RecensieBoekrecensie

Jeugdroman ”Albatros” van Yorick Goldewijk confronteert, schuurt en verrast

Surrealistisch, confronterend, bizar, soms grappig. ”Albatros” is een bijzonder boek, een stevige aanzet tot nadenken ook. Dat is mooi, maar botst wel met de christelijke kijk op de mensheid.

Groene scooter voor een gevel met graffiti. 
”Albatros” is eigenlijk een soort parabel – over waartoe we op aarde zijn, maar misschien vooral wel over wat voor zootje we er als mensheid van maken. beeld Getty Images

Je kunt het wel zo’n beetje raden: ”Albatros” van Yorick Goldewijk is een boek dat deze maand op veel bestekinderboekenlijstjes zal gaan belanden. Dat volgend jaar ongetwijfeld een prijs in de wacht sleept. Want ja, het is meeslepend geschreven en geeft vooral veel stof om over na te denken. Terwijl het toch ook iets luchtigs heeft, vol vaart zit en grappige scènes kent.

In Goldewijks eerdere boek ”Films die nergens draaien”, dat eind vorige maand voor de tweede keer op rij werd verkozen tot nummer 1 van de kinderboekenranglijst de Grote Vriendelijke 100, zit ook die combinatie van lichtheid en diepgang. En het heeft, net als ”Albatros” iets magisch-realistisch. De gelijkenis levert trouwens alsnog een totaal ander boek op, maar wel weer met een even ingenieus plot en ijzersterke zinnen.

Gevaarlijke beer

Het boek start bizar: als Abel wakker wordt, zijn alle mensen veranderd in dieren. Zijn moeder is een hert, zijn vader een hond, de buurman een gevaarlijke beer. Abel is de enige die geen metamorfose ondergaan heeft. Aanvankelijk kunnen sommige dieren nog praten, maar al snel verliezen ze ook hun laatste menselijke trekjes.

Goldewijk zet zijn personages neer als echte mensen, met onhebbelijkheden

Abel heeft geen idee wat er aan de hand is en besluit op zoek te gaan naar andere mensen – en steekt daarvoor de rivier over naar het noorden, de grote vijand van het zuiden waar hijzelf woont. Zijn vader –inmiddels hond Duuk– gaat mee. Met het enige meisje dat hij vindt, jawel, een noorderling, bouwt hij een bijzondere relatie op. Kat –zo is haar naam– is boos, doet overdreven stoer, is grofgebekt, onvriendelijk en ze haat zuiderlingen, maar de twee hebben elkaar nodig. Goldewijk zet hen neer als echte mensen, met onhebbelijkheden. En in Kats geval: lekker aangedikt, met vlijmscherpe randjes.

Portret en profil van een man met donker, halflang haar, een snor en een baard. Hij houdt zijn handen tegen zijn kin. 
Schrijver Yorick Goldewijk. beeld uitgeverij Ploegsma 

Als je alleen de morele maatlat langs dit boek houdt, zie je een boek waarin het er ruw aan toe kan gaan, waarin personages pijnlijke vloekwoorden niet uit de weg gaan en waarin een heel andere visie op de wereld, de schepping en de mens naar voren komt dan de christelijke. Maar daarmee is niet alles gezegd en doe je ook geen recht aan de diepere laag van dit boek.

De grote vragen liggen hier namelijk voor het oprapen: ben je medeschuldig als jouw land een ander land bombardeert? Is iemand die zich opblaast tussen burgers een terrorist of kan in hem ook een getraumatiseerd mens schuilen? Is het waar dat mensen vooral ellende veroorzaken? („Mensen zijn nergens goed voor”, aldus Kat. „Als ze geen oorlog voeren, zijn ze wel op een andere manier alles kapot aan het maken: aan het vreten en kopen en boren en vervuilen.”) En zelfs: zou de wereld misschien beter af zijn zonder mensen?

Muziek

Dat is meteen ook de kracht van dit boek: vluchtelingen, de verhouding mens-dier, wat muziek vermag, er komt onmogelijk veel voorbij en toch voelt het nergens als een zware leesklus. Eerder als een meeslepende roadtrip: Abel en Kat toeren op een Vespa door het niemandsland, op zoek naar meer mensen. Ze slapen in onbewoonde huizen, pakken hun eten uit verlaten supermarkten, bevrijden dieren uit stallen.

Het boek is een soort parabel. Over waartoe we op aarde zijn, over wat voor zootje we er als mensheid van maken

Tegelijk hangt levensgroot de vraag in de lucht: wat is er in vredesnaam gebeurd? Wie of wat zit hierachter? Dat existentiële lijntje, dat de laatste tijd vaker opduikt in jeugdliteratuur, maakt Goldewijk heel concreet. Er blijkt inderdaad iemand achter te zitten. Die gelijkenissen heeft met de christelijke Schepper, maar op cruciale punten verschilt.

Het boek is eigenlijk een soort parabel – over waartoe we op aarde zijn, maar misschien vooral wel over wat voor zootje we er als mensheid van maken. Natuurlijk is het niet Goldewijks bedoeling om dit een-op-een als het ware wereldbeeld neer te zetten. Daarom voelt het ook een beetje raar om te constateren dat zijn visie niet strookt met de christelijke visie. Maar sowieso is duidelijk dat het gedachte-experiment –wat dit boek eigenlijk is– een stuk minder hoopvol is voor de mensheid.

Boekomslag van verlaten huizen met op de achtergrond bergen. Links een hert, op de voorgrond twee jongeren met een scooter.

Albatros

Yorick Goldewijk

uitg. Ploegsma

272 blz.

€ 18,99