Yuliia Saprunova uit Oekraïne bouwde haar leven op in Nederland: „Moeilijk om weer in Oekraïne te integreren”
Russen namen Charkiv, de woonplaats van Yuliia Saprunova (43), bijna vier jaar geleden onder vuur. In april 2022 vluchtte de Oekraïense naar Nederland. Enkele weken geleden slaagde ze voor haar examen Nederlands. „In Nederland ben ik thuis.”

Op de eerste etage van een appartementencomplex in hartje Apeldoorn woont de Oekraïense Yuliia Saprunova (43). Haar woonplaats was, bijna vier jaar geleden, Charkiv, de op een na grootste stad van Oekraïne. Charkiv ligt zo’n dertig kilometer van de Russische grens. Vanuit Oost-Europa reisde Saprunova weg van de frontlinie en van haar ouders om zich in Nederland te vestigen. „Geen Oekraïner dacht dat de oorlog zo lang zou duren”, vertelt ze.
„Elke dag, elke nacht, wordt Charkiv nog gebombardeerd”, vertelt de Oekraïense in het Nederlands, waar een Oost-Europees accent in klinkt. „Mijn geboortestad is veel leger dan voor de oorlog. Zo’n 60 procent van de mensen is gevlucht. Vrijwel alleen ouderen wonen er nog.”
Ook de 75-jarige ouders van Saprunova verblijven in Charkiv. „Ik heb duizend keer gevraagd of mijn ouders naar mij toe komen. Na bijna vier jaar oorlog willen ze nog steeds hun huis niet verlaten. Het is lastig om op die leeftijd te verhuizen. Dat is wel verdrietig. Wat ik kan doen, is maandelijks geld sturen. Het liefst heb ik hen hier in Nederland, waar het veilig is.”
De Russische aanvallen op infrastructuur van Oekraïense steden baren Saprunova zorgen. Elektriciteit en gas zijn in sommige steden, waaronder Charkiv en Kyiv, sporadisch beschikbaar. De winter in Oekraïne is streng met temperaturen van vijftien graden onder nul. „Ik bel mijn ouders elke dag. Nu hebben ze al twee dagen geen elektriciteit en geen verwarming in huis.” Elektriciteit missen gaat nog wel, weet Saprunova. Warm water in de verwarming missen, is erger. „Als het tien graden vriest, blijf je de hele dag onder je dekbed zitten om warm te blijven.”
Paspoort
Met een paspoort, kleren en wat contant geld vertrekt Saprunova in de laatste week van februari 2022 uit haar woonwijk naar het huis van haar tante. Het noorden van de stad ligt in de vuurlinie; haar huis is oorlogsgebied. „Mijn tante woont in het centrum van Charkiv, verder van het front. Dit duurt enkele dagen, denk ik. Daarom heb ik niets meer bij me.”
Uiteindelijk stapte Saprunova na ruim een maand op de trein naar Polen richting Nederland. „Vrienden van mij belden en vroegen: kom je ook? Ze hadden een woonplek in het Nederlandse Uddel en konden meteen aan het werk. Binnen zitten en nieuws lezen over de oorlog, daar werd ik helemaal gek van; hoe kan ik mijn familie helpen als ik in Oekraïne blijf, dacht ik.”
Zeven kinderen
De Oekraïense wijst een fotocollage aan op haar boekenkast. Jonge Nederlandse kinderen, Saprunova ernaast, lachend. „Mijn gastgezin”, zegt ze. „In Uddel werd ik bij een christelijk gezin met zeven kinderen drie maanden opgevangen. Dat je zomaar je huis opent voor een vreemde, vond ik ontzettend vriendelijk.”
Saprunova kijkt dankbaar terug op haar tijdelijke verblijf in het Gelderse dorp. „Een superleuke tijd.” In plaats van in Apeldoorn, waar de Oekraïense nu woont, had ze in Uddel willen blijven. „Maar ik had veel geluk met deze woning”, lacht Saprunova. „Via het gezin uit Uddel kreeg ik ook een baan, eerst als schoonmaker, daarna als kassamedewerker, bij een grote winkel voor tuinmeubelen en bubbelbaden. Ik had inkomsten en schreef een motivatiebrief aan de verhuurder van die Apeldoornse kamer. Ik wilde Nederlands leren, fulltime werken en een eigen plekje hebben. Toen werd ik uitgekozen.”
Saprunova wijst op een bureautje. „Daar studeer ik. Als ik mijn cursus Nederlands volg, moet het echt stil zijn.” Op een lage kast ligt een woordenboek. Sinds de Oekraïense in Nederland is, leert ze de taal. „Dan kan ik met buren, met collega’s en in de supermarkt contact maken.” Nederlands leren vereist oefening. „Bijhouden en herhalen van lessen Nederlands is heel belangrijk. Elke dag, ook als ik acht, negen of twaalf uur heb gewerkt.”
Verplicht
Jaarlijks gaat Saprunova terug naar Charkiv om haar vader en moeder te bezoeken. De busreis duurt vier dagen; alleen militaire vliegtuigen vliegen nog op Oekraïne. „Altijd als ik mijn stad verlaat, moet ik huilen. Ondanks dat het onveilig is en leeg, houd ik van Charkiv. Tegelijk ben ik hier in Nederland gewend. Hoe langer ik hier in Nederland blijf, hoe moeilijker het is om weer te integreren in Oekraïne.”
De Oekraïense zegt zich na bijna vier jaar in Nederland „wel thuis” te voelen. „Al wil ik in mijn hart terug. Ik heb vrienden uit Oekraïne die in Nederland wonen, en Nederlandse vrienden, een leuke baan, ik spreek de Nederlandse taal. Dit jaar haalde ik mijn Nederlands examen op B1-niveau.” Dat niveau duidt op de vaardigheid om in een vreemde taal alledaagse gesprekken en makkelijke woorden te begrijpen. „In april wil ik het staatsexamen NT2 (Nederlands als tweede taal, HvdB) afleggen.”
Toch is de toekomst flink onzeker voor Oekraïners. „Lastig”, vindt de 43-jarige dat. „De Nederlandse regering heeft geen duidelijk plan voor ons: je bent niet verplicht de taal te leren en je hoeft niet te werken. Straks horen gevluchte Oekraïners, als de tijdelijke bescherming stopt, dat ze Nederland met een paar weken moeten verlaten (zie ”Oekraïners tijdelijk beschermd”).”
Als ze terugkeert naar haar thuisland, is Saprunova’s woning niet goed leefbaar. Haar huis werd geraakt door een Russische drone. „Er zit een ontzettend groot gat in het dak”, zei haar vader. „Nu het nog oorlog is, heeft het geen zin om een huis op te bouwen. Je weet niet wanneer de volgende drone komt.”
Optimisme drijft de Oekraïense. „Toen ik net achter de kassa in de Uddelse tuinwinkel kwam werken, zei mijn manager dat ik moest glimlachen voor de klanten. Dat vond ik in het begin in Nederland niet makkelijk; ik las elke dag urenlang nieuws uit Oekraïne. Dat doe ik niet meer. Onzekerheid over de oorlog en de toekomst van Oekraïners vind ik nog steeds moeilijk. Ik probeer zelfstandig te leven; dat geeft me zekerheid.”





