In Nederland staan 463 polygame huwelijken geregistreerd, terwijl polygamie verboden is: hoe zit dat?
Niet met één, maar met twee of drie vrouwen getrouwd zijn. Dat is in Nederland verboden. Toch schrijven ambtenaren jaarlijks tientallen polygame huwelijken bij in de Basisregistratie Personen (BRP). Hoe zit dat? Een ingewikkelde kwestie uitgelegd.

De politieke commotie was groot. Ambtenaren in grote steden registreren jaarlijks tientallen polygame huwelijken, bracht NRC in 2008 naar buiten. Kamervragen, verhitte debatten en een onderzoek volgden. Dit soort ongewenste huwelijksvormen moesten strafbaar gesteld worden, zei toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin. Het hebben van meer dan één partner past niet in de Nederlandse rechtsorde, vond hij.
Nu, achttien jaar later, worden er nog steeds polygame huwelijken geregistreerd, blijkt uit cijfers die het Reformatorisch Dagblad recent opvroeg bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Eind 2025 stonden er in totaal 463 inwoners met een polygaam huwelijk geregistreerd in de BRP, de databank met persoonsgegevens van alle Nederlandse inwoners. In 2025 schreven ambtenaren 37 huwelijken bij in het register. In 2024 waren dat er 77.
Wie twee partners trouwt, kan in Nederland tot vier jaar celstraf of een boete van 27.500 euro krijgen
Dat is opmerkelijk, aangezien bigamie (dubbel gehuwd zijn) in Nederland expliciet bij wet verboden is. Wie wel twee partners trouwt, kan maximaal vier jaar celstraf krijgen of een boete van 27.500 euro. Wie het tweede huwelijk verzwegen heeft voor zijn eerste partner krijgt een hogere straf: tot zes jaar cel.
Hoe kan het dat ambtenaren jaarlijks van dit soort huwelijken bijschrijven in de BRP terwijl de Nederlandse wet polygamie tegelijkertijd strafbaar stelt?
Geen band met Nederland
Vooropgesteld: de mensen van wie een polygaam huwelijk geregistreerd staat, wonen nu weliswaar in Nederland, maar op het moment dat zij dit huwelijk aangingen „hadden zij geen enkele band met Nederland”, laat het ministerie in antwoord op schriftelijke vragen weten. Ook hebben zij volgens het ministerie „geen van allen de Nederlandse nationaliteit”. „De inwoners komen veelal uit landen waar polygame huwelijken erkend worden, zoals Marokko, Egypte en Libië.”
„In Nederland geldt het principe van monogamie”, legt het ministerie uit. „Dat betekent dat een polygaam huwelijk niet wordt erkend als er op het moment van sluiten een duidelijke band was met Nederland.” Wanneer die link er niet is, bijvoorbeeld doordat alle betrokkenen op het moment van de huwelijkssluiting in het buitenland woonden en geen Nederlandse nationaliteit hadden, dan wordt het huwelijk in principe wél erkend.

Maar waarom? Die vraag hadden toenmalige Tweede Kamerleden Ronald van Raak en Khadija Arib in 2008 ook. Ze riepen minister Hirsch Ballin op het matje. Volgens hem moest Nederland de erkenning van polygame huwelijken zo veel mogelijk inperken, omdat polygamie in strijd is met de openbare orde. Zo nodig moest daarvoor de wet gewijzigd worden. Daarnaast gaf hij de Universiteit Utrecht de opdracht om rechtsvergelijkend onderzoek te doen naar de kwestie.
Opvallend genoeg waren de onderzoekers een andere mening toegedaan. Ze vergeleken de Nederlandse methode met die van Frankrijk, Denemarken, Duitsland en Groot-Britannië en concludeerden „dat het Nederlandse rechtssysteem inzake polygame huwelijken over het algemeen goed functioneert” en dat „geen enkele aanpassing van het Nederlandse recht noodzakelijk is”. De maatregel om te stoppen met het erkennen van polygame huwelijken was volgens de wetenschappers dan ook „onwenselijk”.
Invloed christendom
Hoewel er flinke politieke commotie over de kwestie ontstond, is „de getalsmatige omvang van het probleem bijzonder klein”, stelden de onderzoekers vast. Aannemelijk was volgens hen dat een deel van de huwelijken maar tijdelijk polygaam van karakter zou zijn, omdat een van de partners op een later moment alsnog zou besluiten om te scheiden. Het probleem lost zich dus deels vanzelf op.
Mede door de invloed van het christendom is het hebben van één partner in Westerse landen de norm
Tegenwoordig is de getalsmatige omvang van het probleem nog kleiner dan toen. Waar er in 2009 nog 1347 polygame huwelijken geregistreerd stonden, zijn dat er eind 2025 nog 463. Die daling heeft volgens het ministerie van BZK verschillende oorzaken, onder meer „omdat een van de huwelijken ontbonden is, de persoon niet meer in Nederland woont of inmiddels overleden is.”
Toch moet het probleem ook niet gebagatelliseerd worden, erkenden de onderzoekers destijds al. Er is namelijk sprake van een spanningsveld. Westerse staten hechten „aan de eigen fundamentele normen en waarden, zoals een verbod op discriminatie van vrouwen en het toepassen van de monogamienorm”. Niet voor niets is polygamie in alle eerder genoemde Europese landen strafrechtelijk verboden. Het hebben van één partner is er, mede onder invloed van het christendom, de norm.
Nadelige positie
Maar er is ook een andere kant, zoals het belang van het voorkomen van de zogenoemde „hinkende rechtsverhoudingen”. Daar is sprake van als in het ene land een huwelijk wel erkend wordt en in een ander land niet. In internationale verdragen, zoals het Haags Huwelijksverdrag uit 1978, is afgesproken dat landen huwelijken erkennen als die in het land van herkomst rechtsgeldig waren. Dat ter bevordering van goed werkend internationaal rechtsverkeer, maar ook om te voorkomen dat betrokken echtgenotes en kinderen in de problemen raken.
Als landen een polygaam huwelijk niet erkennen, kan dat namelijk vervelende gevolgen hebben voor de tweede echtgenoot, schrijven de onderzoekers. De rechtsgevolgen van een huwelijk –zoals de onderhoudsplicht en het erfrecht– worden bij niet-erkennen niet langer toegekend. Het huwelijk bestaat juridisch immers niet, dus ook de daarbij behorende plichten zijn niet meer van kracht. „Dit brengt met name de vrouw (en kinderen) bij het tweede huwelijk in een nadelige positie.”
Kiezen tussen vrouwen
Volgens het ministerie van BZK kan het niet erkennen ook „botsen met het recht op gezinsleven”. Dat recht staat omschreven in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). „Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven en zijn familie- en gezinsleven”, staat daarin. En: „Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht.”
Hier wordt de kwestie nog iets ingewikkelder. Want Nederland erkent de polygame huwelijken van vreemdelingen dan wel, maar dat betekent niet dat polygamisten hun tweede of derde echtgenoot ook hierheen mogen halen. „Als iemand met meer dan één partner tegelijk getrouwd is, krijgt maar één partner een verblijfsstatus”, schrijft het ministerie. Voor de man in kwestie komt het dus aan op kiezen.
Een man uit Jemen is een zaak gestart tegen Nederland bij het Europees Hof vanwege een polygamie-kwestie
En dat wringt, blijkt uit diverse rechtszaken die aangespannen zijn. De afgelopen jaren gingen diverse statushouders in beroep tegen een beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), nadat het verzoek om hun tweede vrouw en eventuele kinderen ook naar Nederland te halen, werd afgewezen.
Grote gevolgen
Zo ook een advocaat uit Jemen, die in 2018 politiek asiel kreeg in Nederland. De IND kende verblijfsvergunningen toe aan zijn eerste vrouw en haar acht kinderen. Het verzoek om ook vijf minderjarige kinderen uit het huwelijk met zijn tweede en derde vrouw hierheen te halen, werd door de Nederlandse immigratiedienst echter afgewezen. Ook in hoger beroep kreeg de man nul op het rekest.
Recent is de Jemenitische man daarom een zaak gestart bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Volgens hem is er door de afwijzing namelijk sprake van een schending van het recht op de eerbiediging van zijn gezinsleven. Via het EHRM probeert hij alsnog zijn gelijk te krijgen.
Een woordvoerder van het Europese Hof bevestigt tegenover het RD dat de zaak aanhangig is gemaakt, maar kan geen informatie geven over wanneer de kwestie verder behandeld zal worden. „De zaak bevindt zich nog in een vroeg stadium. Het Hof heeft hierover nog geen enkele beslissing genomen.”
Ook het ministerie van Asiel en Migratie bevestigt bekend te zijn met de zaak, maar zegt niet in te willen gaan op individuele zaken die nog onder de rechter zijn.
Mocht het Europese Hof besluiten dat de man gelijk heeft, dan kan dat in de toekomst grote gevolgen hebben voor andere gezinsherenigingszaken waarbij polygamie een rol speelt. Staten zijn namelijk verplicht om gevolg te geven aan arresten van het EHRM. In zo’n geval moet Nederlandse wet- en regelgeving aangepast worden.
Erkenningsverbod
Trouwens, de politieke ophef in 2008 had wel degelijk gevolgen. In 2015 trad de Wet tegengaan huwelijksdwang in werking. Deze wet had vooral betrekking op het tegengaan van kindhuwelijken en het bemoeilijken van bijvoorbeeld neef-nichthuwelijken.
Bovendien werd de erkenning van polygame huwelijken verder aan banden gelegd. Ook kreeg de Nederlandse overheid meer rechtsmacht om Nederlanders of vreemdelingen met een vaste verblijfplaats in Nederland strafrechtelijk te vervolgen als zij in het buitenland een polygaam huwelijk aangaan.
Maar een algeheel erkenningsverbod, dat kwam er dus uiteindelijk niet. En daarom registreren Nederlandse ambtenaren tot op de dag van vandaag polygame huwelijken, terwijl dubbel gehuwd zijn tegelijkertijd bij wet verboden is.



