Van dronemuur tot ruimteschild: met deze plannen wil de EU tegen 2030 ”oorlogsklaar” zijn
Miljarden euro’s voor de verdediging tegen drones, raketten en aanvallen via de ruimte. In een donderdag gepresenteerde routekaart kiest de Europese Commissie voor investeringen in hightechwapens, zodat de Europese Unie in 2030 „oorlogsklaar” is.

De Commissie heeft in haar zogeheten routekaart voor defensieparaatheid precies beschreven hoe en wanneer lidstaten de gaten in hun verdediging moeten hebben gedicht. Tegen 2030 moeten de plannen gerealiseerd zijn met een hogere productie en een nauwere samenwerking met de NAVO.
Het plan bestaat concreet uit vier onderdelen: de ontwikkeling van een dronemuur, toezicht aan de oostflank, een raketschild en een ruimteschild. Later dit jaar volgt nog een strategie om de militaire mobiliteit te versnellen en regels voor troepenverplaatsingen over land, zee en lucht gelijk te trekken.
Droneincidenten
Misschien wel het omvangrijkste onderdeel van de huidige plannen is de ontwikkeling van de Eastern Flank Watch; het toezicht op de oostflank van Europa. De EU wil aan de grenzen met Rusland en Wit-Rusland een modern bewakingssysteem bouwen met sensoren, drones en luchtafweer, dat in 2028 operationeel moet zijn.
Een tweede grote investering is de ontwikkeling van een Europese dronemuur, die verdachte drones aan de buitengrens moet opsporen, verstoren en zo nodig uitschakelen. Nadat het aantal drone-incidenten nabij vliegvelden en militaire bases in september is toegenomen, is het project in een stroomversnelling geraakt. Voor eind volgend jaar moet de eerste fase operationeel zijn, in 2027 het hele systeem.
De Commissie zet ook vol in op gezamenlijke lucht- en raketafweer. In plaats van dat lidstaten elk hun eigen systemen kopen, wil Brussel één Europees schild dat volledig is geïntegreerd in de NAVO. Daarbovenop komt een ruimteschild: ruimtebeveiliging om satellieten, communicatie en observatiesystemen te beschermen.

Tot nu toe werkten EU-lidstaten enkel in de ruimte samen, met het aardobservatieprogramma Copernicus en het satellietnavigatiesysteem Galilei. Dat breidt Brussel nu uit naar defensieprojecten. „Europa is in een strijd verwikkeld”, zo waarschuwde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in september in haar Staat van de Europese Unie, de troonrede van de EU. Haar boodschap: Europa moet zich wapenen tegen Rusland.
Het recente incident met negentien drones boven Polen toont opnieuw aan hoe kwetsbaar Europa is voor mogelijke Russische aanvallen. Hoewel Poolse F-16’s en Nederlandse F-35’s in september meerdere drones wisten neer te halen, gebeurde dat met dure wapens. De Commissie wil nu overstappen op goedkopere tactieken: antidrone-interceptors, artillerie en machinegeweren. „Daarin kunnen we veel leren van Oekraïne,” benadrukte Eurocommissaris voor Defensie Andrius Kubilius donderdag.
NAVO
De nieuwe routekaart bouwt voort op het in maart gepresenteerde Witboek over Europese defensieparaatheid en het Readiness Europeplan, een investeringspakket ter waarde van 800 miljard euro aan gezamenlijke leningen. De plannen moeten worden betaald uit de nationale afdrachten van lidstaten en tientallen miljarden euro’s uit de cohesiefondsen en het coronaherstelfonds, die nog ongebruikt op de plank liggen. Om lidstaten te stimuleren mee te doen met de Europese defensieplannen komt Brussel met het programma SAFE, goed voor 150 miljard euro aan goedkope leningen voor defensieprojecten.
De donderdag gepresenteerde routekaart is niet bindend: lidstaten behouden volledige zeggenschap over hun defensiebeleid, benadrukt de Commissie. Het plan bevat slechts doelstellingen en tijdlijnen, maar geen sancties. Brussel coördineert, voorkomt dubbel werk en houdt slechts toezicht op de voortgang. Toch kan de Commissie via politieke en financiële druk landen aansporen om mee te doen aan de defensieprojecten.
Duitsland en Frankrijk willen dat Brussel zich beperkt tot regelgeving en financiering op defensiegebied
Het zal het onderwerp van gesprek worden, volgende week donderdag en vrijdag op de Europese top in Brussel: in hoeverre moet defensie een nationale bevoegdheid van de lidstaten blijven? Zeker grootmachten als Duitsland en Frankrijk willen dat Brussel zich beperkt tot regelgeving en financiering op defensiegebied.
Nu Brussel zich steeds meer roert op het vlak van defensie, komt ook de vraag bovendrijven of de EU zich niet te veel bemoeit met de militaire zaken waarover de NAVO sinds jaar en dag de zeggenschap heeft. NAVO-chef Mark Rutte is daar niet zo bang voor. „Er is geen overlap”, zei hij, opgeruimd als altijd, woensdag op een persconferentie. „We werken goed samen en kennen allebei elkaars sterke punten.” De NAVO brengt de capaciteitstekorten in kaart; de EU helpt de lidstaten vervolgens die weg te werken, zo is de afspraak.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Europese Unie



