Kerk & religieHersteld Hervormde Kerk

Ds. J.C. den Ouden op toogdag Hersteld Hervormde Mannenbond: Overdracht kinderdoop kost steeds meer moeite

Het kost reformatorische kerken grote moeite om de waarde en de waarheid van de doop van kinderen over te dragen aan de komende generatie, constateert ds. J.C. den Ouden. „Men laat zich gemakkelijk overdopen, soms in een zwembad in de achtertuin.”

Een zittende groep mensen luistert vanuit kerkbanken naar een spreker op een houten kansel.
Ds. J.C. den Ouden spreekt bezoekers van de mannentoogdag toe in de hersteld hervormde kerk van Lunteren. beeld André Dorst

De predikant van de hersteld hervormde gemeente te Sint-Maartensdijk sprak zaterdag tijdens de toogdag van de Hersteld Hervormde Mannenbond. Die vond plaats in de Bethelkerk te Lunteren en trok ongeveer 180 bezoekers. Het thema van de dag was ”De Heilige Doop”.

Ds. Den Ouden constateerde dat reformatorische kerken er steeds meer moeite mee hebben de waarde van de kinderdoop over te dragen. Hij zei dat overdopers vaak overgaan tot een baptisten- of een evangelische gemeente, maar dat er ook een andere tendens is. „Lidmaten van een kerk laten zich overdopen, los van een gemeente of gemeenschap, door iemand die geen voorganger is, maar een goede vriend. Soms in een meer of in een zwembad in de achtertuin. En je ziet dat ze soms gewoon lid willen blijven van de gemeente die de kinderdoop voorstaat.”

„De doop is een bijzaak, een belangrijke bijzaak”

Ds. J.C. den Ouden, predikant hhg Sint-Maartensdijk

Individualisme

Hij denkt dat de opgang van het overdopen mede te maken heeft met de individualistische tijdgeest. „Hoe centraler de mens, ook de bekeerde mens, komt te staan in de geloofsbeleving en in de prediking, hoe meer voedingsbodem er is voor overdoop. De doop wordt niet gezien als een uitdrukking van Gods keuze voor mij, maar van mijn keuze voor God. Niet het verbond, maar de persoonlijke ervaringen krijgen de centrale plaats.”

De predikant begrijpt dat discussies over de doop heftig kunnen zijn. Hij vindt het daarbij goed om te bedenken dat het niet gaat over de kern van het christelijke geloof. „De doop is een bijzaak, een belangrijke bijzaak.”

Hij noemde overdopen geen zonde, maar een dwaling, „een ernstige miskenning van de eenmaal als kind ontvangen doop. Er mag en moet vanuit de gemeente veel geduld zijn met degenen die dwalen.” Hij stelde dat het anders wordt als iemand zijn baptistische gevoelens openlijk uitdraagt in de gemeente, zeker als er tweedracht en onrust ontstaat.

Uitstel

Ds. Den Ouden zei dat de kerk er ten tijde van de Republiek zeer aan hechtte om de kinderdoop te bedienen. Hij noemde een zekere Wouter Hermens en zijn vrouw Gerritien in de zeventiende eeuw uit Putten. Voordat ze trouwden hadden ze acht jaar samengewoond en twee kinderen gekregen die beiden gedoopt werden. Ds. Adrianus Herder uit Bleiswijk, die weigerde kinderen te dopen van ouders die zeer goddeloos leefden, werd door de classis verplicht te dopen. Toen hij weigerde, werd hij afgezet.

De predikant zei dat een kind als lidmaat van de gemeente gedoopt behoort te zijn. „De waarde van Gods verbond en de doop hangt niet af van de mate van de vroomheid van de ouders, maar van de trouw van God.”

Hij begrijpt dat kerkenraden aan niet-kerkelijke ouders vragen om ’s zondags naar de kerk te komen als ze willen dat hun kind gedoopt wordt. Hij snapt dat kerkenraden de doop in bepaalde gevallen uitstellen. Maar, zo vroeg hij zich af: „Hoe lang mag dat?”

Besnijdenis

De waarde van de kinderdoop werd ook uitgelegd door de andere spreker van die dag, emeritus predikant dr. P. de Vries uit Nunspeet. Hij vergeleek de besnijdenis met de doop. „Onder de oude bedeling hoorden kinderen bij Gods gemeente. Met het aanbreken van de nieuwe bedeling is wel de middelmuur van afscheiding tussen Israël en de volken afgebroken, maar er is geen nieuwe muur gebouwd tussen ouders en kinderen.”

Hij wees verder op teksten in het Nieuwe Testament, waar sprake is van de doop van huisgezinnen en op de tekst in 1 Korinthe 10, waar Paulus schrijft: „En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren en allen door de zee gegaan zijn; en allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee.” Ds. De Vries: „Ook de kleine kinderen zijn meegetrokken of meegedragen bij de doorgang door de Schelfzee.”

„De doop zegt: „Ik ben jouw God”; mag je dat al weten?”

Dr. P. de Vries, emeritus predikant HHK

Twee wegen

De predikant voelt verbondenheid met de Engelse Strict Baptists. Hij noemde in het bijzonder de naam van de in 2023 overleden predikant B.A. Ramsbottom, met wie hij zich zeer verwant voelt. Hij is het echter niet eens met diens doopopvatting.

Ds. De Vries legde uit dat de doop niet betekent dat bekering niet nodig is. „Het gaat mis als de notie van tweeërlei kinderen van het verbond niet functioneert, en er wel gehoord wordt van de ene Naam, maar niet van de twee wegen. Bepalend voor een gemeente is de boodschap van verzoening met God door Christus’ bloed en wedergeboorte.”

Wat de doop dan wel betekent? Ds. De Vries: „De doop zegt: „Ik ben jouw God”. Mag je dat al weten, en hoe leerde je dat weten? Dan moeten we toch iets horen van vreemdelingschap en van de vaste Rots van mijn behoud. Horen we dat niet, dan moeten we een gedoopte eerlijk zeggen dat hij zijn doop ontheiligt. Als de vraag komt: „Wat moet ik nu?” dan mogen we op de doop als pleitgrond wijzen.”

De bijeenkomst werd geopend door bondsvoorzitter ds. IJ.R. Bijl, die een meditatie hield over Psalm 51.