Klem tussen discipline en onvrede
De verkiezingsprogramma’s staan vol met plannen en beloften die opgeteld heel veel geld kosten. Maar de financiële ruimte is beperkt. Ook in de komende kabinetsformatie draait het om de verdeling van schaarse middelen.

Politiek gaat altijd over keuzes maken. Mogelijkheden om geld vrij te spelen zijn: meer economische groei –ofwel meer verdienen met z’n allen– of bezuinigen op bestaande uitgaven of belastingen verhogen. Een andere optie is lenen ofwel lasten doorschuiven naar de toekomst.
Als we naar het verleden kijken, stellen we vast dat overheden vooral op dat laatste punt goed hun best hebben gedaan. Niet zo verwonderlijk: in het vorige decennium konden ze zich laven aan leningen die vrijwel niets kostten. Maar de rente is gestegen en slokt inmiddels een flinke hap uit het budget op.
In de eurozone bedroeg de totale staatsschuld in 2000 ongeveer 60 procent van het gezamenlijke bruto binnenlands product (bbp). Nu ligt die in de buurt van de 90 procent. Bij de invoering van de euro is vastgelegd dat 60 procent het maximum zou zijn. Daarbij tekenen we aan dat Nederland met nog geen 50 procent erg goed scoort.
De begrotingstekorten op hun beurt mochten niet de 3 procent overschrijden. Deze voorschriften werden echter voortdurend geschonden, zonder dat ooit boetes zijn uitgedeeld.
Voorschriften voor begrotingstekorten werden voortdurend geschonden, zonder dat ooit boetes zijn uitgedeeld
Vanuit die historie worstelt binnen de eurogroep op dit moment met name Frankrijk met de vraag hoe het de eindjes aan elkaar moet knopen, hoe het zijn collectieve huishouding op orde kan brengen om niet het vertrouwen van de financiële markten te verliezen. Die eisen discipline. Eerder ging het in Griekenland, zoals we weten, op dat punt helemaal mis.
Buiten de EU kampt het Verenigd Koninkrijk met eenzelfde probleem. De Britten zijn al een keer gewaarschuwd. In 2022 schoot de rente op hun staatsleningen omhoog doordat twijfel ontstond onder beleggers. Premier Liz Truss moest hierdoor al na zes weken het veld ruimen.
Zorgen zijn er eveneens over de verder oplopende schuld van de Verenigde Staten. Voeg daarbij dat Donald Trump de centrale bank onder druk zet om leven op de pof goedkoper te maken en daarmee de onafhankelijkheid van het monetair beleid ondermijnt.

Aan de andere kant van de wereld kent Japan een schuldniveau dat op langere termijn onhoudbaar lijkt. Kapitaalverschaffers tonen steeds meer aarzeling om er hun geld te stallen.
Regeringen kunnen het zich met oog op de mogelijke reacties van de markten niet veroorloven roekeloos te blijven lenen. Dit laatste drijft in eerste instantie rentes op. Tegelijk stuiten ze op weerstand vanuit de bevolking als zij gaan bezuinigen, want dat betekent versobering van voorzieningen. Maatregelen in die sfeer wakkeren onrust aan en voeden populisme en extremisme.
Samenlevingen zijn blijkbaar verwend met een uitgavenniveau dat niet past bij de huidige situatie. Voor overheden betekent het dat ze klem raken tussen noodzakelijke discipline en groeiende onvrede.
De auteur is oud-redacteur economie van het RD.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Groot Geld





