Onderwijs je gedoopte kind alsóf je het kon bekeren
God zegt juist in de doop dat Hij Zich tot kinderen wendt. Ook zij zijn „de verdoemenis in Adam deelachtig”, maar kunnen ook weer „in Christus tot genade aangenomen worden”. Ouders hebben de taak hun kinderen dát te onderwijzen.

Het doopformulier hoort bij het wezen van de Kerk. Gods volk is daarin aan het woord. Spreekt het formulier over „dit kind”, dan gaat het over het te dopen kind. Spreekt het van „ons en onze kinderen”, dan worden Gods kinderen en hun geestelijk zaad bedoeld.
Bij adoptie door christelijke ouders wordt een kind ook op het erf van het genadeverbond gebracht
In het doopformulier klinkt eerst de vermaning het kind niet te laten dopen uit gewoonte (omdat dopen erbij hoort) of uit bijgelovigheid. Hierbij kan gedacht worden dat, als het kind gedoopt wordt, er iets met het kind gebeurt. Maar de doop wast de erfzonde niet af. De doop is vooral tot versterking van Gods volk in de kerk tijdens de doopdienst. Ze verzegelt het genadeverbond in de harten van Gods kinderen.
Vreemde
In de eerste vraag van het doopformulier wordt beleden dat onze kinderen in zonde ontvangen en geboren, en aan de dood onderworpen zijn, maar toch in Christus geheiligd, dat wil zeggen afgezonderd, zijn. Dit is wel onderscheiden van de zin in het gebed voor de doop dat het kind door Gods Geest Christus moet worden íngelijfd. Bij de conceptie zijn de kinderen van christelijke ouders al geheiligd. God geeft die kinderen dan een ziel, waaraan Hij wel Zijn beeld onttrekt. Ze worden geboren op het erf van het genadeverbond, horen dus bij de gemeente en moeten daarom gedoopt worden.
Het woord „alhier” is belangrijk geweest in de geschiedenis van kerkelijk Nederland
Bij adoptie door christelijke ouders wordt het kind, na toewijzing of zodra het in de armen van de adoptieouders is, ook op het erf van het genadeverbond gebracht. Het is ook in Christus geheiligd (afgezonderd) en mag daarom ook gedoopt worden. Vooral Genesis 17:12, 13, 26 en 27 biedt daarvoor de Bijbelse grond. Hierin staat dat naast Abraham, zijn kinderen, alle mannen van zijn huis en de ingeborenen van het huis ook „de gekochte met geld, van de vreemde af” besneden mag worden. Met name „van de vreemde af” is een bevestiging dat geadopteerde kinderen van christelijke ouders ook in Christus geheiligd zijn.
Onze gedoopte kinderen verkeren op het ”erf” van de gemeente, waar Gods Woord, het gebed van Gods kinderen en het onderwijs in de waarheid mogen zijn. Het ”boerderijvoorbeeld” verduidelijkt dit: de boerderij wordt gezien als Gods kinderen, het erf als de kerk. Buiten het hek is de seculiere wereld. Door geboorte of adoptie komt een kind op het erf. Wil het wel zijn, dan moeten wij de boerderij binnengaan. Dat gebeurt als een mens door het wonder van de wedergeboorte van dood levend wordt gemaakt, van Adam wordt afgesneden en in Christus wordt ingeplant.
Alhier
In de tweede vraag van het doopformulier staat het woord „alhier”. Dat wijst op wat in een gemeente geleerd werd. Het woord is belangrijk geweest in de geschiedenis van kerkelijk Nederland, vooral tijdens de Afscheiding. Als ouders moeite hadden met de leer die verkondigd werd, konden ze de tweede vraag niet beantwoorden. Toen Hendrik de Cock en anderen zich van de Nederlandse Hervormde Kerk afscheidden, gingen veel gemeenteleden mee. Toen konden ze hun kinderen wel laten dopen omdat ze toen wel konden instemmen met de leer die „alhier geleerd wordt”.
Onderwijzen
Bij het dopen van pleegkinderen moet de derde doopvraag ook beantwoord kunnen worden. Daarom worden zij alleen gedoopt, als met redelijke zekerheid gezegd kan worden dat het kind tot de volwassenheid bij het pleeggezin blijft. Dan kunnen de pleegouders het namelijk onderwijzen tot het volwassen is. Dat beloven ouders immers in het antwoord op de derde vraag.
We hoeven onze kinderen niet te bekeren. Dat kunnen we ook niet. Maar we moeten hen wel onderwijzen naar ons vermogen, alsóf we hen bekeren konden. Dat maakt het gebed voor de doopbediening zo belangrijk: „...of Gij dit kind vanwege Uw grondeloze barmhartigheid wilt aanzien in genade en Christus wilt inlijven.” In het licht van onze doopbelofte worden wij met klem opgeroepen om de opvoeding van onze jonge kinderen (tot vier jaar) zelf uit te voeren. En, als ze naar school gaan en (later) catechisatie volgen en ook door anderen onderwezen worden, hen hierbij te helpen. Denk dan aan het gebed voor de school en het thuis oefenen van de psalmen die op school geleerd worden. Ook de catechisatie vraagt gebed van de ouders. Ze kunnen hun kinderen helpen bij het huiswerk dat ze voor de catechisatie moeten doen.
Juist kinderen
Wie de kinderdoop verwerpt, zegt dat kinderen niet bekeerd kunnen worden. Maar God zegt juist in de doop dat Hij Zich tot kinderen wendt. Ook zij zijn „de verdoemenis in Adam deelachtig”, maar kunnen ook weer „in Christus tot genade aangenomen worden”. God bekeert juist ook kinderen! Denk bijvoorbeeld aan Markus 10:14b: „Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.”
De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente in Genemuiden. Dit artikel is gebaseerd op zijn lezing tijdens de najaarsbijeenkomst van de Adoptievereniging Gereformeerde Gezindte op 1 november in Gorinchem.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Adoptie






