BinnenlandWinterweer

Best bijzonder die sneeuw, maar in 1979 en 1963 viel er pas echt veel

Sneeuw, het gesprek van de dag. Maar heeft het echt hard gesneeuwd of zijn we geen sneeuw meer gewend?

Gele sneeuwschuiver voor een witte landingsbaan waar een wit vliegtuig stilstaat.
Op Schiphol zijn dinsdag opnieuw honderden vluchten geannuleerd vanwege de sneeuwval. Start- en landingsbanen worden sneeuwvrij gemaakt. beeld ANP, Koen van Weel

Sneeuw. Oef. Treinverkeer dat platligt. Bussen die niet rijden. Honderden vluchten geannuleerd. Universiteiten (Utrecht, Rotterdam) die geen examens afnemen. Rijexamens die niet doorgaan. (Hoge)scholen die dicht blijven of lessen schrappen.

Maar ook: de bezorging van post en pakketten gaat gewoon door, al arriveren niet alle pakketten en poststukken op tijd. De bevoorrading van supermarkten verloopt door de bank genomen goed, zij het soms met wat vertraging. Boodschappenbezorger (Picnic) zet meer ”runners” in, omdat de bezorging her en der trager gaat dan normaal. Albert Heijn annuleert „in een beperkt aantal gevallen” onlinebestellingen. Sneeuw? Ja. Last? Ja. Maar je kunt niet zeggen dat Nederland platligt. Dat gans het raderwerk stilstaat. Zeker niet.

Is alle commotie over de sneeuw dan wat overdreven? Zijn we sneeuw ontwend?

Dat laatste is het geval, zegt klimaatexpert Peter Siegmund van het KNMI. De 21e eeuw is, tot nu toe, bepaald geen sneeuweeuw. Tegelijkertijd maakt dat de commotie wel begrijpelijk. Want voor 21e-eeuwse begrippen is er volgens Siegmund de afgelopen dagen toch aardig wat sneeuw gevallen. „Niet uniek, maar toch wel bijzonder”, karakteriseert hij.

Sneeuwdekdagen

Siegmund pakt er wat gegevens bij. De coronawinter van 2020/2021 was de laatste winter met sneeuw van betekenis: gemiddeld lag er toen 6 centimeter, een week lang. Veel meer sneeuw was er in de winter van 2010: het KNMI turfde toen 26 ”sneeuwdekdagen”: dagen waarop er minstens 1 centimeter sneeuw ligt. In 2011 waren dat er 19. In de paar jaren daarvoor en daarna was sneeuw een bijzonderheid en viel er soms bijna niets.

Het dikste sneeuwdek in deze eeuw was er in een ander jaar: in 2005. Op 3 maart lag er toen 59 centimeter in het Drentse dorpje Zweeloo. Dat was een aparte sneeuwdag. Veel sneeuw lag er toen in Drenthe, in het westen van Friesland en in delen van de Kop van Noord-Holland. Maar in Limburg en het oosten van Noord-Brabant lag bijna niets.

Echte sneeuwwinters

Voor echte sneeuwwinters moeten we verder terug. Niet naar de jaren negentig van de vorige eeuw: toen viel er opvallend weinig. In de jaren tachtig was sneeuw veel gewoner: de helft van die jaren had meer dan tien sneeuwdekdagen. De jaren 1981 en 1985 hadden er zelfs twintig. Maar die jaren vielen in het niet bij 1979.

In 1963 was er bijna drie maanden lang vorst

Dat was een echte sneeuwwinter. Die begon al eind november met een flink pak. Het zou daarna vaak en veel sneeuwen. Er waren sneeuwstormen, en sneeuwduinen. Soms was er dooi, maar onvoldoende om alle sneeuw weg te smelten. Dan vroor de sneeuw weer op. Vooral daarom bleef een Elfstedentocht uit zicht: te veel sneeuw, beroerd ijs.

Sneeuwstorm

Begin januari was het al bar, met ijzel, een sneeuwstorm en temperaturen van min 20. In delen van Nederland was verkeer toen niet mogelijk. In de nacht van 13 op 14 februari zette een enorme sneeuwstorm op. Ook toen lag niet gans het raderwerk stil. Maar in Noord-Nederland wel. Boerderijen en een paar dorpen en ziekenhuizen waren onbereikbaar, wegen onbegaanbaar. Treinen en bussen konden niet rijden. Soms werd het leger ingezet. Soms reikte de sneeuw tot aan de daken. Er waren 41 sneeuwdekdagen die winter.

In 1963 waren dat er 57. Dat was het koudste jaar van de twintigste eeuw. Bijna drie maanden was er, volgens gegevens van het KNMI, continu vorst. De eerste sneeuwstormen waren er midden november, voor Kerst was het IJsselmeer dichtgevroren. Er lagen ijsbergen in de Waddenzee en wie zijn auto op de Gouwzee wilde parkeren, kon dat. Ook toen waren dorpen soms onbereikbaar. Een Elfstedentocht was er wel: Reinier Paping won en trotseerde een gevoelstemperatuur van min 20. Een dag erna was het nog kouder en waren veel wegen (weer) onbegaanbaar.

Kwetsbaarder

Is alle commotie rond de sneeuw nu wat overdreven? Sneeuw zijn we niet meer gewend, en Nederland is, in zekere zin, kwetsbaarder geworden. In 1963 reden er 720.000 auto’s rond, in 1979 3,9 miljoen. Nu meer dan 9 miljoen. Een beetje sneeuw leidt prompt tot lange files. Waardoor sneeuwschuiven en pekelen vaak niet lukt.

Er rijden veel meer treinen dan 47 en 63 jaar geleden. Sneeuwt het flink, dan leidt dat meteen tot vertragingen. Idem op Schiphol. Die verwerkt bijna zeven keer zo veel passagiers als in 1979.

Daarbij: hoe minder vaak het sneeuwt, hoe minder reden er is om met sneeuw rekening te houden. Neem ProRail. Dat zou zijn spoornet sneeuwbestendiger kunnen maken. Maar dat kost veel geld. Loont dat als het hoogstens een paar dagen per jaar sneeuwt?