Oranje-wit-blauwe prinsenvlag was eens nationale protestantse vlag
Tot de Franse Revolutie stond de oranje-wit-blauwe prinsenvlag symbool voor gewetensvrijheid en trouw aan Oranje. Helaas werd deze vlag gekaapt door extreemrechts.

Vlaggen doen er weer toe, getuige een artikel over onze nationale vlag en het kapen ervan door bijvoorbeeld bepaalde boerenorganisaties (omgekeerde vlag), extreemrechts (prinsenvlag), de PVV en D66 (RD 21-10). Een vlag is het symbool van een natie, volk, land of groep. Vlaggen symboliseren een vorm van eenheid.
Het is jammer dat de prinsenvlag (oranje-wit-blauw) vroeger door de NSB en recent door extreemrechts is gekaapt. Hij staat nu symbool voor iets wat zou kunnen aanzetten tot geweld, haat of discriminatie. Tot de Franse Revolutie zag men de prinsenvlag als de nationale protestantse vlag. Deze vlag heeft oude papieren.
Drievoudig snoer
De naam ”prinsenvlag” is een herinnering aan Willem van Oranje (1533-1584); de bovenste, oranje baan verwees naar het Oranjehuis. Voor veel protestanten was de prinsenvlag het symbool van het drievoudige snoer ”Kerk-Oranje-Vaderland” of ”God-Nederland-Oranje”.
De leden van de hofhouding van de prins liepen in het oranje-wit-blauw
Ten tijde van het interbellum (periode tussen de twee wereldoorlogen) was er een kleine protestants-christelijke partij, de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij (HGSP) van dominee C.A. Lingbeek (1867-1939). In ”De Jonge Geus”, het jongerenblad van die partij, voerde men een pleidooi voor herinvoering van de prinsenvlag. Later bood men de prinsenvlag aan de hervormde predikanten K.H.E. Gravemeijer en D.A. van den Bosch aan.
Geuzen
Volgens De Jonge Geus maakten degenen die vóór de rood-wit-blauwvlag waren een historische fout, want in het Prinsdom Orange hanteerde men al de kleuren oranje, wit en blauw. Ook was de prinsenvlag in 1581 bij de afzwering van Filips II de nationale vlag. Voorts hanteerden de geuzen deze kleuren, want tijdens het Beleg van Gouda (1575) droegen zij vaandels met „orangien, wit ende blou”. En de leden van de hofhouding van de prins liepen in het oranje-wit-blauw (Breda 1551, Delft 1572).
De kleur oranje betekende voor het gewone volk dat men onder de prins van Oranje en onder Gods Woord wilde leven
Toen prins Willem van Oranje op 29 december 1577 in Gent aankwam, schreef men: „Daarin vindt men de Gentse pacificatie verbeeld, die van zeventien rijk geklede maagden (zeventien provinciën) omringd, onder een sluier van ’s prinsen kleuren, oranje, wit, blauw, rooms en protestant verenigd hield. De beschermer der Nederlanden was gekleed in een herautrok. (...) Het geloof was in het wit, de waarheid in het blauw, en de standvastigheid in het oranje voorgesteld. De staf van retorica was oranje, wit en blauw geschilderd en de vier en vijftig maagden met de banieren der neringen (ambachten) waren in het wit gekleed en met oranje en blauw versierd.” Op 20 augustus 1596 bepaalden de Staten van Holland „dat de vaandels der compagnieën (...) van enig fatsoen gemaakt zullen worden als oranje, wit en blauw (...)”.
Oranje of rood?
Maar was het nu oranje of rood? Rood kwam namelijk ook voor in het stamwapen van de prins. Dat was een gouden schild, waarop een rood omsnoerde en met zilver beslagen blauwe jachthoorn stond. In het wapen kwam naast wit (zilver), blauw en geel (goud) wel rood voor, maar geen oranje. Zodoende koos de Admiraliteit van Amsterdam in 1597 voor een rode baan als bovenste deel van de vlag. Maar dit accepteerde het gewone volk niet. De kleur oranje betekende voor hen immers dat men onder de prins (of stadhouder) van Oranje en onder Gods Woord wilde leven en dat er gewetensvrijheid was.
Alternatief
Er zijn meer aanwijzingen dat het oranje-wit-blauw een nationale driekleur was. Toen Maurits in 1618 de waardgelders (huursoldaten) te Utrecht afdankte, dichtte iemand: „Oranje, blanche, bleu, de Prins is op de Neu...” En op 21 juni 1623 bepaalden de Staten-Generaal dat de schepen „gewoonlycke Baniere, ofte Vlagge van de Heere Prince van Orangien, als Admirael Generael van de Geünieerde Nederlanden” zou voeren. Op 10 januari 1630 schreven de Staten-Generaal „dat ’s vijants schepen des Princen vlagge nu en dan laten wayen en omme daarmede te ontkomen de periculen (dreigende gevaren).”
In 1634 schreef de Oost-Indische Compagnie een bericht over rood-wit-blauw of oranje-wit-blauw. De bekende historicus Fruin merkte op dat rood en oranje varianten waren geweest van dezelfde kleur en geen verschillende kleuren. Echter, de werkelijke reden was dat de Indische markt de inheemse kleur oranje niet kon leveren en daarom moest de Oost-Indische Compagnie zich behelpen met een alternatief.
Gewetensvrijheid
Tot de Franse Revolutie was de prinsenvlag een nationale driekleur. Het oranje-wit-blauw stond symbool voor gewetensvrijheid en trouw aan Oranje. De drie kleuren verkondigden als het ware Gods grote daden die leidden tot nationale vrijheid en zelfstandigheid.
„Ja, het is en blijft Oranje,
Toch oranje, wit en blauw!
Vreugd der geuzen, schrik van Spanje,
Dat hierdoor kwam in het nauw.
’t Voerde, –zouden wij ’t niet eren?–
’t Schoonste kleinood in uw land;
Met het Woord des Heeren Heeren
Werd Oranje hier geplant!”
De auteur is historicus.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Nederland







