Kansspelautoriteit: 56 procent ervaart taboe spreken over gokken
Praten over gokproblemen is voor meer dan de helft van de Nederlanders een taboe. Dat blijkt uit onderzoek van de Kansspelautoriteit in samenwerking met OpenOverGokken onder 1.000 Nederlanders.
Van de ondervraagden zei 56 procent een taboe op het spreken over gokken en gokverslaving te ervaren. Volgens de Kansspelautoriteit is dat opvallend, omdat 48 procent van de Nederlanders minimaal één keer per maand gokt.
Met name het gebrek aan informatie en sociale drempels zorgen ervoor dat mensen geen hulp zoeken wanneer zij te maken hebben met gokproblemen, concludeert de Kansspelautoriteit. Voor 53 procent van de ondervraagden is het onduidelijk waar zij terecht kunnen en 29 procent zegt geen hulp te durven vragen als ze verslaafd zouden zijn.
Ook hulp aanbieden aan anderen met een gokverslaving is voor veel van de ondervraagden niet vanzelfsprekend. Ruim een derde (34 procent) zegt het moeilijk te vinden iemand aan te spreken op het gokgedrag. Vooral mannen vinden dat moeilijk, blijkt uit de cijfers: 41 procent, tegenover 27 procent van de vrouwen.
