Illustratie van een schommel waar een meisje onder ligt terwijl een schaduwbeeld van het meisje op de schommel zit
beeld RD, Wilma Oosterkamp
GezondheidWetenschap

Neurochirurg noemt ziel op wetenschappelijke gronden „geestelijk” en een „schepsel van God”

Wat is de ziel? Zijn ervaringen als neurochirurg zetten de Amerikaan Michael Egnor op een ander spoor dan de meeste hersenwetenschappers: de menselijke geest is ondeelbaar en kan buiten de hersenen bestaan. Het bestaan van zo’n ziel bewijst ook dat er een God is.

De meeste neurowetenschappers hangen de theorie aan dat de menselijke geest of ziel (mind) ontstaat als bijproduct van de werking van de zenuwbanen in de hersenschors. De ziel bestaat dan dus niet echt: als de hersenen stoppen met werken, eindigt de ziel. In deze materialistische visie, waarin alles materie is, verandert de ziel als de hersenen veranderen, en zijn hersenactiviteit en mentale activiteit aan elkaar gekoppeld.

„De geest is wat het brein doet; alle andere visies zijn onwetenschappelijk”

Massimo Pigliucci, hoogleraar filosofie City College of New York

Brein is geest

Een populair idee onder seculiere hersenwetenschappers is de ”identiteitstheorie”: breintoestanden zijn mentale toestanden. Als iemand bijvoorbeeld van ijs houdt, is dat te identificeren als een bepaalde activiteit van neuronen in een bepaald hersengebied. Gevoelens en gedachten kunnen dan worden uitgelezen via een hersenscan. Voor filosoof Massimo Pigliucci is het daarom een uitgemaakte zaak: de geest is wat het brein doet, alle andere visies zijn naar zijn smaak „onwetenschappelijk”.

Oudere man, grijs haar, met bril op. Hij draagt een roze overhemd, een donkerblauwe stropdas en een lichtgeruit colbert.
Michael Egnor. beeld Discovery Institute

Michael Egnor, hoogleraar neurochirurgie aan de Renaissance School of Medicine in Stony Brook New York, stelt deze en andere materialistische beweringen in zijn boek ”The immortal mind” –de onsterfelijke ziel– (Worthy Publishers New York/Nashville 2025) ter discussie. Hij bestrijdt het idee dat hersenactiviteiten logisch denken kunnen voortbrengen. „Er bestaat geen enkel raakvlak tussen de wetten van de logica en de natuurwetten. Daarom strijdt de identiteitstheorie met de Wet van Leibniz: om identiek te zijn, moeten twee zaken volledig hetzelfde zijn. Maar geest en hersenen delen niets gemeenschappelijks.”

Brein als computer

Een andere opvatting is het ”computerfunctionalisme”: het brein is de hardware en de geest de software. Je stopt er wat in en er komt iets uit. Deze visie ligt ook aan de basis van het zogeheten transhumanisme, een beweging die onder meer meent dat de geest kan worden geüpload in een computer, en andersom. En daardoor zou een mens onsterfelijk kunnen voortleven in bijvoorbeeld een robot. Klopt die gedachte?

„Computers denken niet en kunnen dat ook niet”

Michael Egnor, hoogleraar neurochirurgie Renaissance School of Medicine

Egnor meent van niet. Hij neemt als voorbeeld een rekenmachine. Het apparaat lost secuur en snel ingewikkelde rekensommen op. „Maar goed kunnen rekenen betekent niet noodzakelijk dat het apparaat intelligent is. Wij begrijpen wiskunde, een rekenmachine niet. Wij weten wat tijd is, een horloge niet. Een rekenmachine is net als een horloge een stuk gereedschap. Computers denken niet en kunnen dat ook niet, dus onze geest is geen computer.”

Hersenprocessen laten het brein op eenzelfde manier werken als elektriciteit een laptop, vervolgt de hoogleraar. Ze zijn noodzakelijk, maar een laptop produceert uit zichzelf geen moeilijk artikel. Zo brengt een brein uit zichzelf ook geen abstracte gedachten voort. Hiervoor is een onstoffelijke bron nodig: een geest of ziel.

Ziel bestaat niet

Een derde visie is het zogeheten ”eliminatieve materialisme”, het filosofische idee dat de geest niet bestaat en dat bewustzijn een illusie is. Alles is te herleiden tot activiteit van hormonen en neuronen. Dit idee heeft veel aanhangers, maar ontmoet ook veel tegenstand. „Omdat de filosofie meer dan iets anders is doordrenkt van de gerichtheid van het bewustzijn, het hebben van een bedoeling, doel of intentie, moet je ook het eliminativisme elimineren. Dan eet de slang zijn eigen staart op”, meent filosoof Edward Feser.

Egnor concludeert dan ook dat de aanhangers van dit materialistische denkbeeld dagwerk hebben om dit zichzelf weerleggende idee in stand te houden. „De materialistische aanname dat bewustzijn een illusie is, weerlegt zichzelf ook. Want om een illusie te hebben, moet je over bewustzijn beschikken.”

Onlangs debatteerde Egnor met de atheïst Michael Shermer, directeur van de Skeptics Society, die de mens ziet als een biologische machine. Egnor stelde daar: „Het probleem is dat materialistische wetenschap in feite een soort eindeloze zoektocht is om materiële verklaringen te geven ondanks het geleverde bewijs, niet vanwege het bewijs”. Hij noemt „materialisme een ideologische vooringenomenheid waarvoor geen plaats is in de wetenschap van de 21e eeuw”.

„Ons bewustzijn heeft geen locatie; de ziel is geestelijk en neemt daarom geen fysieke ruimte in”

Michael Egnor, hoogleraar neurochirurgie Renaissance School of Medicine

Er bestaat sterk wetenschappelijk bewijs dat een onstoffelijke ziel werkelijkheid is, vervolgt de neurochirurg (zie kaders). „We kunnen nergens in ons brein een fysiek centrum van bewustzijn aanwijzen, eenvoudig omdat de ziel niet in het brein huist. Ons bewustzijn heeft geen locatie. De ziel is geestelijk en neemt daarom geen fysieke ruimte in.”

Lichaam en geest

Wat is de ziel dan? Neurowetenschappers duiden daarmee meestal het vermogen aan om abstract te denken en te redeneren en het vermogen tot zelfreflectie. Tussen de ziel en het lichaam is tweerichtingsverkeer, stelt Egnor: „De ziel leidt het lichaam en werkt door het lichaam.” De gereformeerde theoloog Herman Bavinck verwoordde dat in zijn ”Gereformeerde dogmatiek” in vergelijkbare woorden: „De ziel ziet door het oog, denkt door de hersenen, grijpt met de hand, wandelt met de voet.”

Wat onstoffelijk is, is per definitie onsterfelijk

Michael Egnor, hoogleraar neurochirurgie Renaissance School of Medicine

De immateriële geest of ziel onderscheidt mensen van dieren en machines. Wat onstoffelijk is, is per definitie onsterfelijk, betoogt Egnor. Wat niet fysiek of lichamelijk is, kan niet uiteenvallen of eindigen; dat blijft altijd bestaan.

Dat geldt ook voor de ziel en de zielsvermogens: „Als de hersenen sterven, gaan alle fysieke poorten open: de ziel komt los uit de beperkingen van het brein. Daarom kunnen stervende mensen zich hun hele verleden ineens, met intense helderheid, tot in de details en met een helder begrip herinneren.” Wetenschappers noemen dit verschijnsel ”terminal lucidity” – sterfbedhelderheid.

„God schept de ziel, omdat alleen een Geest een geest kan voortbrengen”

Michael Egnor, hoogleraar neurochirurgie Renaissance School of Medicine

De beste verklaring voor het bestaan van de menselijke geest is dat deze afkomstig is van een goddelijke Geest, betoogt Egnor: „Bewuste wezens komen alleen voort uit bewuste wezens. Onze kinderen hebben een onsterfelijke geestelijke ziel, net als wij. En door Gods genade zijn zij geschapen via ons. Moeder en vader voorzien in de biologische noodzakelijkheden, maar God schept direct een ziel, omdat alleen een Geest een geest kan voortbrengen.”

Voor Egnor is deze constatering uiterst belangrijk. „Het feit dat we een ziel hebben, dat onze ziel geestelijk is, gemaakt naar Gods beeld en een eeuwige bestemming heeft, is het allerbelangrijkste voor ons. Er bestaat niets wat er meer toe doet dan dat. We zijn belichaamde geesten, die Gods liefde en vergeving nodig hebben, nu en in de eeuwigheid.”

Populaire artikelen