Een oud, bruin gebouwencomplex met turqoise koepels en een zandbruine minaret, tegen een felblauwe lucht. 
Het Po-i-Kalyan-complex in Boechara, Oezbekistan, met links de grote turquoise koepel van de Kalan-moskee en rechts de beroemde Kalan-minaret. beeld Unsplash, Sultonbek Ikromov
InterviewKerk in verdrukking

Timur en Aida evangeliseren in Oezbekistan: „Als moslimvrouw in Jezus gaat geloven, ervaart zij liefde die zij nooit kreeg”

Met de grootste voorzichtigheid delen Timur en Aida het Evangelie in Oezbekistan. Streng overheidstoezicht en toenemende islamisering maken hun werk soms moeilijk. „Maar uiteindelijk is het niet óns werk, het is Gods werk.”

Het is voor hen de eerste keer dat zij hun verhaal delen. Stichting Kom over en help kent hun situatie, biedt hun onderdak wanneer zij in Nederland zijn, en moedigt het interview aan. Dat geeft het echtpaar toch het vertrouwen om te vertellen over hun evangelisatiewerk. Woorden worden zorgvuldig gekozen, want de arm van de Oezbeekse overheid is lang. En het kwetsbare gebouw van Gods kerk, waar zij steen voor steen aan bouwen, is zo weer verwoest.

Een met thee gevuld wit schaaltje met gouden randen staat naast een zwart-wit-goud versierde theepot.
Thee volgens Oezbeeks gebruik. beeld Kom over en help

„Wij vertellen nooit dat wij Europees zijn”, geeft Aida aan. Haar man spreekt geen Engels, dus zij vertaalt. „Wij passen ons volledig aan. Mensen accepteren ons, omdat wij precies als Oezbeken leven.” Naar Oezbeeks gebruik hebben zij in huis hun schoenen verruild voor felblauwe hotelslippers en wordt de theepot onder een authentieke muts warm gehouden, die af en toe wordt opgetild om een drinkschaaltje bij te kunnen vullen.

Missionair verlangen

Timur bezocht het Centraal-Aziatische land voor het eerst in 2008, toen het de zevende plaats van de Ranglijst Christenvervolging innam. Het was toen zomer, „de beste tijd voor evangelisatie. Samen met enkele moedige christenen organiseerde ik een jeugdkamp in de bergen, uit het zicht van de autoriteiten. Voor deze tieners was dit een soort vakantie, die zij anders niet zouden hebben vanwege armoede. Wij boden hun eten en ontspanning, maar gebruikten deze mogelijkheid vooral om het Evangelie te delen.”

Eerst wilden de jongeren geen christelijke liederen zingen, omdat zij moslim waren. Na enkele dagen zaten zij rond het kampvuur de liederen over te schrijven en toen het kamp op zijn einde liep, vroegen zij Timur het volgende jaar terug te komen. De evangelist beloofde het hun en hield zijn woord. Na enkele jaren groeide bij hem het verlangen om ook in Oezbekistan te gaan wonen.

„Maar ik had een vrouw. Het was voor ons erg belangrijk dat ook zij mee zou gaan, dat het ook haar roeping werd.” Timur nam zijn vrouw een keer mee en liet haar de geestelijke armoede met eigen ogen zien. Het werd hun gezamenlijke gebed om missionair actief te worden in Oezbekistan en „door Gods genade” zijn zij er nu al ruim twaalf jaar actief. Toch is hun verblijf nooit permanent, elk halfjaar moeten zij weer een visum aanvragen. Dat levert zelden problemen op, want hoe meer stempels er in hun paspoort staan, hoe minder vragen de autoriteiten stellen.

„Wanneer moslimvrouwen in Jezus gaan geloven, ervaren zij een liefde die zij nooit eerder kregen”

Aida, evangelist in Oezbekistan

Zaadjes

„Wij doen ons werk heel stil, heel voorzichtig”, geeft het echtpaar aan. „God leidt ons naar de plaatsen waar wij moeten gaan. Nu zijn we actief op vijf locaties, bijvoorbeeld in tehuizen voor jongeren, ouderen of gehandicapten. Wij hebben connecties met lokale autoriteiten, die bij ons aanvragen doen voor bepaalde materialen, want de overheid kan deze mensen niet allemaal zelf verzorgen.”

Gewapend met hygiëneproducten, schoolspullen of medicijnen trekken Timur en Aida dan langs verschillende plaatsen. Daar bemoedigen zij christenen, die soms de enige gelovigen in hun omgeving zijn. Ook wordt het echtpaar regelmatig uitgenodigd in huiskerken, om daar verjaardagen of bruiloften mee te vieren. „Deze mensen zijn altijd zo blij om ons te horen. Zij nodigen hun kennissen dan ook uit en wij delen het Evangelie. Zo worden de zaadjes gezaaid.”

De christenen hebben niet veel: geen kerkgebouw, geen kerkbanken, geen boeken. Er is ook geen behoefte aan ingewikkelde lectuur, geeft Aida aan. „Lange preken zijn te moeilijk, mensen begrijpen het niet. Dus doen we het zoals Jezus 2000 jaar geleden onderwijs gaf: wij vertellen eenvoudige verhalen, zij luisteren. En zij onthouden het en vertellen het weer door. Voor lokale gelovigen is het voldoende dat zij in Jezus geloven, meer hebben zij niet nodig.”

Aida richt zich meestal op groepen vrouwen, Timur op de mannen. „In de moslimcultuur zijn vrouwen ondergeschikt, zij mogen mannen niet onderwijzen. Maar juist daarom komen deze vrouwen ook zo graag naar de bijeenkomsten, zoals ook vele vrouwen Jezus volgden. Wanneer zij in Hem gaan geloven, ervaren zij een liefde die zij nooit eerder van hun man of familie kregen.”

Luchtfoto van een bruin landschap met een paar gebouwen. Op de achtergrond besneeuwde bergtoppen en witte wolken.
Een dorp in een uitgestrekt dal, met op de achtergrond het typische bergachtige landschap van Oezbekistan en de omliggende Centraal-Aziatische regio. beeld Unsplash, Artem Bryzgalov

„Jezus is God, Hij heeft mijn koe genezen!”

Islamistische vrouw in Oezbekistan

Stereotypen

Voordat het Evangelie verspreid kan worden, moet eerst het vertrouwen van moslims worden gewonnen. Soms gebeurt dat op een opmerkelijke manier, vertelt Timur. „Wij ontmoetten ooit een oude vrouw, van wie wij het terrein huurden voor een zomerkamp. Tijdens het kamp merkte de vrouw dat haar koe ziek was, het dier bloedde uit zijn mond.” Omdat dieren meestal een bron van inkomsten zijn, treedt Timur in landelijke gebieden af en toe op als veearts. „Deze vrouw was een moslima; haar voorouders waren moellahs (invloedrijke islamitische geestelijken, AdJ). Ik zei haar dat wij zouden bidden tot Jezus en op het moment dat wij baden, zag zij de bloedzuiger in de mond van het dier.”

Lachend en met grootse gebaren beeldt Timur uit hoe zij de hevig tegenstribbelende koe van de pijn verlosten. „Met twee handen hield ik zijn bek wijd open, als een Simson. Het was zwaar, maar God gaf mij de kracht om het vol te houden, zodat de vrouw de bloedzuiger kon verwijderen. Haar koe werd gered en dolblij riep de vrouw uit: „Jezus is God, Hij heeft mijn koe genezen!””

Wanneer christenen lokale Oezbeken op zo’n manier kunnen helpen, doorbreken zij er stereotypen mee. „Wij hebben al vaker meegemaakt dat onderwijzers, ambtenaren of dokters die betrokken zijn bij ons werk, het voor ons opnemen. Als er misinformatie over christenen wordt verspreid, kunnen zij zeggen: Nee, wij kennen echte christenen en dat zijn geen slechte mensen. Het zijn goede, vriendelijke mensen die hulp bieden.”

Met blindheid geslagen

Dat het delen van het Evangelie ook erg gevaarlijk kan zijn, heeft het echtpaar aan den lijve ondervonden. Enkele jaren geleden wilde Aida met zo’n dertig andere vrouwen beginnen met een illegale Bijbelstudie, toen net op dat moment de autoriteiten het huis binnenvielen. Zo’n twintig politieagenten en andere ambtenaren namen spullen in beslag en maakten foto’s.

Aida vertelt hoe de agenten overal zochten naar Bijbels: onder kussens, onder tapijten, in het hele huis. „Zij wilden bewijs vinden voor hun beschuldiging dat wij een ongeregistreerde bijeenkomst hielden. Ik werd meegenomen naar het politiebureau, samen met de eigenares van het huis”, herinnert Aida zich. „Daar werden wij drie uur lang ondervraagd. Maar God beschermde mij, Hij bedekte hun ogen. De Bijbel waarnaar zij zochten, had ik al die tijd bij me. Die zat gewoon in de tas die op het politiebureau stond. Maar zij vonden die niet.”

Het echtpaar is er nog voorzichtiger door geworden. Omdat zij buitenlanders zijn en veel werk verrichten voor lokale burgers, bleef het bij een waarschuwing. Maar de volgende keer dat ze gepakt worden, zullen zij worden gestraft en het land uitgezet. „En daarom is elke dag van onze bediening weer een groot risico. Je kunt verraden worden, en de volgende dag, nee, de volgende minuut staat de politie voor je deur.”

Vooraanzicht van een rijk versierd, vierkant gebouw met aan weerszijden twee turqoise koepels. Op het plein ervoor lopen mensen.
Plein voor de islamitische Barak Khan Madrasa in de oude stad van Tasjkent, Oezbekistan. beeld Unsplash, Dmitriy Efimov

Ontmoedigd

Nieuwe christenen komen soms voor teleurstellingen te staan, vertelt Timur. „Als mensen tot Jezus komen, verwachten zij grote zegeningen. Maar in plaats daarvan ervaren zij tegenstand en dat ontmoedigt hen. Ze vragen aan God hoe het kan dat zij hun problemen alleen maar groter zien worden, terwijl zij Hem zijn gaan volgen. Wij doen dan ons best om deze christenen te laten groeien en bereiden hen voor om ook zelf leiders te worden.”

Familiebanden zijn soms echter sterker dan een pril geloof. „Mensen hebben vrouwen en kinderen, voor wie zij zorg willen dragen. Soms vertrekken ze naar Rusland of Kazachstan om er te werken, en daar stopt de groei van hun geloof. Bovendien is het voor Oezbeken moeilijk om te kiezen tussen een betere positie in de samenleving en een arm en nederig leven met Jezus.”

„Voor onze komst waren er in Oezbekistan Amerikaanse en Koreaanse missionarissen, die altijd geld gaven aan lokale gelovigen. „Welk geld?” vroeg ik hun toen zij ons er direct naar vroegen. Het voelde voor hen oneerlijk om pas in het toekomstige leven een beloning te krijgen, dus zij verlangden in het heden een compensatie voor hun moeilijke bestaan als christen.”

„De Bijbel waarnaar de agenten verwoed zochten, zat al die tijd gewoon in mijn tas”

Aida, evangelist in Oezbekistan

De groei van het christendom wordt verder bemoeilijkt door de islamisering. Oezbekistan mag dan een seculiere staat zijn, de islam groeit er hard. „Er worden continu nieuwe moskeeën gebouwd”, legt Timur uit. „En elke vrijdagmiddag wordt al het verkeer in de steden stilgelegd om iedereen op straat te laten bidden. In het verleden bereikten wij Oezbeken met verhalen over Abraham, Mozes en Daniël, maar nu zeggen mensen: ik heb al een Koran om die verhalen te lezen en wat ik verder wil weten over religie, zoek ik wel op internet.”

Deze houding heeft ook zijn weerslag op de christelijke gemeenschap, merkt het echtpaar. „Lokale christenen geven ook steeds vaker aan dat zij genoeg hebben gehad van organisaties die predikanten en leiders willen opleiden. Zij zoeken de informatie wel op internet; dat is ook nog eens veel veiliger dan een predikant uit te nodigen. Maar dat is niet goed voor de gemeenschap.” Daarom is het echtpaar blij nog altijd goed contact te hebben met lokale christenen. „Omdat wij leven als Oezbeken, geen geld vragen voor wat wij doen en zelf ook met vervolging te maken hebben, vertrouwen christenen ons. Zo kunnen wij, dankzij Gods genade, ons werk toch blijven doen.”

Aida en Timur roepen de westerse kerk op te bidden voor hun werk. „Wij hebben wijsheid nodig om de juiste balans te vinden in het bieden van materiële hulp en het verspreiden van het Evangelie. Om zo voorzichtig mogelijk te kunnen doen wat God van ons vraagt. Want uiteindelijk is het niet óns werk. Het is Gods werk.”

De namen Timur en Aida zijn uit veiligheidsoverwegingen gefingeerd. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Populaire artikelen