Veel zorgen over betaalbaarheid treinkaartjes in debat over spoor
Een groot deel van de Tweede Kamer maakt zich zorgen over de betaalbaarheid van treinkaartjes. PVV, GroenLinks-PvdA, D66, VVD en ChristenUnie vroegen daar aandacht voor in een debat over het spoor. Maar de oplossingen die ze voorstellen, verschillen.
PVV-Kamerlid Hidde Heutink verwacht dat een retourtje Enschede-Den Haag tegen de 70 euro gaat kosten na de gemiddelde prijsverhoging van 6,5 procent die de NS volgend jaar doorvoert. Tegelijkertijd gaf de NS vorig jaar 3,6 miljoen euro terug aan reizigers vanwege vertraging. „De simpelste manier om geld te besparen, is om op tijd te rijden”, concludeerde Heutink. Als alle treinen altijd op tijd zouden rijden, is dat nog lang niet genoeg om de stijging van de kaartprijzen op te vangen.
Het volgende kabinet moet structureel meer geld bijleggen, vindt Habtamu de Hoop (GroenLinks-PvdA). „Met een beetje politieke wil kunnen we de prijzen bij de NS bevriezen.” Hij wil ook geld zoeken voor een ov-pas voor mensen met een laag inkomen. Die komt er voorlopig niet, meldde het kabinet recent.
Dion Huidekooper (D66) vroeg of er meer „tariefdifferentiatie” mogelijk is, oftewel grotere verschillen tussen de spits- en daluren om reizigers te spreiden. Dat moet niet alleen duurdere kaartjes in de spits, maar ook goedkopere kaartjes daarbuiten inhouden, zei hij na vragen van Heutink en De Hoop.
De aankomende prijsverhoging van 6,5 procent is „zwaar” tegen een achtergrond van volle treinen, verstoringen en onveiligheid, vindt Björn Schutz (VVD). „Voor de VVD zijn tariefsverhogingen alleen uitlegbaar als de prestaties op orde zijn.” Een oplossing wil hij aan een nieuw kabinet overlaten.
Dat NS-kaartjes 6,5 procent duurder worden, is ook volgens demissionair OV-staatssecretaris Thierry Aartsen (VVD) „enorm fors”, al is hij blij dat de stijging van 12 procent waar eerder over werd gesproken is afgewend. Hij wil onderzoek laten doen naar de betaalbaarheid van spoorvervoer.
Verpleegkundigen die op woensdagmiddag naar hun werk gaan, betalen volgens Aartsen mee aan de „hyperspits” op andere dagen. „De NS moet enorm veel kosten maken om op dinsdagochtend en donderdagochtend alle forenzen op hun plek te krijgen.” Ook wil hij kijken of het studentenreisproduct anders geregeld kan worden.