Geven is goed, doen is beter en daarom: de wijk in onder het motto ”Ieder voor zich, maar christenen voor allen”
Geven voor goede doelen is goed. Het doen van goede werken is beter. Juist nu het geloof in een hyperindividueel leven zijn duizenden verslaat, is er werk te doen in het Madurodam van de mensheid: je eigen straat, wijk of buurt.

Het moet ergens tweede helft jaren tachtig zijn geweest. Het was zondag en het was, vond ik, tijd om iets goeds te doen. Geven voor goede doelen kwam er bij mij altijd al bekaaid van af, want als student had ik niet veel inkomsten. Iets dóén was goedkoper en kwam mij beter uit. Bij verjaardagen in de familie viel die voorkeur al op, want ik kwam altijd met een zelfgemaakte tekening aanzetten – van een bloem, een boeket of een vogel. Mijn meest spannende daad in deze categorie was een getekend portret van het meisje op wie ik verliefd was, als verjaardagscadeau voor haar. Riskant, want een verontwaardigd „Ben ík dat?” als reactie was natuurlijk niet uitgesloten.
„Wegwezen!” zei de koster tegen de zwerver. Ik zag mijn goede daad voor de dag in rook opgaan
Dingen doen maakt je kwetsbaar, voelde ik als verliefde twintiger (het liep overigens goed af). Het weerhield me er niet van om ermee door te gaan. Zo fietste ik op een zondagmorgen naar de kerk, toen bij het gebouw van de Maranathagemeente in Rotterdam-Zuid een zwerver mijn pad kruiste. „Ga je mee?” vroeg ik hem terwijl ik afstapte. Dat hij grif instemde en meeliep, zag ik als een gebedsverhoring. Eenmaal binnen had de man „een vraagje”. Of hij in de garderobe mocht blijven, want daar kon hij „beter luisteren”. Ik stemde toe, maar daar was de koster, die alles aanhoorde, het niet mee eens. „Niks achterblijven tussen al die jassen”, klonk het resoluut. „Wegwezen!” Beduusd keek ik toe hoe de zwerver naar buiten werd gewerkt. Daar ging mijn van de straat geplukte kerkganger. En mijn goede daad voor die dag zag ik in rook opgaan.
Inhaalslag
Toch ben ik erin blijven geloven, in goeddoen. En daarom pleit ik voor een inhaalslag. Wat mij betreft wordt dat dóén net zo belangrijk als geven. Geen misverstand hierover: die goede doelen blijven van belang, maar laten ze hun eerste plek delen met (onze) daden.
Nu is focussen op goede doelen natuurlijk een stuk veiliger, want afgezien van je portemonnee blijf jij buiten schot. Er zit iets afstandelijks in dat geven, wat maakt dat je zelf met lijf en leden en vooral met hoofd en hart minder betrokken bent.
Geld doneren aan liefdadigheidsinstellingen kan een vorm van afkopen worden
Geld geven aan liefdadigheidsinstellingen kan ook een vorm van afkopen worden. Je krijgt er een goed gevoel van, terwijl het je eigenlijk weinig kost. Er hangt vanwege dat afstandelijke ook iets manipulatiefs rond die goede doelen. Een goededoelenorganisatie kan zomaar in de verleiding komen het emotionele pad op te gaan wanneer ze mij als potentiële gever wil overtuigen. Zoals die zwerver mij wijsmaakte dat we een „gezamenlijk goed doel” hadden: samen ter kerke gaan. Maar omdat ik hem van dichtbij meemaakte, viel hij door de mand, en werd ik een illusie armer. Tussen gever en ontvanger zit meestal meer afstand en daardoor schiet die controle er nogal eens bij in.
Fietsenmaker
Moeten we dan allemaal maar zendeling worden, kerkplanter, straatevangelist, maatschappelijk werker of heilssoldaat? Nee, dat niet. Die functies vallen immers onder wat je een ”grote roeping” zou kunnen noemen: taken die een beroepsmatige uitvoering vragen en die maken dat levens er helemaal van in dienst komen te staan. Maar het doen van goed werk kan natuurlijk ook onder de noemer van een ”kleine roeping”. Dan blijf je slager, huisvrouw of arme student, maar je alledaagse leven krijgt de gevoeligheid en focus die horen bij dienende functies – in het weekend, op zondag en doordeweeks. Vóór vijf uur of erna, dat maakt niet uit.
Gewone beroepen worden zo weer een podium om het Evangelie te delen
Kleine roepingen in dienst van mijn alledaagse leven, in plaats van alledaags leven in dienst van grote roepingen, dat is versnipperd goud uitgestrooid in de haarvaten van alledag. Er vormt zich een leefwijze die mensen een alerte blik geeft en gespitste oren voor wat er speelt in hun omgeving. Wat ook waardevol is: gewone beroepen worden weer een podium om het Evangelie te delen. Niet massief en hoogverheven vanaf een preekgestoelte, maar gedoseerd. Neerdalend als kruimels. Een fietsenmaker die iets over de Geest vertelt, terwijl hij mijn band staat op te pompen, zoiets.
Wereldkaart
Uitsluitend geven aan goede doelen is de wereld terugbrengen tot iets cijfermatigs, tot een bedrag, tot enen en nullen. Het reduceert en perkt in. Bij zelf doen gaat er juist een wereld voor je open. Een wereld van mogelijkheden vooral. Je krijgt oog voor vragen als „waar ben ik nodig?” en „wie wacht op mij?”. Noem het alledaagse gevoeligheid. In plaats van een wereldkaart vol goede doelen dient je eigen omgeving zich van lieverlee aan als werkterrein. Je straat, de buurt waarin je woont, de wijk. En je ontdekt daarin een fijnmazigheid aan zorgen en problemen. Een veelkleurigheid ook, aan tekortkomingen en verlangens die je niet voor mogelijk hield. Geen grote kwesties als hongersnood of natuurramp, maar stil verdriet achter de voordeur, vanwege eenzaamheid na verlies van een geliefde of door een conflict in de familie. Je eigen omgeving ontpopt zich als het Madurodam van de mensheid.

Eenmaal gevestigd in Apeldoorn draaide ik in mijn vrije tijd mee in plaatselijk buurtwerk. Zat ik in de huiskamer van een alleenstaande vrouw die compleet overstuur was omdat voetballende jongens iedere avond háár raam tot denkbeeldig doel maakten. Ik verbaasde me over buren die al jaren niet met elkaar praatten vanwege een schutting die niet precies op de erfgrens zou zijn gezet. Een gearrangeerd gesprekje bleek soms genoeg om de kilte over en weer te doen verdwijnen. Ronduit spannend was de avond dat ik me als hangjongere tussen een groep lawaaimakers begaf en de volumeknop op hun gettoblaster bespreekbaar probeerde te maken. En ik herinner me nog altijd de bejaarde die vanuit zijn appartement vijfhoog genoot van de plataan voor zijn raam. Elk jaargetijde was het weer afwachten welke vogels erin zouden belanden. Totdat de gemeente hem kwam melden dat er een kapvergunning was afgegeven. De ambtenaar liet weten dat er een „nieuw boompje” zou worden aangeplant – schrale troost voor een bewoner op leeftijd.
Naarmate kwesties persoonlijker worden, zijn mensen minder in staat ze op te lossen. Van families wisten we dat al, maar ook voor menige straat gaat dat op. Je zou het de paradox van het rijtjeshuis kunnen noemen: hoe dichter bij elkaar, des te groter de afstand. Om dat te constateren hoef je niet de stripverhalen van Donald Duck en buurman Bolderbast te hebben gelezen. In dat persoonlijke zit het venijn: de ene dikke ik tegenover de andere. Beiden hunkeren naar een handdruk, maar tegelijkertijd zijn er vanbinnen de barricades: die ander eerst, daarna ik – wellicht.
Vanwege mijn bril met Luther- en Calvijnglazen lees ik nog altijd iets verdachts in ”goede werken”
Kerker
Onderschat de omvang en urgentie van nood naast de deur niet. De stelling heeft langzamerhand de status van een cliché, maar ze blijft waar: eenzaam en onbeholpen is de mens van nu. Dát we steeds meer in een isolement leven komt niet door ons HR±±±-glas, maar is een gevolg van het individualisme dat iedereen wordt aangepraat. Onder het motto ”ieder voor zich” blijven deuren gesloten en lopen we elkaar voorbij. Lekker jezelf zijn is natuurlijk prettig als alles goed gaat, maar zodra het anders loopt, voelt dat als opgesloten zijn in een kerker. Hulpeloos vanwege zwaar overschatte zelfredzaamheid, onbeholpen door opgeklopt autonomiedenken. Zo zou je de toestand van tijdgenoten kunnen typeren.
Hyperindividualisme is een breed verspreid volksgeloof geworden en juist die religieuze kant van alledaagse sores vraagt om een levensbeschouwelijk getint antwoord. Christenen kunnen dat geven. Want niet ”goeddoen” zonder meer, maar het ”doen van goede werken” hebben ze hoog in het vaandel staan. Dat komt niet voort uit een of ander humanistisch ideaal, maar vanuit het leven uit het volbrachte werk van hun Zaligmaker Jezus Christus. Langs die weg voltrekt zich het doen van het goede. Akkoord, vanwege mijn bril met Luther- en Calvijnglazen lees ik er nog altijd iets verdachts in: paapse lust tot het verdienen van zaligheid. Maar de Bijbel leert het tegendeel. Een dienstbaar leven komt neer op het kruisigen van mijzelf. Is buigen voor de ander, en wel zo diep dat mijn dikke ik erdoor verkruimelt. Uit die gestalte is voor God eer te behalen.
Plattegrond
Deze tijd smeekt om christenen die goeddoen van zijn roomse geur bevrijden en het als levensdevies gebruiken voor hun buurt. Ik stel voor dat iedere christelijke gemeente een plattegrond van de wijk aan de muur hangt met daarop de grote en kleine noden van bewoners genoteerd: Ome Jan, Krekelstraat 54, op vrijdag naar het ziekenhuis, wie rijdt hem? „Ieder voor zich, maar christenen voor ons allen” mag er wat mij betreft groot boven staan vermeld.
Die goede werken had ik als een gelikte formule op zak, een wildvreemde vrouw liet me zien: zó doe je ze
Dat je niet gauw de enige bent die dat „ieder voor zich” heeft doorgestreept, maakte ik aan den lijve mee. Daarvoor weer even terug naar Rotterdam-Zuid, ergens in de jaren tachtig, toen ik op een (andere) zondagochtend naar de kerk ging. Het vroor en ik moest fietsend een gure wind trotseren. Kennelijk was dat te veel gevraagd voor mijn lijf. Wat er precies gebeurde weet ik niet, wel dat ik wakker werd in een huiskamer, liggend op een bank. „Dag meneer, wilt u een kopje thee?” klonk het boven mij in onvervalst Rotterdams. De vrouw die sprak, had me van straat geplukt en naar haar appartementje gebracht.
Het heeft nog wel even geduurd voor ik besefte wat er aan de hand was, maar de warmte in de kamer deed wonderen. Of was het de warmte van de zorg die ik ontving? Ik houd het op het laatste. Wat ik daarna wel besefte was dit: die ”goede werken” had ik al jaren als een gelikte formule op zak, maar een wildvreemde vrouw in Rotterdam-Zuid liet me zien: zó doe je ze.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine
- Naastenliefde
- Beste van RD








