Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Schipbreuk Christelijke Gereformeerde Kerken nog niet onafwendbaar

Als predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken gaat het mij, en velen meer, aan dat de kerkelijke gemeenschap die we om Godswil dienen, uiteen dreigt te vallen. Maar er is nog een weg terug uit de impasse.

Grote kerkruimte vol vergaderende predikanten en ambtsdragers.
„Herhaalde smeekbeden om gezamenlijk een weg van verootmoediging en schuldbelijdenis te gaan werden simpelweg genegeerd, door een meerderheid ter synode en door het moderamen van een synode.” Foto: CGK-synode in januari 2025. beeld RD, Anton Dommerholt

Al 1700 jaar belijden christenen met de belijdenis van Nicea-Constantinopel over de kerk onder meer dat zij héilig is. Dat duidt op de oorsprong van de kerk uit God, die de Heilige is. Die oorsprong blijft meeklinken in alles wat mensen in de kerk en met de kerk doen.

Een heel aantal gemeenten hanteert een beperkt uitnodigingsbeleid voor gastpredikanten

Dat wordt nog versterkt als de kerk lichaam van Christus heet. De Zoon van God –net zo heilig en goddelijk als de Vader– heeft Zich voor de kerk gegeven tot op het kruis. De heiligheid van de kerk is, ondanks het feit dat christenen ook zondaren zijn, aan Hem te danken. Niet de zonde is immers bepalend, maar de verzoening van de zonde, door Hem. Zelfs in die mate is Hij, Jezus Christus, bepalend voor de kerk, dat Hij haar Hoofd is en daarmee haar identiteit. En de Heilige Geest woont in de kerk om haar door de dienst van ambtsdragers te leiden en te regeren. Zo wordt het in alle belijdenissen van de christelijke kerk erkend.

Als je niet gelooft in het Hoofd, Christus, en niet in alles rekent met Hem, dan maak je van de kerk een karikatuur. En van jezelf, als christen, een soort baron Von Münchhausen, die zijn eigen verlosser probeerde te zijn.

Niet levensvatbaar

Een kerkelijke scheuring is altijd een drama, maar hóe dat nu in de CGK aan het gebeuren is, is ontstellend. Want in veel opzichten klopt het niet, vooral als het plan daartoe te herleiden is tot het niet eerbiedigen van het Hoofd van de kerk.

Onze belijdenis merkt als het eerste kenmerk van de ware kerk van Christus aan dat zij één is

Een lichaam dat niet op zijn hoofd is afgestemd, is per definitie niet levensvatbaar. Zoals Christus in Openbaring 3:1 tegen de gemeente in Sardes laat zeggen: „Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood.” Gelukkig blijkt daar nog bekering mogelijk, maar bagatelliseer de situatie niet.

Wat klopt er dan niet in de huidige impasse? Ik verwijs daarbij graag naar het rapport over kerk-zijn dat in 2020 op verzoek van de toenmalige synode door een commissie is samengesteld. Nog altijd zijn de dingen van toen in het geding. Het rapport verscheen in 2023 onder de titel ”Zoek eerst het Koninkrijk van God – een weg terug uit de impasse”.

Wat de kerk is, Wie het Hoofd van de kerk is en wat we daarover gemeenschappelijk belijden, vormen het uitgangspunt. De analyse van de scheur die zich aftekent, wordt samengevat in twee hoofdzaken.

Gesloten kansels

De eerste hoofdzaak is het feit dat er plaatselijke kerken zijn die zich niet houden aan de gemeenschappelijke besluiten, door de generale synode genomen, over zaken waarin de grondslagen van het kerk-zijn zichtbaar worden. Dat laatste voeg ik erbij. Het gaat namelijk over zaken waarbij de gehoorzaamheid aan Gods Woord in het geding is, niet over de kleur van een stropdas of iets dergelijks. En het heetste hangijzer is de toelating van vrouwelijke ambtsdragers in de kerk.

Is een kerk met onze vertrouwde gebruiken en gezichten ons liever dan te buigen voor Hem die ons zo uitnemend heeft liefgehad?

Als tweede hoofdzaak wordt genoemd: „een gebrek aan vertrouwen waar we gezamenlijk schuld aan hebben” (blz. 79). Daar gaat het over een historisch gegroeide verwijdering, die uitkomt in het fenomeen van „gesloten kansels”. Een heel aantal gemeenten hanteert namelijk een beperkt uitnodigingsbeleid voor gastpredikanten – zonder dat daar enige verantwoording van bekend is. Factoren als gedachten over de bevinding in de prediking, maar ook taalgebruik, kleding en wellicht nog veel meer, spelen daarbij een rol. Daardoor bestaat er al vele jaren een virtuele kloof die dwars door de landelijke kerkelijke gemeenschap heen loopt. Dat er –minder systematisch, maar wel herkenbaar– ook in omgekeerde richting een soortgelijk selectief uitnodigingsbeleid bestaat, moet daar wel bij worden gezegd.

Wie zich binnen de erkende ”eigen identiteit” bevindt, ervaart geen gemeenschap der heiligen met het reeds lang buitengesloten deel van de CGK. En dat terwijl onze belijdenis als het eerste kenmerk van de ware kerk van Christus aanmerkt dat zij één is. In de praktijk wordt deze realiteit aan beide kanten van de kloof ervaren, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de profilering het meest aan de ”conservatieve” kant zichtbaar is. In Korinthe konden en mochten partijen niet bestaan, vanwege het ene Hoofd van de kerk, Christus. „Is Christus gedeeld?” vraagt Paulus al in hoofdstuk 1.

„Innerlijk losgelaten”

In het genoemde rapport staat dat het fenomeen van de gesloten kansels (oftewel de buitengesloten broeders) net zo kwalijk is als het zich onttrekken aan gemeenschappelijke besluiten. „Niemand kan zich aan de nodige verootmoediging onttrekken. Het is niet goed dat kerken gezamenlijke besluiten negeren. Het is ook niet goed dat we zo ver uit elkaar gegroeid zijn dat we elkaar wellicht reeds lang geleden innerlijk losgelaten hebben” (blz. 77). Wellicht is het aan dat innerlijk loslaten te wijten dat herhaalde smeekbeden om gezamenlijk een weg van verootmoediging en schuldbelijdenis te gaan simpelweg werden genegeerd – door een meerderheid ter synode en door het moderamen van een synode, evenals bij het voorbereiden van een daadwerkelijke breuk.

De vraag is: waarom? Zijn we bang om de weg van schuldbelijdenis en gesprek te gaan? Omdat we daar geen geduld voor hebben? Of omdat we liever meerderheden verzamelen dan ootmoedig buigen voor Christus, ons Hoofd? Is een kerk met onze vertrouwde gebruiken en gezichten ons liever dan te buigen voor Hem die ons zo uitnemend heeft liefgehad? De kerkelijke vergadering in Handelingen 15 kwam een dramatisch schisma in de kerk te boven, na zeer heftige discussies, door alleen te horen naar wat de Here God zelf had gegeven. Dat betekende dat allen daarvoor bogen en stil werden. In dat spoor kwam de uitspraak die nodig was, zonder dat er een meerderheid bij stemming hoefde te worden vastgesteld! „Het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht...”

Roeping

Als we ons eens realiseerden dat er door Gods genade nog een kerkelijke weg is! Er is een roepende kerk aangewezen om een synode samen te roepen. Hoeveel beter is dát, dan aan listige constructies te werken die feitelijk de roeping reduceren, die er wel is. De roeping voor het meest wezenlijke dat ons gemeenschappelijk door ons Hoofd gegeven is, namelijk Zijn lichaam te zijn.

Het is nog niet te laat. Als we tenminste geleerd hebben en willen leren wat knielen is, wat schuld belijden is. En willen luisteren naar Hem die zei: „Wie niet met Mij bijeenbrengt, die drijft uiteen” (Mattheüs 12:30).

De auteur is emeritus hoogleraar aan de TUA en was voorzitter van de voormalige commissie Kerk-zijn.

Populaire artikelen