Wekelijkse meditatie: Davids God en Heere
Net als Psalm 27 en 42 is ook Psalm 84 een psalm van David, doorgaans een lievelingspsalm van Gods kinderen.

Op de vlucht voor Absalom bezingt David vanuit zijn gemis wat zijn schuld is vanwege zijn zonde met Bathseba, over zijn verlangen naar de tabernakel, de altaren en de dienst des Heeren (vers 2-3). Nu, aan het einde van deze psalm, mag David, nog steeds vanuit zijn gemis, zingen Wie God in Christus door de Heilige Geest voor hem mag zijn.
Hij is al een Zon voor David. Een lange droeve duisternis gaat vooraf aan de komst van de Zon Die verlicht, verheugt en verkwikt (kanttekening 25). David weet daarvan in zijn leven. Wat zijn de negen maanden van schuld en zonde en het niet buigen onder God als een arme zondaar een lange, droevige duisternis voor zijn zielenleven geweest. Maar wat heeft de Heere onverdiend na de boodschap van Nathan, waardoor David weer een doodschuldige en helwaardige zondaar mocht worden, in zijn leven weer doen opgaan de Zon der gerechtigheid, Christus, onder Wiens vleugelen David vergeving, genade en genezing mocht vinden.
David mag roemen in de Heere, niet alleen als de Zon, maar ook als een Schild dat bewaart en beschermt
Kent u door wederbarende genade ook iets van die lange, droeve duisternis van uw schuld en zonde waar Gods Geest u aan ontdekte en van dat smartelijke gemis van Gods gunst en gemeenschap waar uw ziel naar leerde hunkeren door de trekkende liefde Gods? Dat u weleens uitschreeuwde: De morgen, ach wanneer?
Wat een wonder als de Heere in uw donkere leven iets wilde tonen van het ochtendgloren aan de nachtelijke hemel, de mogelijkheid van zalig worden in een Ander, Die een levende hoop verwekte in uw ziel. Maar mag u het David ook nazeggen: „God is een Zon”? Omdat de Heere door Woord en Geest Zich in het toevallen van Gods recht aan u wilde openbaren als de Weg, de Waarheid en het Leven? Dan is het waar: Gods vriendelijk aangezicht heeft en geeft vrolijkheid en licht. Dat verheugt en verkwikt toch de ziel. En dat niet één keer, maar altijd weer als de Heere Zich gaat vertonen als de Zon in het licht en de glans van Zijn genade en ontferming na de donkere en soms lange en droevige duisternis van ontgronding en ontbloting, waarin u overbleef als een rechteloos mens. En dan zo heerlijk, dat opgaan van Christus als de Zon in Zijn tussentredende en betalende arbeid: Ik voor u. Ja, als de Overwinnaar over dood en graf, de Zon in zijn middaghoogte, mag de ziel met David op grond van Christus’ arbeid uit de mond van de rechtvaardige God door Woord en Geest horen: „De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen; gij zult niet sterven” (2 Samuël 12:13b).
En terwijl David nu moet vluchten voor zijn eigen kind, mag hij toch roemen in de Heere, niet alleen als de Zon, maar ook als een Schild, dat hem in alle nood en benauwdheden bewaart en beschermt, ook in de dagelijkse omstandigheden van dit moeitevolle leven. O, wat is Gods Kerk toch gelukkig. Want zij worden in de kracht Gods bewaard, door het geloof tot de zaligheid. Mag u het Thomas al nazeggen: „Mijn Heere en mijn God”?
En kent u dit leven niet? De Zon staat nog aan de hemel. De boodschap van de algenoegzaamheid van Christus’ bloed voor de gehele wereld wordt nog verkondigd. Bekeert u dan en gelooft het Evangelie. Ja, zie het Lam Gods, de Zon en het Schild, Dat de zonde der wereld wegneemt en door een nacht hoe zwart, hoe dicht, leiden zal tot het eeuwige Licht.
Vond u dit artikel nuttig?
- Meer over
- Wekelijkse meditatie




