Kerk & religieInterview

Verstoorde verhoudingen vragen om openheid en nuchterheid, bezinning en gebed 

Vanuit opgedane ervaring pleit prof. dr. H.J. Selderhuis voor openheid en nuchterheid, bezinning en gebed bij verstoorde verhoudingen op het kerkelijk erf. „Het is een geestelijk probleem: de worsteling van de kerk in een wereld die heel zakelijk met dingen omgaat.”

beeld RD, Alex van Pijkeren

Door zijn positie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn ziet prof. (Herman) Selderhuis het kerkelijk erf niet altijd van de zonnigste zijde. Regelmatig wordt hij geconsulteerd bij problemen, zoals verstoorde verhoudingen tussen predikant en kerkenraad van een christelijke gereformeerde kerk. „Als hoogleraar kerkrecht ben ik adviseur in kerkrechtelijke zaken. Daar vallen ook losmakingsprocedures onder.”

Waardoor komen die steeds vaker voor?

„Iets wat een rol speelt, is de toegenomen mondigheid. Ook de variatie in opvattingen nam toe. De vragen waar gemeenteleden mee zitten, werden complexer. Een predikant moet met al die meningen omgaan en vragen zien te beantwoorden vanuit het Woord van God. Voor een deel van de gemeente is het al snel te moeilijk. Pas je de preek daarop aan, dan wordt het voor anderen te simpel. Al die smaken kom je in de gemeente tegen.

Voor predikanten geldt dat ze soms weinig flexibel zijn, of te lang op één plek staan, waardoor een verzadigingspunt wordt bereikt. Je kunt wel zeggen dat het Woord zo rijk is dat je er je leven lang uit kunt preken in dezelfde gemeente, maar elk mens is beperkt in zijn gaven. Het wordt voor sommigen op den duur steeds moeilijker om de boodschap met frisheid te brengen. Vroeger werd dat gemakkelijker geaccepteerd dan nu.”

Spelen verstoorde verhoudingen niet vooral binnen kerkenraden?

„Daar heeft de predikant het meest mee te maken, maar de kerkenraad is doorgaans een afspiegeling van wat er leeft in de gemeente. Belangrijk is dat predikanten openheid tonen voor reacties op de prediking die vanuit de kerkenraad naar hen toekomen. Wat het pastoraat betreft, daarin zie je hier en daar een professionalisering die kan doorschieten. Je krijgt dan de situatie dat je de predikant alleen op vaste tijden kunt bellen, en dat hij in principe net als de huisarts niet meer aan huis komt. Ook die ontwikkeling kan voor een verstoorde verhouding zorgen. Het verwachtingspatroon van kerkenraad en gemeente komt niet overeen met dat wat de predikant wil bieden.”

Is het professionaliseringspatroon er ook bij kerkenraden?

„Zeker, en dat geeft me zorg. Kerkenraden zijn raden voor toezicht, diaconaat en pastoraat, maar het worden steeds meer bestuursorganen. Zo presenteren ze zich ook in toenemende mate. Een kerkenraad hoort wel te besturen, maar is daarmee geen bestuur. Ga je jezelf wel zo zien, dan leidt dat tot een heel zakelijke visie op het predikantsambt, met functioneringsgesprekken en dat soort zaken. Je komt dan ook sneller tot de gedachte dat de dominee maar beter kan verkassen of een andere baan moet zoeken. De vraag is of jonge predikanten voldoende zijn toegerust om met zo’n benadering om te gaan.”

Wat ziet u in de praktijk het meest misgaan?

„Het beeld is divers. Er zijn lastige kerkenraden, waar de predikant niet tegenop kan. Er zijn ook koppige predikanten, die weigeren om ook maar iets aan te passen in hun prediking en pastoraat. Of een beroep aan te nemen, terwijl dat wel wenselijk is. Leef je als dominee met de gedachte dat jij in de gemeente alles voor het zeggen hebt, dan ben je in de verkeerde eeuw geboren. Wij kennen officieel geen pausen en bisschoppen, stel je dus ook niet zo op. Als predikant ben je niets meer dan een ouderling die is vrijgesteld voor het werk.”

„Leef je als dominee met de gedachte dat jij in de gemeente alles voor het zeggen hebt, dan ben je in de verkeerde eeuw geboren”

Prof. Herman Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht

In welke mate dient een predikant bereid te zijn tot verandering?

„Naar mijn mening moet in het predikantschap de nadruk meer op de prediking en catechese komen te liggen. Een predikant heeft in deze tijd al zijn tijd en energie nodig om zijn leeropdracht goed te vervullen. Het vraagt nogal wat om de catechismus uit te leggen in het licht van de huidige ontwikkelingen. Daarbij komt de uitdaging om zo te preken dat het begrijpelijk is. Mensen kunnen tegenwoordig de hele dag door toegankelijke informatie tot zich nemen. Dan valt het niet mee om op zondag lang te luisteren naar één persoon die een boodschap brengt in een taalveld dat heel anders is dan het taalveld in de overige dagen van de week. Ik zeg niet dat die twee aan elkaar gelijk moeten zijn, maar wees je als voorganger bewust van de kloof en maak die niet groter dan nodig is. Dat zeg ik net zo goed tegen mezelf, want ik preek elke zondag en zit er ook mee.”

Verdient het aanbeveling om de predikant te ontheffen van het voorzitterschap van de kerkenraad?

Man van middelbare leeftijd in blauw pak, die een deur openhoudt.
Prof. dr. H.J. Selderhuis. beeld RD, Anton Dommerholt

„Daar zou ik voor zijn. Meestal zijn er in de kerkenraad mensen die het beter kunnen. Sommige predikanten kunnen het écht niet. De vergaderingen duren veel te lang, belangrijke punten worden niet aangesneden en aan het eind van de avond is niet helder wat er besproken en besloten is. Dat kan een bron van frustratie worden. Door een ander de vergadering te laten leiden, voorkom je bovendien dat de predikant meteen aangeeft welke kant het op moet, voordat anderen iets kunnen zeggen. Belangrijk is dat predikanten in de vergadering wel betrokkenheid blijven tonen en niet vervallen tot een passieve houding. Ik zit erbij en ik hoor het aan, maar je moet mij niets vragen. Al zit je niet meer op de stoel van de voorzitter, je blijft wel lid van de kerkenraad.”

Hoe kijkt u aan tegen regelmatige reflectiegesprekken tussen predikant en kerkenraad?

„Ik zie daar de meerwaarde niet zo van. Als het goed is, wordt in elke kerkenraadsvergadering gesproken over de bezoeken die zijn afgelegd en komt ook de prediking aan de orde. Dat ís reflectie. Daarnaast kennen we de kerkvisitatie. Ik ben er voorstander van dat visitatoren voorafgaand aan het gesprek met de kerkenraad tijd inruimen voor een bezoek aan de pastorie. Om te horen hoe het daar gaat en of er in gemeente en kerkenraad problemen spelen. Er hoeft wat mij betreft geen extra systeem voor reflectie te worden opgezet.”

„Als het goed is, wordt in elke kerkenraadsvergadering gesproken over de bezoeken die zijn afgelegd en komt ook de prediking aan de orde”

Prof. H.J. Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht

Hoe ziet u een assessment bij verstoorde relaties?

„Het is niet verkeerd als iemand van buitenaf er eens naar kijkt, maar dan wel evenwichtig, dus ook een assessment voor de kerkenraad. Ook op andere gebieden schakelen we expertise in. Je kunt zelf elke morgen in je mond kijken, maar een tandarts kijkt toch met een andere blik. Ik zie iets wat jij niet hebt gezien. Dat kan met zo’n assessment ook het geval zijn. Er moet van beide kanten wel de bereidheid zijn om iets te doen met de uitslag.”

Wat is de praktijk?

„Meestal net als bij huwelijksproblematiek. Naar dit soort middelen wordt gegrepen als er nauwelijks meer iets te redden valt. In onze kerken kennen we ook het assessment voor de studenten die predikant willen worden. Dat is heel zinvol. Het kan hun ogen openen voor punten waar ze aan moet werken. Een hoogst enkele keer leidt de uitslag tot de beslissing van het curatorium om een student de opleiding te laten beëindigen. Ter bescherming van de persoon zelf en van de kerk. Vroeger kwam het voor dat je dacht: het is geen ster, maar als hij in een goede kerkenraad belandt, komt het wel goed. In toenemende mate komt het níét goed. Vandaar dat we nu zo vroeg mogelijk proberen te signaleren of iemand wel geschikt is voor het ambt van predikant.”

Wat te doen om verstoorde verhoudingen te voorkomen?

„Een eerste voorwaarde is openheid. Predikant en kerkenraad moeten in vertrouwelijkheid tegenover elkaar, de consulent of de classis hun verhaal kunnen doen. Het komt nogal eens voor dat tegen een predikant wordt gezegd: „Er zijn mensen die vinden dat uw preken niet meer overkomen.” Met dit soort suggestieve opmerkingen verziek je de sfeer. Tegen mijn studenten zeg ik altijd: „Je moet dan meteen vragen: Wie zijn die mensen?” Als er geen namen komen, bestaan ze niet en de klachten dus ook niet.”

Heeft de gemeente het recht om bij problemen te weten wat er speelt?

„Ja, en dat betreft een breder terrein. Predikant, kerkenraad en gemeente vormen Bijbels bezien één geheel. Je moet de gemeente dus meenemen in belangrijke overwegingen, besluiten en ontwikkelingen. Met daarbij de oproep tot verootmoediging en gebed als er problemen zijn. Het onderlinge gesprek moet een gesprek met de Heere worden. Er is iets misgegaan als de gemeente wordt verrast door een losmakingsproces. Je hoeft niet alles te vertellen, maar een bepaalde openheid is noodzakelijk.”

Hoe vaak lukt het om een verstoorde relatie te herstellen?

„Vrijwel nooit. Het blijft meestal bij het beperken van de schade. Belangrijk is dat we leren van de losmakingen die er zijn geweest. Wanneer en waardoor ging het mis? Waarom grepen we toen niet in? Er is een studiedag geweest over de kerkrechtelijke en juridische kant van de zaak, maar met alleen kerkrecht en civiel recht los je die niet op. Het is een geestelijk probleem: de worsteling van de kerk in een wereld die heel zakelijk met dingen omgaat. Waar je voor elke verleende dienst of elk gekocht product een beoordelingsformulier krijgt toegestuurd. Zo gaan we ook denken over dominees en kerkenraadsbeleid. Dat vraagt om een diepgaande bezinning. Ook over de vraag of het predikantschap altijd iets voor je hele leven moet zijn. Daarover zouden we opener moeten spreken. Overgaan naar een andere staat van leven hoeft geen zwaktebod te wezen; het kan heel wijs zijn. Bij verstoorde verhoudingen zijn er nu té veel slachtoffers.”

„Overgaan naar een andere staat van leven hoeft geen zwaktebod te wezen; het kan heel wijs zijn”

Prof. Herman Selderhuis, hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht

Er moet eerder ingegrepen worden?

„Meestal wel. Vaak duurt het zo lang omdat losmaking grote consequenties heeft. En er zijn predikanten die er zich met hand en tand tegen verzetten, waarbij ze zich verschuilen achter hun roeping, zelfs als de gemeente leegloopt. Het mooist is als een predikant een beroep krijgt en ook aanneemt voordat problemen escaleren. Doet hij dat niet, dan hoort een classis zijn verantwoordelijkheid te nemen. In het verleden gebeurde het wel dat een predikant werd verplaatst. Of er werd onderling geruild.

Ik zou het niet verkeerd vinden als we wat nuchterder met beroepingswerk omgingen, zonder het ongeestelijk te maken. Nu is losmaking meestal het sluitstuk van een proces waarin heel veel is stukgegaan. Er vielen harde woorden, personen zijn beschadigd, gemeenteleden vertrokken, kerkenraadsleden legden hun ambt neer. Dat kun je deels voorkomen door eerder op een verstandige manier in te grijpen.”

Dit is deel 2 van een tweeluik. Deel 1 verscheen zaterdag 1 november.