Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Jubeljaar is aansporing om „het recht te laten stromen als water”

Op 6 januari sloot paus Leo XIV het ”heilige jaar” 2025 af. De vorige paus gaf dit jubeljaar 2025 het thema ”Pelgrims van Hoop” mee. Als protestant geef ik een reflectie op deze rooms-katholieke instelling.

Rijen wachtende mensen voor de koepelvormige Sint-Pieterskerk in Rome
Tijdens het ”heilige jaar” 2025 stonden dagelijks enorme rijen voor de jubeljaardeur in Rome. beeld Getty Images

Dertig jaar geleden schreef ik op de opiniepagina een artikel over het jubeljaar onder de kop ”Waarom zou ons volk geen baat hebben bij jubeljaar?” (RD 30-3-1995). Nu ben ik net teruggekeerd uit Rome, waar ik door de Porta Santa, de ‘heilige’ jubeljaardeur, ben gegaan. Die ervaring heeft mij nieuw inzicht gegeven in de betekenis van het jubeljaar.

Het jubeljaar voorkomt dat wij ons neerleggen bij de feiten, bij de onrechtvaardige structuren

In 1995 pleitte ik niet voor de invoering van het wettische jubeljaar, maar voor een doordenking en een praktische invulling van deze oudtestamentische instelling. Ik schreef toen dat ik geloofde dat het ware jubeljaar, de gerechtigheid en de vergeving, door Christus wordt gebracht. Dit betekent mijns inziens echter niet dat we deze instelling helemaal mogen vergeestelijken of in een verre, onkenbare toekomst mogen plaatsen. We zouden ons veeleer moeten afvragen uit welke principes deze Bijbelse instelling voortkomt en hoe wij deze principes voor onze tijd kunnen vertalen.

Het thema heeft mij niet losgelaten, ook niet in mijn werk voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en op verschillende Nederlandse ambassades. Fietsend naar Rome kon ik erop reflecteren.

Het jubeljaar heeft niets met jubelen te maken. Het Hebreeuwse woord ”jowél” betekent ”het brengende”, ”dat wat naar huis doet terugkeren”. Het verwijst naar vrijheid, vrijlating. Daarom wordt in de Joodse traditie ook gesproken over ”Jowél” of ”Vrijlatingsjaar”. Het wordt elke vijftig jaar gevierd en volgt op de zeven keer zeven sabbatsjaren. In het vijftigste jaar worden slaven vrijgelaten en schulden kwijtgescholden. Land wordt teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. Het land wordt in het jubeljaar niet bewerkt. Sinds het jaar 1470 wordt het om de 25 jaar gevierd, „in verband met de kortheid van het menselijk leven”.

Het jubeljaar is geen luchtkaststeel, maar is juist heilzaam. Deze instelling voorkomt dat wij ons neerleggen bij de feiten, bij de onrechtvaardige structuren. De Russische schrijver Leo Tolstoj leerde mij al: een van de meest voorkomende verleidingen die tot grote rampen hebben geleid, is de neiging om te zeggen: „zo zijn de dingen nu eenmaal”.

Guido de Brès

Het jubeljaar 2025 had als thema ”Pelgrims van Hoop”. Die hoop is ons door Christus gegeven en kan niet teleurstellen. Zij is een voorwaarde voor leven en een middel om te overleven. Als wij ons een jaar lang richten op plekken van hoop, op hoopvolle gebeurtenissen, op getuigen van hoop, dan geeft dat nieuwe inzichten. Guido de Brès schreef boven zijn brief aan koning Filips II, bij de overhandiging van zijn Nederlandse Geloofsbelijdenis: „altijd bereid tot verantwoording van de hoop die in je is, met zachtmoedigheid en ontzag” (1 Petrus 3). Dat getuigde van een leven als pelgrim van de hoop.

Mijn materiële situatie en mijn veiligheid zijn van groter gewicht dan de opdracht om slaven vrij te laten…

Al pelgrimerend naar de jubeljaardeur in Rome was ik eerst weinig vervuld met blijdschap en vrede (Romeinen 15:13), was ik niet overvloedig in de hoop. Een teken van hoop is vrede. En die heb ik in de sferen van arrogantie en macht in kerk en maatschappij weinig kunnen ontwaren. Er heerst meer angst voor asielzoekers, ook bij christelijke partijen in Nederland, dan dat er gewerkt werd aan de opdracht om de vele schuldsituaties te verbeteren of aan het verwezenlijken van de dromen van de jongeren. Mijn materiële situatie en mijn veiligheid worden bedreigd en dat is van groter gewicht dan de opdracht om ”slaven vrij te laten”. Het lijkt er soms op dat zij die ijveren voor de enig juiste Bijbelvertaling niet zo hechten aan de woorden van de profeten dat de goederen van de aarde bestemd zijn voor allen. Of, met de woorden van de Deense predikant en verzetsheld Kaj Munk: „Het ware christendom is niet het geloof aan de maagdelijke geboorte of aan de opstanding des vleses; het ware christendom is dat u goed bent voor uw knechten en meiden.”

Amos

Toch was het jubeljaar voor mij een gelegenheid om de hoop nieuw leven in te laten blazen. Hoop bezit de wonderlijke deugd om zelfs uit de leegte een werkelijk nut te scheppen (Engelse dichter William Cowper). Hoop komt voort uit liefde en baseert zich op liefde. Die hoop stelt niet teleur (Romeinen 8:35 en volgende). Het jubeljaar herinnerde mij aan Jezus’ woorden in de Bergrede dat wie vrede brengen „kinderen van God genoemd worden”.

Laat de nieuwe doopvonten weer achthoekig zijn, zoals eerder in de kerkgeschiedenis

Toen ik in Rome de dagelijkse enorme rijen van vele duizenden voor de jubeljaardeur zag staan, liet dit mij zien dat er hoop is. De rust van het Italiaanse Cortona onderweg naar Rome deed mij weliswaar meer dan de 340.000 kilo zware obelisk op het Sint-Pietersplein, maar juist bij deze pronktoren herinnerde het jubeljaar mij aan deze opdracht van Amos: „Ik haat uw feesten (...) Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek” (5:21-24). Dat is denk ik de kern van het jubeljaar: het recht laten stromen als water, structureel onrecht doorbreken, zowel budgettair als in de schepping.

Wereldfonds

Laat ik drie uitdagingen noemen die ik na mijn pelgrimage probeer op te pakken. In 1991 sprak prins Claus op de wereldconferentie van internationale samenwerking: „Er kan geen sprake zijn van een menselijke toekomst die het waard is geleefd te worden, als die niet berust op werkelijke internationale solidariteit.” Ik wil het nut van die internationale solidariteit uitdragen en anderen stimuleren dat ook te doen. Als onderdeel daarvan probeer ik meer crowdfundingprogramma’s of -activiteiten te helpen opzetten die raken aan de kernopdracht van het jubeljaar.

Als tweede noem ik dit: zoals ik eerder betrokken was bij internationale klimaatfinanciering, wil ik nagaan hoe kan worden gewerkt aan eerdere ideeën voor wat betreft het opzetten van een ”wereldfonds” met een deel van het geld dat nu gereserveerd wordt voor wapens en andere militaire uitgaven. Om daarmee bij te dragen aan de ontwikkeling van de armste landen, zodat hun bewoners niet hun toevlucht nemen tot gewelddadige of bedrieglijke oplossingen of gedwongen worden hun land te verlaten om een waardiger leven te leiden.

Als derde noem ik een volstrekt andere uitdaging: ik wil een lans breken om nieuwe doopvonten weer achthoekig te laten zijn, zoals eerder in de kerkgeschiedenis. Die achthoek verwijst naar „de achtste dag”, de dag van de opstanding, de dag die het gewone ritme overstijgt, het leven dat eeuwig duurt, het einddoel van onze aardse pelgrimstocht. Zo wil ik zelf blijven leven in (als het ware) een jubeljaar. Maar zouden wij dat niet allemaal op onze manier moeten willen? Het jubeljaar ”Pelgrims van Hoop” is afgesloten, maar pelgrims blijven wij, in een levende hoop dat de woestenij weer zal gaan bloeien.

De auteur is diplomaat en bestuurder.

Populaire artikelen