Meditatie: ”Mijnen”
„Mijn Liefste is mijne, en ik ben Zijne.”
Hooglied 2:16a

Als u tot het christelijk geloof komt, volg dan Maria na, rust niet voordat u ook kunt zeggen: „Hij is mijn Zaligmaker.” U zegt: Dat ”mijnen”, wat wil dat zeggen? Er is een mijnen van een zwakke, en er is een mijnen van een sterke, en er is een mijnen van een verzekerd christen.
Het mijnen van een zwakke is: „Jezus kan mijn Zaligmaker zijn, dat wil Hij!” En hij gaat Hem al schreiende achterna: „Ach, was Hij maar mijn Zaligmaker! Zou ik het wel eens krijgen?”
Wat is het mijnen der sterke? Hij kán het niet alleen, maar Hij hééft het gedaan: „Mijn Heere en mijn God, ik heb deel aan U, dat kan ik opmaken naar Gods Woord.”
Het mijnen van een die in het licht wandelt en verzekerd is, wat is dat? „Ik kan het niet nalaten te zeggen, ik tast het: Ik ben van mijn Liefste, en Zijn genegenheid is tot mij. Mijn Liefste is mijne, en ik ben de Zijne” (Hooglied 2:16; 7:10).
U kunt zich indenken hoe Maria gesteld was. „Mijn Heere”, mocht ze zeggen, „wat een licht komt er in mijn ziel; wat is mij bejegend? Gij zegt tot mijn ziel: „Ik ben uw Heil.” Dat Kind Dat ik onder mijn hart draag, spreekt door Zijn godheid tot mij: „Ik ben uw Zaligmaker.” Dat doet mij smaken de zekerheid van mijn zaligheid.”
Bernardus Smijtegelt,
predikant te Middelburg
(”Een woord op zijn tijd”, 2003)
Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Meditatie




