‘Onze’ Willem III struikelde over een molshoop
Ik kijk naar het standbeeld van onze koning-stadhouder Willem III, midden in St. James’ Park, en kan een glimlach niet onderdrukken. Dat heeft niets te maken met de potsierlijke Romeinse klederdracht en de wat nuffige sandalen die hij draagt. Je ziet dat wel vaker, het geeft de in brons gegoten verbeelde personen waarschijnlijk iets meer allure.

Nee, mijn glimlach heeft te maken met de molshoop waar het linkerbeen van het paard tegenaan loopt. Het is een verwijzing naar de doodsoorzaak van Willem. Hij was van zijn paard gevallen nadat hij uit rijden was gegaan vanuit Hampton Court. Zijn paard was over een molshoop gestruikeld, vandaar.
Willem was niet erg geliefd in Engeland. Hij werd gezien als een nurkse man met wie geen normaal gesprek mogelijk was. In gezelschap keek hij nors voor zich uit. Als iemand het al waagde hem aan te spreken, dan antwoordde hij kortaf.
Onze Willem is in Schotland minder populair
Hij was ook onbeleefd. Toen hij samen met zijn schoonzus Anne, de latere koningin, een bord met de eerste peultjes van het jaar kreeg aangeboden –klaarblijkelijk een traditie, vergelijkbaar met die van het eerste kievitsei– schranste Willem de lekkernijen stuk voor stuk naar binnen, zonder er ook maar één aan Anne aan te bieden. Inderdaad: niet erg hoffelijk.

Deze wijsheden heb ik allemaal van Thomas Macaulay, die de aanloop naar de Glorious Revolution –de entree van Willem in Engeland in 1688– tot aan de dood van Willem in 1701 in vijf kloeke delen beschreef. Hij schrijft ook over het incident met het paard. Willem was uit rijden gegaan met zijn favoriete paard Sorrel, dat inderdaad struikelde over een molshoop. Willem brak zijn sleutelbeen, dat ter plekke werd gezet, waarna hij in een rijtuig naar het paleis werd teruggereden. De al zwakke Willem herstelde niet en overleed enkele dagen later.
Willem had volgens Macaulay ook zijn zachtere kant. Na zijn overlijden werd een tasje gevonden van zwarte zijde met daarin de trouwring en een lok haar van zijn zeven jaar eerder overleden echtgenote Mary. Het tasje bevond zich in een borstzak, zodat Willem zijn geliefde echtgenote altijd dicht bij zijn hart droeg.
Er staan trouwens meer beelden van Willem in Londen. In de, door Willem opgerichte, Bank of England staat er eentje, alweer als Romeinse keizer, en voor de ingang van Kensington Palace staat hij ook, ditmaal in vol zeventiende-eeuws ornaat.
Het beeld op St. James’ Square is het mooiste. Het plein is overigens vernoemd naar de apostel James, niet naar de door Willem tijdens de Glorious Revolution van de troon gestoten James II. De aanhangers van deze James, Jacobites genaamd, waren vooral te vinden in Schotland. Onze Willem is er minder populair. Daar wordt, als er moet worden geproost, nog altijd het glas geheven op de mol, of zoals de Schotten het noemen: ”To the wee gentleman in black velvet” – op de kleine heer in zwart fluweel.



