Waarom de „magie” en het „mysterie” van het heelal Govert Schilling blijven boeien
Het moest er een keer van komen, vertelt Govert Schilling aan de werktafel in zijn woning midden in de binnenstad van Amersfoort: een boek vol met foto’s van het heelal gemaakt met de James Webb-ruimtetelescoop.

De bekende amateurastronoom en schrijver Govert Schilling had zich ruim voor de lancering van de ruimtetelescoop in 2022 vast voorgenomen dat hij er een boek over zou maken. „Die telescoop was al jaren in voorbereiding. Iedereen wist het: die gaat mooie beelden opleveren. Als je dan nagaat hoeveel er is gepubliceerd over de Hubble-ruimtetelescoop , dan weet je, hier gaan boeken over komen.”
Uw boek ”Onbegrensd universum” is afgelopen maand verschenen. Waarom niet eerder?
„Dat ik het zou schrijven, stond voor mij als een paal boven water. Een halfjaar na de lancering van de James Webb-ruimtetelescoop werden de eerste foto’s gepubliceerd. Toen zeiden mensen al tegen mij: „O, komt er nu een nieuw boek?” Ik zei: „Jawel, maar dat heeft nu nog geen zin met vijf foto’s.” En een jaar later waren het er twintig. Toen verschenen de eerste buitenlandse boeken.”
Daar zullen dan dezelfde foto’s wel in voorkomen als in uw boek.
„Dat is het lastige. Ik heb die andere boeken hier ook liggen. Daarin zie je inderdaad dezelfde foto’s afgedrukt. Ik heb gelukkig een wat ruimere keuze kunnen maken.”
Hoe hebt u dat aangepakt?
„Om te beginnen dacht ik: wat voor boek moet het worden? Je kunt een heleboel mooie foto’s pakken en bij elke foto honderd woorden toelichting schrijven. Maar dat vond ik niet zo fijn, omdat ik toch in eerste instantie schrijver ben. Ik wil een verhaal vertellen. De foto’s van de James Webb moeten een middel zijn om mensen kennis te laten maken met sterrenkunde. Ze moeten een reis maken door het heelal. En de foto’s moeten dat verhaal ondersteunen.”
U hebt bij de foto’s ook vrij uitgebreide bijschriften geschreven.
„De foto’s op zich zijn heel mooi. Ik denk dat je bewondering voor bepaalde verschijnselen in de natuur alleen maar groter wordt als je er meer van afweet. Vandaar die lange bijschriften met veel toelichting. Dus als mensen mijn boek kopen en alleen maar plaatjes kijken, denk ik: mooi, geniet ervan, maar je mist wel iets. Het is ook leuk als je het verhaal erachter weet.”
Toch zullen veel mensen uw boek vooral doorbladeren vanwege de foto’s. Vindt u dat niet jammer van alle geschreven tekst?
Schilling lacht: „Inderdaad zullen veel mensen het boek doorbladeren vanwege de foto’s en zeggen: Wat heb je weer een mooi boek gemaakt. Dan denk ik: ja, maar de tekst…”
Kost het schrijven van zo’n boek u veel tijd?
„Omdat het een inleidend boek is, hoefde ik er niet veel research voor te doen. Het is toch vooral parate kennis. Het boek heeft een klassieke opbouw gekregen. Ik begin dicht bij huis met het zonnestelsel, vervolgens kijk ik rond in het melkwegstelsel en uiteindelijk reis ik naar de randen van de kosmos. Als je de lijn te pakken hebt, gaat het schrijven eigenlijk vrij makkelijk. Ik ben er in februari mee begonnen. Dus dit boek is in korte tijd tot stand gekomen.”
Het boek biedt veel meer dan alleen foto’s van de James Webb-ruimtetelescoop.
„Het is een boek over het heelal. Het is goed om je dat te realiseren. Ik heb zes kaders geschreven, steeds één dubbele pagina, met achtergrondinformatie over de telescoop. Hoe zit die in elkaar? Hoe werkt hij? Wat is infrarode straling? Want hij kijkt niet naar het zichtbare licht uit het heelal, maar naar onzichtbare infraroodstraling.”
Welke foto’s blijven u in het bijzonder bij?
„Ik wil er twee noemen. In de zomer van 2022 werden de eerste foto's gepresenteerd door president Joe Biden. Die allereerste foto was meteen zo spectaculair indrukwekkend. Daar zag je meteen zo veel beeldscherpte en zwakke objecten en zo diep. Je denkt meteen: wauw, dit gaat wat worden de komende tijd.

De andere foto werd afgelopen september gepresenteerd. Een heel mooie, voornamelijk blauwe foto waarop je sterren ziet flonkeren, met gas en stofwolken. Maar het boek was toen al klaar, alle foto's waren geselecteerd, de lay-out was af, de tekst was geschreven en de uitgever stond op het punt om naar de drukker te gaan. Ik was superblij dat hij toch meekon.”
„Ik heb me trouwens vreselijk bemoeid met de lay-out. Wat is wel mooi, en wat niet. Zo zijn we uiteindelijk gekomen op losse tekstpagina’s die steeds worden afgewisseld met een aantal fotopagina’s. Zo is het een echt fotoboek geworden, stijlvol en rustig.”
Voor wie is het boek bedoeld?
„Ik richt me op een vrij breed publiek. Mensen die helemaal niks met sterrenkunde hebben, gaan dit boek niet lezen. Ik mag er dus van uitgaan dat de mensen die dit boek kopen, enige belangstelling voor het onderwerp hebben.
Daarnaast is het een boek voor liefhebbers, mensen die wel goed thuis zijn in de sterrenkunde. Die weten al dat er een James Webb-ruimtetelescoop is. Die hebben er al over gelezen. Die denken nu: wauw, eindelijk een mooi boek met al die foto's bij elkaar; dat wil ik ook hebben.”
Dus als ook een pure leek zegt: „Wat een mooi boek, daar wil ik nog eens goed voor gaan zitten”, bent u tevreden?
„Ja, dat is eigenlijk precies wat ik wil. Je gebruikt die foto's als een vehikel om mensen het onderwerp binnen te trekken. Aan een boek met alleen maar tekst gaan die mensen überhaupt niet beginnen. Als ik ze met dit boek over een drempel trek, heb ik mijn doel bereikt.”
Wat wilt u overdragen op de lezers van uw boek?
„Iedereen ziet ze: zon, maan, sterren en planeten. Het is allemaal zo vertrouwd; heel anders dan deeltjesfysica of zo. Tegelijkertijd kun je er niet bij: je kunt er alleen maar vanaf een afstand naar kijken. Dat maakt het mysterieus. En die mix van vertrouwdheid en mysterie intrigeert mij zo in het heelal.
Er wordt trouwens vaak gezegd: „Al die natuurkunde overal achter, die haalt het mysterie weg.” Ik geloof daar niets van. Kijk naar een regenboog; die blijf ik iedere keer mooi vinden. Het is een heel normaal verschijnsel. Je ziet het meerdere malen per jaar. En toch, als er een regenboog is, gaat iedereen naar buiten om ernaar te kijken. Want die is zo mooi. Terwijl de natuurkunde erachter heel simpel is. Dat heb ik met die kosmos ook. Je kunt van een mooie foto genieten. Maar als je je realiseert waar je naar kijkt, zie je geen oplichtende stipjes meer, maar besef je dat het complete melkwegstelsels zijn. Op miljarden lichtjaren afstand. Laat dat even tot je doordringen. Naar mijn idee draagt zulke kennis bij aan extra waardering van de schoonheid van het heelal.
Daarbij komen nog twee dingen. Het ene is dat sterrenkunde raakt aan een heleboel wezenlijke vragen uit ons bestaan. Vragen die vroeger uitsluitend door religie werden beantwoord. En nu probeert de wetenschap daartoe een poging te doen. Wat ook niet altijd lukt. Maar die vragen gaan heel diep: Hoe is alles ontstaan? Waar komt alles vandaan? Wat is mijn plaats in het grotere geheel? Dat zijn vragen die iedereen wel eens voelt en ervaart. En die informatie over het heelal raakt daaraan, schuurt daarlangs, en beantwoordt ze soms.
De andere reden waarom sterrenkunde zo tot mijn verbeelding spreekt, is…” Schilling zoekt even naar woorden. „Het heelal vraagt niks van je. Over een heleboel andere dingen in ons leven worden wij geacht een mening te hebben. Niets is meer waardevrij. En dan komt er een kosmos en die zegt: Kijk maar gewoon. Dat heelal is er. Het wil niets van ons. Het hoeft niks van ons, trekt zich niets van ons aan. Dat vind ik een heel aangenaam gevoel, een rustgevende gedachte.”
Toch is het heelal verlaten, donker en gewelddadig.
„Grappig dat je dit zegt. Want ik zit heel enthousiast over het heelal te vertellen, alsof ik er graag in zou vertoeven. Maar eigenlijk is dat het ergste wat je je kunt voorstellen. Het heelal is een extreem gevaarlijke omgeving. Wij zouden er geen minuut overleven. Het is een onaangename plek, maar zo verschrikkelijk mooi.”
Van welk verschijnsel in het heelal raakt u steeds weer onder de indruk?

Enthousiast: „Van een totale zonsverduistering. Een verschijnsel dat wij hier op aarde kunnen zien als de maan voor de zon schuift. Dat gebeurt af en toe. Wij leven in een periode, dat is bizar toeval, dat de zon en de maan optisch even groot lijken vanaf de aarde. De zon is 400 keer zo groot in middellijn, maar hij staat toevallig ook 400 keer zo ver weg, dus we zien ze even groot. Als de maan voor de zon schuift, kan hij net het hele heldere oppervlak van de zon bedekken. Zodat alle zonlicht wegvalt. Maar die mooie stralenkrans die om de zon heen zit, die blijf je wel zien.
Het is een magisch verschijnsel. Net als van een regenboog of een zonsondergang krijg ik er nooit genoeg van. Er gebeurt iets in de kosmos waar wij nul invloed op hebben. Je kunt het niet tegenhouden, je kunt het niet veroorzaken, je bent helemaal overgeleverd aan de bewegingen van de hemellichamen. Het is adembenemend spectaculair. Midden op de dag wordt het donker. De vogels zoeken hun nest op. De bloemen sluiten zich. Dieren worden onrustig. Het heeft de hele natuur om je heen in zijn greep. Het omvat, nou ja, eigenlijk je hele bestaan. Ja, dat is echt het meest magische dat ik ken.
Ik heb nog een mooie tip voor jullie lezers. Op 12 augustus 2026 is er een totale zonsverduistering in Noord-Spanje. Het is dan zomervakantie, dus als mensen die kant op gaan, kunnen ze die ook meemaken.”
Uw boek heet ”Onbegrensd universum”. Hebt u het idee dat we met de James Webb-telescoop ooit de randen van het heelal zullen kunnen zien?
Nadenkend: „Dit wordt een beetje ingewikkeld. We kunnen ons niet voorstellen dat het heelal een keer ophoudt; dat je bij een rand komt waar je niet voorbij kunt. We moeten maar accepteren dat de dingen zijn zoals we ze ontdekken.
Alles lijkt erop te wijzen dat het heelal oneindig uitgestrekt is. Hoe moeilijk dat voor onze hersenen ook is te begrijpen. Dus het gaat, hoe dan ook, linksom of rechtsom, ons voorstellingsvermogen te boven. Dat merk je al zodra je met mensen praat over die vraag over oneindigheid. Het oneindige kunnen wij ons ook niet voorstellen.
Maar, en dat weten we wel: wij kunnen niet oneindig ver kijken. En dat ligt niet aan onze telescopen. Dat ligt aan het feit dat het heelal er volgens de wetenschappelijke inzichten niet altijd is geweest. De leeftijd van het heelal is een kleine 14 miljard jaar. Dat betekent dat een lichtstraal uit het heelal nooit langer dan 14 miljard jaar onderweg kan zijn. Want meer tijd is er niet geweest. Daardoor hebben wij niet zozeer te maken met een rand, maar met een horizon waar we fundamenteel niet voorbij kunnen kijken. Met de James Webb-telescoop kijken we al 13,5 miljard jaar terug in de tijd. Dat maakt het ook zo spectaculair.”
Niet iedereen kan die ouderdom van het heelal op grond van de Bijbel meemaken. Ergert het u als mensen de oerknalkosmologie categorisch aan de kant zetten?
„Het stoort me wel dat mensen deze wetenschappelijke kennis categorisch afwijzen. Ze maken zelf de keuze om niet geïnformeerd te raken door wat andere mensen met heel veel bloed, zweet en tranen allemaal hebben onderzocht en ontdekt.
We kennen ook allemaal de Bijbelse uitspraak: „Onderzoekt alle dingen.” Wij hebben ons intellect meegekregen of ontwikkeld om daar de wereld mee te leren kennen. Als je dan van bepaalde delen daarvan zegt: Die kennis wil ik niet tot me nemen, dan doe je jezelf tekort. Ik ben opgehouden me daaraan te ergeren, maar ik vind het wel jammer. Je misgunt jezelf dan wel heel veel.”
„Het komt denk ik ook voort uit een vorm van angst. Dat heel veel overtuigingen waar je zelf mee bent opgegroeid en waar je zelf heel veel waarde aan hecht, misschien onderuitgehaald zouden kunnen worden. Je bent bang om je zekerheden te verliezen. Maar dat is helemaal niet nodig. Dat is wat ik eerder zei, ik denk dat kennis alleen maar tot meer verwondering kan leiden.”
Er komen steeds nieuwe foto’s van de James Webb-telescoop beschikbaar. Gaat daar nog wat mee gebeuren?
„Veel mensen zeggen: Die foto's zijn zo mooi; je zou ze bijna in een museum ophangen. Als kunstwerk. Sinds kort weet ik dat dit ook gaat gebeuren. Van 20 februari tot 9 april ga ik een tentoonstelling met James Webb-foto’s inrichten in de Walburgiskerk in Zutphen, een van de mooiste kerken van Nederland. Daar komt een heel mooie selectie te hangen op supergroot formaat. Daar kun je ze tot in detail bekijken.”

Onbegrensd universum. Reis door het heelal met de James Webb Space Telescope
Govert Schilling
Fontaine Uitgevers
192 blz.
€ 39,99
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Astronomie
- Zonnestelsel








