Meer koopkracht voor iedereen, maar ook maatregelen die nadelig zijn voor alleenverdieners, arbeidsongeschikten en gezinnen
Een beleidsarme begroting met een koopkrachtplus voor iedereen. Toch bevat de Miljoenennota ook maatregelen die alleenverdieners, arbeidsongeschikten en gezinnen in de portemonnee treffen.

Traditiegetrouw lekten in aanloop naar Prinsjesdag de belangrijkste begrotingsplannen uit. De accijnskorting op brandstof wordt met een jaar verlengd, er worden extra stikstofmiljarden overgeheveld naar de landbouwbegroting, de rode diesel gaat niet door.
Verder blijkt uit de Miljoenennota dat de financiële consequenties van de afspraak op de NAVO-top om 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan Defensie te gaan besteden nog niet zichtbaar zijn in de begroting. Dat is aan het volgende kabinet, dat in de formatietijd eveneens moet uitonderhandelen hoe de rekening betaald gaat worden.
Belastingkorting
Geen grote verrassingen, dus, in de Miljoenennota. Toch zijn er een aantal maatregelen die nadelig uitpakken voor alleenverdieners, arbeidsongeschikten en gezinnen met kinderen.
Zo heeft het demissionaire kabinet tijdens de laatste begrotingsonderhandelingen besloten om de arbeidskorting extra te verhogen. De omvang van deze belastingkorting komt daarmee volgend jaar uit op maximaal 5712 euro per persoon. Om het prijskaartje van 189 miljoen euro te betalen, gaat ook het tarief van de inkomstenbelasting omhoog met 0,05 procentpunt in de eerste schijf.
„Twee keer fout wat de ChristenUnie betreft”, vindt CU-Tweede Kamerlid Pieter Grinwis. „Op deze manier vergroot je de fiscale discriminatie van eenverdieners en arbeidsongeschikten. Bovendien heeft dit niets van doen met terughoudend en beleidsarm begroten, wat je van een demissionair kabinet mag verwachten.”
De maatregel is nadelig voor alleenverdieners en (volledig) arbeidsongeschikten, omdat zij niet of slechts beperkter aanspraak kunnen maken op de arbeidskorting. Daarentegen betalen deze groepen wel het hogere belastingtarief in de inkomstenbelasting.
Het verhogen van de arbeidskorting komt voort uit de wens van het demissionaire kabinet om het koopkrachtcijfer voor werkenden en uitkeringsgerechtigden gelijk te trekken, legt minister Heinen (Financiën) uit in een gesprek met de schrijvende pers. Daar was een ingreep voor nodig: voorafgaand aan de begrotingsonderhandelingen in augustus was de koopkrachtplus voor uitkeringsgerechtigden groter dan voor werkenden. Nu dus niet meer.

Terugdraaien
Het kabinet zet eveneens het voornemen door om te bezuinigen op het kindgebonden budget. Een gemiddeld gezin met twee kinderen krijgt op jaarbasis bijna 500 euro minder te besteden, rekent SGP-leider Chris Stoffer voor. „De SGP komt met voorstellen om dit terug te draaien”, kondigt hij aan.
Het kabinet besloot al in de voorjaarsnota om te bezuinigen op het kindgebonden budget. De maatregel raakt huishoudens met een inkomen boven de 60.000 euro. De maatregel moet per 1 januari 2027 ingaan; volgend voorjaar wordt het bijbehorende wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend.
Positief
Desalniettemin is het koopkrachtbeeld voor iedereen positief. Werkenden, uitkeringsgerechtigden, gepensioneerden, gezinnen – alle inkomensgroepen gaan er volgend jaar in de portemonnee op vooruit. Gemiddeld komt de koopkrachtplus uit op 1,3 procent.
Dat komt omdat de lonen (gemiddeld plus 4,2 procent) harder stijgen dan de prijzen (2,3 procent). De verwachte inflatie pakt zelfs nog een aantal decimalen gunstiger uit dan eerder deze zomer gedacht.
Voor een eenverdiener met kinderen ligt de koopkrachtplus onder het gemiddelde. Dat geldt zowel de alleenverdiener met een modaal inkomen (plus 1,1 procent) als de eenverdiener die twee keer modaal verdient (plus 1,0 procent).

Timmermans
Als het aan GL/PvdA-fractievoorzitter Frans Timmermans ligt, waagt de Tweede Kamer na de verkiezingen toch nog een poging om de begroting voor volgend jaar te verbouwen. Timmermans zou het liefst met een groepje gelijkgezinde partijleiders om tafel gaan om compromissen te sluiten over de begroting voor 2026.
Dat lijkt alleen al om tijdstechnische redenen moeilijk haalbaar. Na de beëdiging van de nieuwe Tweede Kamer resteren nog slechts een aantal weken voor de behandeling van de begrotingen en het Belastingplan. Daarna moet erover gestemd worden.
Toekomst
Opvallend was de bespiegeling in de Troonrede op de economische groei op lange termijn. „Er is ook reden tot zorg”, waarschuwde de koning. „Zo blijft het tekort op de begroting volgend jaar weliswaar binnen de afgesproken grenzen, maar voor de toekomst zijn wel heldere keuzes nodig om dat zo te houden. Bovendien is de huidige economische groei te laag om ons voorzieningenniveau op termijn op peil te houden.”
CDA-partijleider Henri Bontenbal is het met de koning eens, bleek uit zijn reactie na afloop van de Troonrede. „Er wordt te weinig geïnvesteerd in de economie van de toekomst.”
De afgelopen 25 jaar groeide de Nederlandse economie gemiddeld 1,5 procent per jaar. Dat gemiddelde wordt in ieder geval de komende jaren niet gehaald, verwacht het CPB.
Dat is met name te wijten aan de vergrijzing. Ook de teruglopende arbeidsproductiviteit speelt een rol; daarover heeft het planbureau weinig optimistische toekomstverwachtingen.
De inzet van het demissionaire kabinet om het verdienvermogen te versterken varieert van een extra investering (230 miljoen euro) in de chipindustrie en plannen voor een nationale investeringsinstelling tot het schrappen van regels voor het bedrijfsleven. Na de verkiezingen zal allicht geprobeerd worden een tandje bij te zetten.







