InterviewFriedensstimme

Kazachse evangelist werd gearresteerd: „God handelde voor mij”

Roman en Jekaterina Poegatsjev groeiden beiden op in gezinnen die niet bij de kerk betrokken waren. Dat God hen bij elkaar bracht en hun huis in Kazachstan nu een kerkje in het klein is, verbaast hen. „God voltrok wonderen in ons leven.”

Echtpaar uit Kazachstan, breedgeschouderde man met grijzend haar in een scheiding opzij, vrouw met grijzend haar met een hoofddoekje erop, donkere ogen, bril, donkere kleren aan 
De huiskerk van Roman en Jekaterina Poegatsjev heeft acht leden, onder wie een van hun zoons. Op de Ontmoetingsdag van Friedensstimme vertelden ze over hun bediening in Kazachstan. beeld Van der Wal Beeldproducties, Laurine Rodenburg

In het kantoor van Stichting Friedensstimme in Gouda zijn de voorbereidingen voor de jaarlijkse ontmoetingsdag in volle gang. Bij de koffietafel puffen de Poegatsjevs uit na een reis van twee dagen. Als directeur Geert-Jan Noorman voorstelt om te bidden, vormt het personeel van Friedensstimme, de tolken en de evangelisten een kring. Staande bidden en danken ze. „De kachel brandt, de evangelisten en hun tolken zijn hier. Heere, weest U er ook bij”, vraagt Noorman. Deze vrijdag nemen Poegatsjev en zijn vrouw de tijd om te vertellen over Gods werk in hun leven.

Hoe was uw jeugd?

Jekaterina: „Ik ben in Kazachstan geboren uit een Joodse vader en een Kazachse moeder. Toen ik ging studeren in Koksetau leerde ik christenen kennen. Ik ging mee naar een kerkdienst in de stad waar ik woonde, Makinsk. Na drie weken heb ik mijn zonden beleden voor de Heere en ben ik in die gemeente tot geloof in God gekomen.

Mijn ouders konden mijn stap absoluut niet begrijpen. Ik was in hun optiek bij een sekte gaan horen, de „Stundisten”, wat bij ons een scheldwoord is. Zij vonden dat een Duits geloof. Juist door de Joodse achtergrond van mijn vader viel mijn verandering heel erg verkeerd. Ik moest kiezen: bij mijn ouders blijven wonen, of bij die sekte gaan horen.”

Roman: „Ik ben geboren in Oekraïne, in een gezin dat toen nog niet gelovig was. Toen ik vijf was verhuisden mijn ouders naar Stepnogorsk, een stad in het noorden van Kazachstan. Ik droomde ervan om politieagent te worden. Maar God is me genadig geweest, dat gebeurde niet. Later ontdekte ik dat veel politieagenten boeven zijn met een uniform aan en strepen op hun schouders. Op mijn achttiende kwam ik tot geloof. Vanaf die dag wilde ik mijn leven aan God wijden. Later zijn mijn ouders, God zij dank, ook gelovig geworden.”

Beeld van zingende mensen in een grote gymzaal waarin stoelen staan opgesteld. In het midden een in donkere kleding gekleed echtpaar, de Poegatsjevs. 
Evangelist Poegatsjev en zijn vrouw Jekaterina (m.), zaterdag op de ontmoetingsdag van Friedensstimme in Barneveld. beeld Van der Wal Beeldproducties, Laurine Rodenburg

Hoe leerde u elkaar kennen?

Jekaterina: „Toen ik tot geloof kwam, gaf ik alles in handen van de Heere. Ik nam me heilig voor om nooit met een ongelovige man te trouwen. Op een dag zag ik Roman in de kerk waar ik lid was. God wees hem mij aan. We spraken niet met elkaar. Maar ik bad wel: Laat ook in de relaties die ik aanga alles naar Uw wil zijn.”

Roman: „Ik had Jekaterina gezien. We spraken niet met elkaar. Maar ik bleef aan haar denken. Drie dagen bad en vastte ik. Uiteindelijk ben ik met broeders uit mijn gemeente naar haar toegegaan, en heb haar ten huwelijk gevraagd, zonder haar echt te kennen.”

Het stel, inmiddels bijna dertig jaar getrouwd, kijkt elkaar aan. Roman: „God voltrok dit wonder in ons leven.”

Hoe begon uw dienst in de evangelisatie?

Roman: „Eerst was ik conciërge van een flat, later bakker. Toen werkte ik in een autogarage, later werd ik lasser en daarna voerde ik witgoedreparaties uit. Welke beroepen wil je nog meer horen?”

Jekaterina: „Toen we vier kinderen hadden verhuisden we naar Kishkenekol, in het oosten van de oblast Noord-Kazachstan. We wilden er dienen als evangelisten. Mensen vroegen ons: Wat ga je doen in dat criminele gebied? Het stond bekend als een plek waar steekpartijen en brandstichtingen waren. Ook bij ons kwam er een steen door de ruit toen we er net woonden. Maar God beschermde ons. Het was dubbel glas en alleen de buitenste ruit barstte.”

Roman: „In het begin was er veel wantrouwen, mensen noemden ons gezin een sekte. Maar in de loop van de jaren is dat veranderd. Nu hebben mensen een goed woord voor ons. In Kazachstan staan alle deuren open voor het Evangelie.”

Het verrast de Poegatsjevs als ze horen dat het thema van de ontmoetingsdag ”Een geopende deur” is. Roman: „Dat wisten wij niet. Ik wil morgen juist voorlezen uit Openbaring: „Ik heb u een geopende deur gegeven, en niemand zal die sluiten.””

Podium waarop twee mannen in pak staan, eromheen muziekstandaarden en microfoons, op de voorgrond bolchrysanten. 
Roman Poegatsjev (l.) op de Ontmoetingsdag van Friedensstimme, waar hij spreekt over het thema: ”Een geopende deur”. Rechts van hem tolk Nico van de Breevaart. beeld Van der Wal Beeldproducties, Laurine Rodenburg

Hoe ziet uw leven er nu uit?

Roman: „In ons huis houden we samenkomsten. Onze kerk heeft acht leden. Een van die leden is onze zoon, onze andere acht kinderen wonen in andere plaatsen. Ik ben veel van huis om te prediken. Ik trek naar Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan. Toen ik pas in Turkmenistan was, werd ik tijdens een kerkdienst gearresteerd. Terwijl ik meegevoerd werd, kon ik mijn telefoon aan een broeder geven.

Maar in mijn binnenzak had ik nog wel een lijst met namen van kerken, van mensen die ik zou spreken omdat ze gedoopt wilden worden, van voorgangers. Een agent nam dat briefje van mij af en deed het in zijn map. Maar God was me genadig: toen de man even weg was, heb ik het briefje weer teruggepakt en door de wc gespoeld. Hij was vreselijk boos toen hij zag dat het verdwenen was. Ik zei tegen hem: „Het was kennelijk niet voor jou.”

Tijdens de dagen dat ik weg was, was er veel gebed voor me. Na twee dagen werd ik weer vrijgelaten en afgezet bij de grens van Oezbekistan. God handelde voor mij. Wij mensen hebben weinig kracht, maar God heeft kracht.”