AI-tool van ds. Otte geeft preekschets op presenteerblaadje
Klinisch epidemioloog en dovenpastor ds. W.M. (Wim) Otte heeft een kunstmatig intelligent programma ontworpen voor het voorbereiden van een kerkdienst. Predikanten krijgen AI-gegenereerde voorstellen voor liederen, exegetische informatie en preekschetsen in tien verschillende stijlen.

Op dit moment is ds. Otte nog volop bezig met het ontwikkelen van zijn programma, maar de technologie is vergevorderd. Drie gegevens heeft de tool nodig om een dienst voor te bereiden: de datum in verband met het moment in het kerkelijk jaar, de kerkelijke gemeente waar de dienst gehouden zal worden en het Schriftgedeelte dat de predikant wil behandelen. Met die informatie stelt het programma binnen een uur een volledige kerkdienst samen. Naast voorstellen voor de liturgie krijgt de gebruiker ook exegetische bagage, informatie over het stemgedrag van gemeenteleden en mogelijke geloofsvragen die zij hebben.
Ontwerper Otte werkt naast zijn baan als predikant als hoofddocent klinische epidemiologie in het UMC in Utrecht. Daar ontwerpt hij AI-modellen om de behandeling van epilepsie te verbeteren. In het verleden riep zijn werk daar weerstand op. Ds. Otte: „Theologie is conservatief in het gebruik van techniek, maar geneeskunde ook. Je draagt zorg voor mensenlevens. Daar moet je zuinig mee omspringen. Een andere drempel was dat specialisten zonder werk zouden komen te zitten. Uiteindelijk blijken AI-modellen beter te zijn in het opsporen van tumoren dan radiologen, en kunnen ze beter de kans op een epileptische aanval voorspellen dan specialisten. Er is geen radioloog of specialist minder in dienst. Alleen hun werk is veranderd.”
De predikant weet zeker dat AI ook predikanten kan helpen om hun werk te verbeteren. Hij verwacht dat zijn tool de dienaren des Woords veel werk uit handen kan nemen. „Tijd die ze nu steken in het doorbladeren van psalm- en liedboeken op zoek naar gepaste muziek, kunnen ze dan aan andere zaken besteden, zoals het maken van een werkvertaling uit de grondtalen.”
Wacht even, dit gaat te snel. We wennen net aan vragen stellen aan ChatGPT. Waarom zouden predikanten nu hun preek moeten gaan voorbereiden met behulp van AI?
Ds. Otte: „Een preek is een van de meest ingewikkelde literaire genres. Predikanten moeten heel veel in huis hebben: een goed taalgevoel, verbeelding, het vermogen om de Bijbeltekst te exegetiseren, kennis van het publiek. En ook de spiritualiteit van de predikant speelt een rol bij het tot stand komen van een preek. Het is je taak een 2000 jaar oude tekst opnieuw te laten klinken in een taal die hoorders niet vervreemdt.
Maar als predikant ben je druk. Je gaat beknibbelen op de tijd die je steekt in een preek. Je laat de werkvertaling zitten, je leent wat van de exegese van theoloog Oepke Noordmans, in je gebed kruipen clichés. Ik heb deze tool allereerst voor mezelf ontwikkeld. Ik wil de lat voor mijn preken hoog leggen. Maar ik denk dat ook andere predikanten gebaat zijn bij dit programma. Het niveau van preken moet omhoog.”
Hoe hebt u dit programma ontworpen?
„Sinds het begin van mijn theologiestudie, nu tien jaar geleden, ben ik bezig met het programmeren van taalmodellen. Maar tot voor kort waren de modellen niet krachtig genoeg om goede teksten te schrijven. Tot een jaar geleden was Google Translate een dom programma. Je stopte er een literaire tekst in, maar de vertaling die eruit kwam was geen letterkundig hoogstandje. Vaak was er sprake van verkeerde woorden die niet pasten binnen de context.
De ontwikkelingen gaan echter snel. Als je er nu een literaire tekst in stopt, of dat nu tekst van Arnon Grunberg of een gedicht van Annie M.G. Schmidt is, komt er goed vertaalde proza of poëzie uit. Dus ik kon dingen gaan samenvoegen. Dat heb ik in de afgelopen kerstvakantie gedaan.
Ik koppel meerdere taalmodellen aan elkaar. Die geef ik allemaal een eigen opdracht mee: geef een voorstel voor een bloemschikking die past bij de kleur van het kerkelijk jaar, draag motieven aan voor het gebed, enzovoort. Die verschillende onderdelen maakt het programma na elkaar, zodat elk volgend model informatie gebruikt uit het voorgaande. Zo wordt de uitkomst een liturgie waarin de elementen logisch op elkaar aansluiten.
Voor het laten schrijven van een preekschets kunnen predikanten kiezen uit tien stijlen, bijvoorbeeld solidair, poëtisch, rabbijns, literair of apocalyptisch. Bij de solidaire stijl gaf ik AI de opdracht om te schrijven in de lijn van Dorothee Sölle. Ik schreef een gebruiksinstructie (prompt) van drie A4’tjes over haar theologie. En ik raad het model aan om zelf ook op internet te zoeken naar informatie over haar.”
Waarin verschilt uw machine van bijvoorbeeld ChatGPT of Perplexity?
„ChatGPT vragen om een preek kun je vergelijken met wanneer je in de trein een willekeurig iemand vraagt om iets te zeggen over Ruth 3. Die persoon diept wat op uit zijn geheugen, aarzelt hier en daar en bluft zich er wel doorheen.
Programma’s als ChatGPT en Perplexity hallucineren. Ze verwijzen naar werken van ds. G.H. Kersten die hij nooit heeft geschreven. Het programma dat ik ontwierp, maakt voor de exegese alleen gebruik van bestaande commentaren. En als het een lied voorstelt uit het Liedboek voor de Kerken, dan staat dat er ook daadwerkelijk in – iets wat je bij ChatGPT altijd nog maar moet afwachten.”
Verder maken bestaande AI-tekstmodellen een tekst die qua structuur nog in niets lijkt op een preek. Voor een preek kun je een model gebruiken in de trant van: eerst ellende, dan wanhoop. Dan komt vervolgens het Evangelie en breekt het licht door. Tot slot volgt een oproep aan de hoorders. In mijn programma heb ik zulke structuren ingebouwd. Ze zitten onder het oppervlak. Met het i’tje bovenaan de pagina’s kun je onder de motorkap kijken en zie je welke keuzes ten grondslag liggen aan de tekstopbouw.”
Gebruikt u zelf uw tool al?
„Nee, daar vind ik het nog te vroeg voor. Ik zou ook andere predikanten niet aanraden om dit programma gelijk bij het begin van hun voorbereiding in te zetten. Voor sommige onderdelen vind ik het wel praktisch, bijvoorbeeld het kindermoment. Ik ben niet heel goed met kinderen en vraag me altijd af hoe ik hen beter bereik.
Ook bidden in de dienst vind ik ingewikkeld. Ik hoor mezelf dan tegen God praten en vraag me dan af: moet ik hier niet wat meer mijn best op doen, dat het origineel klinkt? Is dit wel mooi, behaagt dit God? Ik laat me graag inspireren door gebeden van de theologen Walter Brueggemann en André Dumas. Of door oude, hervormde predikanten die hun gebed soms beginnen met een Bijbelverhaal en dan plotseling de lijn naar boven trekken. Wauw, denk ik dan, dat kan ik zelf zo niet. Ik kan wel wat inspiratiemateriaal gebruiken, ook van AI.”
Maar een kerkdienst voorbereiden is toch ook: worstelen met de Bijbeltekst? Dat kan een programma niet voor een predikant doen.
„Een predikant vraagt zich af: hoe laat ik hier, op deze plek, het Evangelie horen? Dat geeft worsteling, maar een juiste exegese staat daar los van. En wat de context van een gemeente is, waar de vragen van gemeenteleden liggen, daar heb je als predikant maar een beperkte blik op. Dat is dus informatie waar deze tool je prima van kan voorzien.”
U zegt dat het niveau van preken omhoog moet en dat we daar AI voor kunnen gebruiken. Is dat streven naar perfectie wel oké? God gebruikt toch juist mensen voor de prediking?
„Ja, maar die mensen moeten de lat voor het doorgeven van Gods Woord wel hoog leggen. Ik heb naast de preekvoorbereidingstool ook een feedbacktool ontworpen. Ik hoor te vaak van gemeenteleden: „Mooi gepreekt, dominee.” Wat de feedbacktool mij leert aan de hand van criteria van theoloog Willem-Maarten Dekker, gaat een stuk dieper. Op een schaal van 0 tot 10 krijg ik een cijfer voor onderdelen zoals exegese en of ik met voldoende ernst de twee wegen heb verkondigd. Je kunt dus je preek goed aanscherpen met deze middelen.”
Gaan uw gemeenteleden uw preek niet enorm wantrouwen? Ze denken vast constant: heeft mijn predikant dit zelf uitgedacht of is dit geformuleerd door een robot?
„Dat mogen ze denken als ik de tekst voor mijn preek naadloos overneem uit mijn programma. Maar dat doe ik als het goed is niet. De preekschetsen die het programma biedt zijn ook maar 500 woorden, dus je bent nog niet klaar als je dat kopieert.
We gebruiken allemaal trucjes. Een ouderling die op huisbezoek gaat, checkt van tevoren in het ledenbestand wat de namen van de kinderen in het gezin zijn. En dan zegt hij bij binnenkomst: „Hoi Marit. Je zit nu in klas twee toch? Hoe gaat het daar?” Natuurlijk kent hij niet alle namen van de kinderen van de kerk. Maar toch zijn ouders er blij mee wanneer hun kinderen zo aangesproken worden. Waarom zeggen we bij het gebruik van AI dan ineens: O, dit voelt zo vervreemdend!”
Het aanbieden van zo’n tool vergt wel veel discipline voor predikanten die al belast zijn met veel taken. Even een preek laten fiksen door AI is in een week met twee begrafenissen en een bruiloft wel heel verleidelijk.
„We moeten eerlijk kijken naar de huidige preekpraktijk. Predikanten gebruiken volop commentaren om zich te laten inspireren. De verleiding van shortcuts is er al. Deze tool helpt je juist in de beperkte tijd die je hebt.”
Het programma maakt teksten in de lijn van bepaalde theologen. Hoe verantwoord is dat? Zou een Dorothee Sölle het goed hebben gevonden om haar preektrant terug te zien in een AI-preekschets?
„We kunnen het die theologen niet meer vragen. We staan in een traditie van 2000 jaar naspreken – zo zou Paulus het hebben gevonden, zo zou Augustinus het kunnen hebben zeggen. Ik denk dat de theologen van wie ik het werk gebruik trots zouden zijn, net zoals Da Vinci blij zou worden als hij alle variaties op de Mona Lisa zou zien. Als mensen je werk gaan parodiëren, heb je het goed gedaan.”






