samen met de kerkenraad van de cgk te Hoogeveen een nieuwe synode voorbereidt, dat onverbloemd aan alle plaatselijke cgk’s. Kerken die aan het initiatief van Rijnsburg deelnemen, „moeten zich realiseren dat zij zich buiten het verband van de CGK bewegen”, staat in de brief van donderdag.

Revisieverzoeken

Deputaten verwijzen onder meer naar de revisieverzoeken die zijn ingediend tegen zo ongeveer alle cruciale besluiten van de vorige synode. Daaronder valt ook het besluit om de verantwoordelijkheid voor de toekomst van het kerkverband en de wijze van kerkelijk samenleven terug te leggen bij de plaatselijke kerken.

Met name op dat besluit beroepen de kerken rond Rijnsburg, die op 21 maart samen zullen komen in een zogeheten algemene vergadering, zich. Op deze bijeenkomst, door de organisatoren „een voorstadium van een gewone synode” genoemd, zal gepoogd worden „tot een hernieuwd kerkelijk samenleven te komen” op basis van Schrift, belijdenis, kerkorde en eerder genomen synodale besluiten. Ook zal, zeiden de initiatiefnemers eerder, „een aanzet gegeven worden tot een voorlopige classisindeling”.

Volgens deputaten vertegenwoordiging kan dit kerkrechtelijk dus niet, alleen al omdat tegen de wijze waarop de vorige synode haar vergadering afrondde, revisieverzoeken zijn ingediend. Die revisieverzoeken, die op de synode van Hoogeveen behandeld zullen worden, hebben een opschortende werking voor genomen besluiten.

Samenwerking

Deputaten vertegenwoordiging schrijven verder dat zij verwachten dat de volgende generale synode vervroegd bijeengeroepen zal kunnen worden. Dat betekent dat deze landelijke vergadering nog in het najaar van 2026 zou kunnen plaatsvinden.

„Wie zich als deelnemer verbindt aan Rijnsburg, kan niet worden afgevaardigd naar meerdere vergaderingen”

Deputaten vertegenwoordiging CGK

In hun brief roepen zij alle kerken op zich met een wettige lastbrief te laten afvaardigen naar de classes. Broeders uit kerkenraden die zich „als deelnemer verbinden aan de door Rijnsburg voorgenomen herinrichting van het kerkelijke leven, kunnen niet worden afgevaardigd” naar zogeheten meerdere vergaderingen, schrijven zij.

Volgens deputaten is het „voor een blijvende samenwerking van belang dat Rijnsburg zelf duidelijk maakt welke status het verband van de kerken heeft die zich verbinden aan de besluiten van de algemene vergadering van D.V. 21 maart”. Ook schrijven zij dat „uiteindelijk de generale synode, en zij alleen, erover beslist welke eventuele vormen van samenwerking” er zullen zijn tussen Hoogeveen en Rijnsburg.

Afwijken

De schrijvers van de brief, ds. J.G. Schenau, ds. J. Oosterbroek, ds. J. Nutma en ouderling A.S. Bil, onderstrepen „nog eens de ernst van het afwijken van synodebesluiten”. Zij doelen daarmee op de vele tientallen gemeenten die de achterliggende jaren, tegen herhaalde synodebesluiten in, vrouwen in de ambten van ouderling en diaken hebben bevestigd, of besloten om dat snel te gaan doen. Dit afwijken is „strijdig met artikel 31 van de kerkorde, met de instemming van ambtsdragers met het verbindingsformulier” en met kerkelijke vermaningen die hebben plaatsgevonden. Op de synode van Hoogeveen zal hierover gesproken gaan worden, schrijven deputaten.

„Deputaten houden geen of onvoldoende rekening met situatie waarin CGK zich bevinden”

Initiatiefnemers van kerken rond Rijnsburg

Verder spreken zij de hoop uit dat „de eenheid in plaatselijke kerken bewaard mag worden”.

Ontbinding

In een reactie roepen de initiatiefnemers van Rijnsburg plaatselijke cgk’s ertoe op „zich niet door deze brief van deputaten te laten leiden”. Hun probleem met deze brief is „dat daarin blijk wordt gegeven van het onvoldoende verdisconteren of misschien zelfs ontkennen van de situatie waarin we ons bevinden”. Zij verwijzen naar wat ds. Schenau als voorzitter van de toenmalige synode in 2019 al zei, namelijk dat de CGK „een kerkverband in ontbinding” zijn.

Ook schrijven zij dat de laatst gehouden synode „de afwijkende kerken opriep tot terugkeer, omdat er anders geen weg meer verder was. Noch uitspraken van de rechter, noch ingediende revisieverzoeken bij de komende synode van Hoogeveen veranderen iets aan die situatie. Deputaten lijken echter over deze werkelijkheid heen te stappen en spreken woorden die naar onze overtuiging hun mandaat te buiten gaan.”

Geen afscheiding

De initiatiefnemers van Rijnsburg vinden de stelling dat hun optreden tot een afscheiding leidt, „een onjuiste voorstelling”. Het bijeenkomen van de algemene vergadering op 21 maart is „geen afscheiding”, schrijven zij. „Deze vergadering brengt kerken samen die willen blijven wat ze zijn: christelijk gereformeerd.” Veel meer zou het voor de hand liggen, schrijven zij, om van kerken die afwijken van gezamenlijk genomen besluiten te stellen dat zíj zich „feitelijk buiten het kerkverband hebben geplaatst”.

Verder benadrukken de vertegenwoordigers van de Rijnsburggroep dat zij vanaf het najaar van 2025 geprobeerd hebben met deputaten in gesprek te komen en dat men in januari „een goed gesprek” heeft gehad. Voor aankomende week staat een nieuw gesprek gepland. De kerken rond Rijnsburg willen, zeggen zij, „geen verwarring, maar een einde aan de kerkelijke strijd. Daarom blijven wij de hand uitsteken naar alle kerken om op een constructieve manier te doen wat de vrede dient.”