Kerk & religieChristelijke Gereformeerde Kerken

Kerkrechtdeskundigen over CGK: Zelf classes vormen is nieuw kerkverband beginnen 

Gemeenten die de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) van onderaf willen opbouwen door eigen classes te vormen, beginnen daarmee een nieuw kerkverband.

Tekening met boek waarop ‘’kerkorde’’ staat, een weegschaal en een voorzittershamer
De kerkorde biedt geen ruimte aan plaatselijke kerken om zich „buiten de bestaande classicale structuren in nieuwe classes of andere meerdere vergaderingen” te organiseren.

Dit is in strijd met de kerkorde van de CGK, stellen de kerkrechtdeskundigen mr. H. de Hek en prof. mr. dr. W.A. Zondag in een woensdag verschenen document. Ze geven daarin het college van bestuur van de christelijke gereformeerde Theologische Universiteit Apeldoorn advies over de juridische status van het kerkverband.

Beide juristen doelen, zonder een naam te noemen, op het initiatief van de christelijke gereformeerde kerk in Rijnsburg, die samen met tientallen andere gemeenten op 3 oktober een convent in Veenendaal belegt. Daar zijn alleen gemeenten welkom die zich willen stellen op de grondslag van Schrift, belijdenis, kerkorde en genomen synodale besluiten, bijvoorbeeld over vrouw en ambt en homoseksualiteit. Er wordt onder meer gezocht naar „een hernieuwd en ordelijk samenleven als christelijke gereformeerde kerken met wettige meerdere vergaderingen”.

Het beroep van ‘Rijnsburg’ op de kerkorde als grondslag is volgens mr. De Hek en prof. Zondag, bijzonder hoogleraar kerk, recht en samenleving aan de TUA en predikant van de gereformeerde gemeente in Dordrecht, niet legitiem. Die biedt namelijk geen ruimte aan plaatselijke kerken om zich „buiten de bestaande classicale structuren in nieuwe classes of andere meerdere vergaderingen” te organiseren.

Het kerkgenootschap van de CGK bestaat immers nog en heeft zijn eigen vergaderstructuur, aldus de opstellers van het document. „De veelgehoorde gedachte dat deze samenwerkende plaatselijke gemeenten de CGK voortzetten, de eigenlijke CGK zouden zijn of in plaats komen van de bestaande CGK, mist dan ook een deugdelijke juridische basis.”

Reorganisatie

De kerkrechtdeskundigen wijzen erop dat kerkordelijk gezien het landelijk kerkverband, de classes en de particuliere synodes nog bestaan. Voor een grootschalige –landelijke– reorganisatie van het kerkverband is een besluit van de generale synode noodzakelijk, vinden zij.

Gemeenten mógen zich aan de bestaande kerkelijke vergaderingen onttrekken en eigen bijeenkomsten beleggen, maar daarmee maken ze zich wel los van het landelijk kerkverband, aldus mr. De Hek –rechter in Leeuwarden– en prof. Zondag. Alleen de synode kan beslissen over een eventuele „reorganisatie” van de CGK, „die er bijvoorbeeld op neerkomt dat gelijkgezinde plaatselijke kerken aparte classes vormen”.

Het plan voor zogenoemde interim-classes voor gelijkgezinde kerken lag dit voorjaar op tafel tijdens de synode, maar vond daar geen meerderheid.

De generale synode besloot in juni geen roepende kerk voor een nieuwe synode aan te wijzen, maar de verantwoordelijkheid bij de plaatselijke kerken te leggen. De Petrusgemeente in Broeksterwoude spande een kort geding aan omdat dit volgens haar in strijd is met de kerkorde. ,,Dat is onzes inziens een zeer verdedigbare stelling”, vinden mr. De Hek en prof. Zondag.

Zangkoor

De Theologische Universiteit Apeldoorn leidt onder meer predikanten op voor de CGK en is er organisatorisch nauw mee verbonden. Zo worden de curatoren en de raad van toezicht van de TUA door de synode van de CGK benoemd. „Als plaatselijke kerken zich buiten de bestaande vergaderstructuur om verenigen en eigen meerdere vergaderingen opzetten, vormen ze een nieuw kerkverband”, zegt mr. De Hek desgevraagd. „Daarmee is de TUA dan niet organisatorisch verbonden.”

„De indruk dat je binnen de bestaande CGK een kerkelijke structuur kunt opbouwen, is onjuist”

Mr. H. de Hek, jurist

Als ‘Rijnsburg’ en het Christelijk Gereformeerd Beraad, die aansturen op een convent, „de indruk hebben dat ze binnen de bestaande CGK een kerkelijke structuur kunnen opbouwen, dan is die indruk onjuist”, aldus de christelijke gereformeerde jurist. „Stel, je hebt een mannenkoor, laten we het Asaf noemen, met honderd leden. Van hen zingen er twintig vals en voor de muziek uit. Ze worden erop aangesproken, maar niet geroyeerd als lid, want daar voorzien de statuten niet in. Veertig koorleden besluiten daarop om niet op maandag, maar op dinsdag te gaan oefenen, in hetzelfde gebouw. „Wij zijn Asaf”, zeggen ze. Samen oefenen met alleen leden die niet vals zingen, kan natuurlijk. Maar iedereen weet dat de pretentie dat jij daarmee Asaf bent geworden, onjuist is. Asaf, dat is het zangkoor op maandag. Je kunt dus roepen dat je Asaf bent, maar juridisch ben je een andere vereniging geworden.”

Stuk

De notitie van mr. De Hek en prof. Zondag „is op zich een prima stuk, maar het benadert de vraagstukken waar wij nu voor staan helaas eenzijdig vanuit de civielrechtelijke kant”, reageert ds. L.A. den Butter desgevraagd. Hij is predikant van de cgk te Rijnsburg, de gemeente die deze week alle cgk’s uitnodigde voor een convent op 3 oktober in Veenendaal.

Ds. L. A. den Butter. beeld Sjaak Verboom

„Ik vrees het Woord van God meer dan een civielrechtelijk notitie”

Ds. L.A. den Butter, predikant in Rijnsburg

De notitie van de twee juristen „geeft er op geen enkele wijze rekenschap van dat het gereformeerde kerkrecht in ons synodale deel van ons kerkstelsel stuk is”, zegt ds. Den Butter. Hij wijst op de gang van zaken in de achterliggende jaren in diverse classes en particuliere synoden. „Denk aan de classes Amsterdam, Haarlem, Amersfoort, Apeldoorn en Zwolle. Behoudende kerken zijn daar de kerkordelijke weg van revisie en appel gegaan. Maar die weg is doodgelopen. Soms werden appels toegewezen, maar werd er desondanks niet vermaand. Regelmatig werd er met vermaningen niets gedaan.”

Kortom: „Omdat het gereformeerde kerkrecht door classes, particuliere synoden en generale synode in de huidige samenstelling niet meer functionerend gekregen kan worden, zijn besluiten van meerdere vergaderingen facultatief geworden”, stelt ds. Den Butter. „Daarmee is principieel leervrijheid in onze kerken mogelijk geworden.”

Wat mr. De Hek en prof. Zondag dan ook argumenteren, „er is voor ons geen alternatief”, zegt de Rijnsburgse predikant. „De synodale structuur van ons kerkstelsel functioneert niet meer. Dan is het óf accepteren, gedogen en dus medeverantwoordelijk worden voor woordbreuk, verzaking van de tucht en het afdoen aan Gods Woord, óf de synodale structuur weer opbouwen naar de vierslag van Schrift, belijdenis, kerkorde en genomen synodale besluiten. Hoe dat dan ook civielrechtelijk gekwalificeerd zal worden. En voor mij persoonlijk: ik vrees het Woord van God meer dan een civielrechtelijk notitie. De Schrift zegt namelijk wel iets over de kern van het probleem in onze kerken: woordbreuk, afdoen van Gods Woord en handhaving van de tucht.”

Mr. De Hek: „Ook ik vrees Gods Woord meer dan een juridische notitie. Maar Gods Woord zegt niets over de juridische status van een kerkverband en onze notitie wel.”