Kabinet sleutelt toch niet aan belastingregeling voor familiebedrijven
De groep familiebedrijven die bij bedrijfsopvolging kan profiteren van belastingvoordeel, wordt niet opgerekt – en ook niet verkleind. Althans, als de nieuwe Tweede Kamer meegaat met het voornemen van het demissionaire kabinet.

Het kabinet denkt dat een voorgenomen aanpassing van de zogeheten bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in strijd is met Europees beleid om staatssteun tegen te gaan. De BOR wordt daarom niet ingevoerd, blijkt uit een nota van demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen (Fiscaliteit) bij het Belastingplan 2026. De Tweede Kamer buigt zich daar na de komende verkiezingen over.
Stel: je overgrootvader heeft een onderneming opgericht, die na honderdvijftig jaar goed is voor een jaaromzet van honderden miljoenen euro’s. Jij hoort met honderden anderen tot de vierde generatie eigenaars van het familiebedrijf. Komt de fiscus langs als jouw aandeel overgaat naar je kinderen, door schenking of na jouw overlijden?
Tot nu toe is het antwoord: ja, er moet bij die overdracht belasting worden betaald. Behalve als het overgedragen belang in het bedrijf 5 procent of groter is. Dan is namelijk de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van toepassing.
Verwatering
De BOR is ook van toepassing op belangen tussen de 0,5 en 5 procent, op voorwaarde dat de erflater of schenker uit een vorige generatie wel ten minste 5 procent bezat. Dit heet de verwateringsregeling. Die ligt al langer onder vuur: een deel van de politiek wil ervan af en de 5 procent als harde ondergrens stellen en de BOR ook op andere details versoberen.
De BOR beschermt familiebedrijven tegen grote claims aan erf- of schenkbelasting bij overdracht aan de volgende generatie. Zo’n claim zou geld aan het bedrijf onttrekken. De nieuwe generatie erft immers geen geld, maar zet het bedrijf voort. Dat geld kan niet gebruikt worden voor investeringen. Het is zelfs denkbaar dat de toekomst van de onderneming in gevaar komt.
Terug naar jouw aandeel. Als dat kleiner is dan de genoemde 0,5 procent val je buiten de boot, net als die honderden andere familieleden. Niet fijn voor het familiebedrijf, dat bij overdracht voor de belasting opdraait. En dus lobbyden onder meer bierbrouwer Bavaria (familie Swinkels) en baggeraar Van Oord om daar verandering in te brengen.
Familietoets
Met succes. In 2023 nam de Tweede Kamer een amendement van CDA en VVD aan om de BOR op alle belangen, ook kleiner dan 0,5 procent, van toepassing te laten zijn. Voorwaarde is wel dat bij belangen kleiner dan 5 procent de familieleden gezamenlijk ten minste 25 procent van de onderneming bezitten. Deze zogeheten familietoets vervangt de verwateringsregeling.
In de praktijk profiteert hierdoor een extra groep oudere familiebedrijven, die inmiddels eigendom zijn van tal van telgen, van de BOR. Tegelijk voorkomt de familietoets dat externe beleggers er met het belastingvoordeel vandoor gaan.
De bal lag na het aannemen van het amendement bij de staatssecretaris, die een ingangsdatum voor de wetswijziging moest bepalen. Hij ziet daar echter vanaf. Het ministerie van Financiën vreest namelijk dat de hele BOR wel eens in gevaar zou kunnen komen als Brussel zich ter goedkeuring over de aanpassing gaat buigen. Eerder waren zowel ambtenaren van het ministerie als een door het kabinet-Rutte IV benaderd advocatenkantoor ook al kritisch.
Als het amendement van CDA en VVD niet wordt uitgevoerd, blijft de verwateringsregeling behouden. Dat is te danken aan een destijds eveneens aangenomen amendement van de SGP, waarin beide aan elkaar gekoppeld zijn.
Vervelend
Albert Jan Thomassen is directeur van de vereniging van familiebedrijven FBNed. Hij vindt dat de BOR alsnog moet worden aangepast. Volgens hem worden niet alleen grote, maar ook kleinere ondernemingen die in handen van een grote familie zijn, geholpen door het amendement van CDA en VVD. „Alle familiebedrijven moeten toegang tot de BOR hebben”, vindt hij.
Het argument van het ministerie, dat mogelijk sprake is van staatssteun, snijdt volgens Thomassen geen hout. „Het ministerie onderbouwt dit niet. Er zijn intussen genoeg rapporten die aangeven dat staatssteun niet aan de orde is. En in andere EU-lidstaten bestaan soortgelijke regelingen. Daarover is helemaal geen discussie.”
FBNed blijft met het ministerie in gesprek, zegt Thomassen. „Het is aangenomen wetgeving. Dan mag je ervan uitgaan dat die wordt ingevoerd.”

Stefan Tax, lobbyist voor grotere familiebedrijven, vindt het ook „in het belang van de maatschappij dat de BOR toegankelijk is voor alle familiebedrijven, van de bakker op de hoek tot een grote onderneming”. Tegelijk is de BOR volgens hem „ingewikkeld”. Hij zou het liefst zien dat het fenomeen erfbelasting helemaal wordt afgeschaft. „Ze is complex, levert weinig op, gaat gepaard met een grote bureaucratie en roept weerstand op bij steeds meer mensen.”
Tax vindt de keuze van het kabinet „niet per se negatief”. Die is wel „vervelend voor de families Swinkels en Van Oord”, vindt hij, en een kleine groep andere „oer-Hollandse familiebedrijven”. Hij schat dat de situatie waarin individuele aandeelhouders belangen hebben die kleiner zijn dan 0,5 procent, voor zo’n 25 familiebedrijven opgaat.
Aan de andere kant zijn er bedrijven die bij de familietoets buitenboord vielen en nu alsnog van de BOR blijven profiteren. Tax schetst de situatie van een vader met vijf kinderen, die slechts voor 20 procent mede-eigenaar is van een onderneming, bijvoorbeeld doordat meerdere families bij de onderneming betrokken zijn. Bij overdracht van zijn belang aan de kinderen zou er erf- of schenkingsrecht moeten worden betaald. Immers, het familiebelang is kleiner dan 25 procent, en het individuele belang van elk kind kleiner dan 5 procent.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Familiebedrijven
- Belasting


