Mens & samenlevingHet Gesprek

Straatarts Michelle van Tongerloo: Ga lekker zelf iets doen voor je naaste

Straatarts Michelle van Tongerloo: „Volgens mij gaat het in dit leven vooral om wat je doet, hoe je handelt vanuit waarden zoals naastenliefde en barmhartigheid.” beeld Cees van der Wal

Straatarts Michelle van Tongerloo zou haar dagen kunnen vullen met interviews geven en podcasts inspreken. Terwijl de aandacht voor haar, haar werk en haar boek ”Komt een land bij de dokter” blijft voortduren, verrijst er een Gemeentehuisje. „Eén liefdevol loket, waar je altijd wordt geholpen en niet van het kastje naar het muurtje wordt gestuurd” – de missie van Van Tongerloo in een notendop.

Vroeger was ze vaak boos. Tegenwoordig is Michelle van Tongerloo (42) vooral dankbaar. „Kleiner. Rustiger”, schreef ze eind augustus op LinkedIn, het machtige sociale medium waardoor het leven van Rotterdammer Ron en vele anderen veranderde. Voor Ron startte ze in 2023 haar eerste crowdfunding voor een patiënt.

Ron was dakloos, verslaafd en kwam met een grote beenwond naar de Pauluskerk in Rotterdam, waar Van Tongerloo werkt als straatarts. De man schreeuwde van de pijn. De chirurg verwees hem naar de thuiszorg, maar daarvoor is een huis nodig, en dat had Ron niet. De ggz kon helpen bij de verslaving, maar geen wondzorg bieden. Bij de eerste hulp werd hij niet opgenomen: een ziekenhuisbed was te duur voor hem.

Toen plaatste Van Tongerloo een oproep op LinkedIn en er stroomden euro’s binnen, vele kleine bedragen, en na een kwartier was er al bijna 7000 euro beschikbaar voor eerste hulp voor Ron. Hij kreeg een hotelkamer en werd verzorgd door een verpleegkundige; later volgde een traject om af te kicken van zijn drugsverslaving.

Juist voor onaardige mensen is Michelle van Tongerloo harder gaan werken

Juist voor mensen als Ron, die gedragsproblemen heeft en niet zo aardig is als je hem tegenkomt op straat, is Michelle van Tongerloo harder gaan werken. Achter woede of moedeloosheid zitten de schrijnendste verhalen, weet ze. Een aantal ervan schreef ze op. Ze ploos uit waarom mensen die bij haar op het spreekuur komen zo verdwalen in het systeem – waarin zij als huisarts ook haar neus stoot.

In het sociale vangnet in Nederland vallen grote gaten, de wooncrisis zit er al veel langer aan te komen en de zorg is versplinterd geraakt, concludeert Van Tongerloo in haar onderzoek. „Laat één ding met dit relaas duidelijk zijn: de patiënt speelt geen hoofdrol in ons zorgsysteem”, is een van haar stellingen.

Wat zij op een rij zette in ”Komt een land bij de dokter” zorgde voor reuring in het land. Van het boek, dat eind 2024 verscheen, zijn intussen bijna 37.500 exemplaren verkocht.

Van eind 2019 tot begin 2021 verbleef Van Tongerloo met haar gezin op Sint Eustatius, „een klein, slaperig en tropisch eiland” in de Caribische Zee, waar ze werkte als huisarts. Die tijd daar veranderde haar blik op de zorg in Nederland voorgoed. Sint Eustatius telt zo’n 3200 inwoners en is met zijn 21 vierkante kilometer kleiner dan Vlieland.

Stel, u krijgt een eiland cadeau, pakweg zo groot als Vlieland… Hoe zou u dat inrichten?

„Daar zou bezit zo min mogelijk een rol spelen. Ik zou zo veel mogelijk spullen delen en diensten in natura belonen. Er zou amper controle zijn. Natuurlijk kan dit een enorme chaos worden, dat snap ik ook wel, maar als ik dan toch even utopisch mag denken, dan kies ik dit. Ik heb zo veel kapot zien gaan rond geld en de verdeling ervan. Het einde van het bezit zou zegevieren op dat eiland.”

Ziet het er leeg en kaal uit, als een woestijn?

„Eerder als een bos. Een woestijn is wel heel heet en onbeschermd. In een bos kun je hutten bouwen. Je kunt er eten verbouwen en met elkaar samenleven. Je hebt er geen douche nodig, want er is een beek. Ja, dat lijkt me wel wat.”

Heel basaal.

„Ja, ik houd wel van basaal.”

Hoe zou het daar gaan met de zorg voor elkaar?

„Mensen praten met elkaar, helpen elkaar. Het zou er zo’n beetje gaan zoals op Sint Eustatius. Iedereen gaat slapen als de zon ondergaat en staat op zodra de zon opkomt.”

U moest destijds erg wennen op Sint Eustatius. Het was daar helemaal geen paradijs.

„Niks is een paradijs. Zelfs het paradijs in de Bijbel was dat al snel niet meer.”

Binnen een paar dagen circuleerde uw privételefoonnummer over het eiland, u voelde zich bekeken en bekritiseerd. U lag er wakker van. De protocollen zoals u ze had geleerd, werkten niet.

„Het was een complexe tijd. Het was ”the worst of times” en ook ”the best of times”, zeg ik vaak. Heel moeilijk én heel waardevol. Ik ben er een andere arts door geworden. Als zorgverleners leren wij professionele distantie. Sinds Sint Eustatius weet ik dat we juist professionele nabijheid nodig hebben.

„Het gaf mij rust dat ik maar één iemand was in het grotere geheel, en dat was tegelijk genoeg”

Michelle van Tongerloo, straatarts

Er was daar geen ontkomen aan: ik werkte er altijd een beetje wel en een beetje niet. Allerlei grenzen vervaagden, die tussen mijn professionaliteit en privéleven, en ook die van de tijd. Als ik mijn telefoon niet opnam in het weekend, reed de ambulance gewoon de tuin in om mij op te halen. Eerst verzette ik mij hiertegen, later heb ik het omarmd. Het gaf mij uiteindelijk een grote rust dat ik maar één iemand was in het grotere geheel van dit eiland, en dat was tegelijk genoeg. De betrokkenheid van de gemeenschap deed veel meer voor de patiënt dan ik in mijn eentje kon bedenken.

Terug in Nederland vond ik ons allemaal zo neurotisch omgaan met die professionele grenzen. Ik zag hoe moeilijk we het onszelf maken en dat saamhorigheid ver te zoeken was.”

U werkt tegenwoordig liever vanuit religieuze waarden dan via het reguliere systeem. Tegelijk zegt u: Ik ben geen christen. Waarom eigenlijk niet?

„Geloof is geloof, hè? Ik ben niet religieus opgevoed, maar ben in mijn werkende leven omringd door gelovigen, zowel christenen als moslims, en ik heb veel van hen geleerd. Naastenliefde en barmhartigheid zijn prachtige waarden. Ik denk dat onze maatschappij ze veel meer nodig heeft; door individualisme en materialisme zijn we iets cruciaals kwijtgeraakt.

Vanuit naastenliefde kun je met elkaar in verbinding staan op een manier die het aardse haast overstijgt. Daar zit een bron achter, maar wat die precies is, dat weet ik niet. Zelf geloof ik niet dat er één God is, niet zoals Hij wordt voorgesteld in de traditionele, grote godsdienstige stromingen. Maar volgens mij gaat het in dit leven vooral om wat je doet, hoe je handelt vanuit die waarden, meer dan om wat je gelooft en zegt.”

In de Bijbel staat veel over barmhartigheid en naastenliefde. Is er een Bijbelverhaal dat u bijzonder aanspreekt?

„Ik ken de Bijbel echt niet goed genoeg… Sorry.”

U komt zowel treurige als hoopvolle zaken tegen, hier in de Pauluskerk. Wat vindt u het treurigst, en wat het hoopvolst?

„Waar ik heel verdrietig van word, is de kansenongelijkheid. Ongedocumenteerden, mensen die zonder geldige verblijfspapieren in Nederland verblijven, zitten ziek voor mijn neus en ik voel me weleens hopeloos, omdat ik niet veel voor hen kan doen. Ik ontmoet vluchtelingen die de oceaan oversteken om een beter leven te krijgen, maar hier geen schijn van kans hebben omdat ze illegaal zijn.

Aanvankelijk zag ik vooral ongedocumenteerden op het spreekuur. Vervolgens ook arbeidsmigranten die tussen wal en schip raken bij ziekte of ontslag, en mensen met problematiek die in de ggz thuishoort, en nu veel economisch daklozen omdat huisvesting onbetaalbaar wordt. De groep wordt steeds groter. Waar stopt het?

„Iedereen kan dakloos worden, ook jij en ik”

Michelle van Tongerloo, straatarts

Hier in Rotterdam zien we aan één stuk door problemen die zich opstapelen. Mensen kunnen de basisbehoeften niet meer betalen, krijgen te maken met huur- en verzekeringsschulden en belanden op straat. Ik heb hier de keurigste mensen in de spreekkamer gezien die na een scheiding in hun auto wonen. Heel wat daklozen doen er alles aan om te verbergen dat ze dakloos zijn. Maar iedereen kan dakloos worden, ook jij en ik.

Hoopvol vind ik dat allerlei mensen graag willen helpen, iets bijdragen, en dat er hier in de Pauluskerk bijvoorbeeld zoveel vrijwilligers klaarstaan. Er is heel wat ten goede veranderd, daarom ben ik dankbaar. Zo hebben we als straatartsgroep begin 2024 een contract gekregen met een verzekeraar, een aangepast contract waarmee we een eigen praktijk konden starten en flink konden professionaliseren. De zorgverzekeraar vindt wat wij doen waardevol, en we besparen geld doordat we ziekten behandelen die anders veel meer uit de hand zouden lopen. Verder functioneert sinds vorig jaar de EU-opvang voor arbeidsmigranten, waar we mensen zorg en perspectief kunnen bieden.”

Is dat het Hotspot Hutspot Hotel, dat dit jaar zou starten: een sociaal hotel met 25 commerciële kamers en 15 kamers voor daklozen?

„Nee, dat is nog niet gelukt, daar zijn we nog mee bezig – ik weet zeker dat het gaat lukken, maar soms duurt het langer.”

Kansenongelijkheid, onrechtvaardigheid: u windt zich erover op. U groeide zelf op in twee werelden, maakte de kloof tussen rijk en arm van heel dichtbij mee. Hoe kijkt u hierop terug?

„Dat zal zeker te maken hebben met alles waar ik mij nu druk over maak. Mijn vader woonde in een rijke villawijk, mijn moeder in een flat in een relatief arme wijk. Ik zag de gevolgen hiervan voor de kinderen.

Ik verbleef vooral bij mijn moeder; in onze wijk ging bijna iedereen naar de mavo. Behalve ik, omdat mijn ouders vonden dat ik meer in mijn mars had. In de wijk van mijn vader kregen kinderen die naar de havo gingen en zevens haalden bijles, zodat ze later naar de universiteit zouden kunnen. Je huis, je school, je buurt is dus bepalend voor je toekomst.

Ik was het meest op mijn gemak in de buurt van mijn moeder. Nog steeds houd ik niet zo van rijkdom en opsmuk. Als kind deelde ik met Kerst al koekjes uit aan daklozen.”

U hebt een zoon en een dochter, nu zeven en negen jaar. Hoe groeien zij op? Wat hoopt u voor hen?

„De wereld wordt er voor hen niet makkelijker op, dat houdt me wel bezig. Dus proberen wij als ouders hen goed beslagen ten ijs te laten komen, ze te motiveren voor school… de dingen zo te regelen dat zij mooie kansen krijgen in het leven. Wij kennen geen armoede; wij hebben geen stress rond onze bestaanszekerheid. Dus ik doe zelf mee aan het systeem van kansenongelijkheid. Mijn kinderen worden geprivilegieerd opgevoed. Dat gebeurt als je kinderen krijgt: je wilt het beste voor hen.

Mijn kinderen en ik liepen eens door de stad toen we een dakloze zagen met wie het erg slecht ging en die we vervolgens van de straat hebben gehaald. Wat ik als kind deed en nu nog doe, zie ik terug bij mijn kinderen: ook zij zijn al bezig met nadenken hoe ze mensen in armoede of op straat kunnen helpen. Zij voelen weinig schroom om naar een dakloos persoon te gaan, te luisteren naar wat hij vraagt en iets te geven als ze dat kunnen. Dat is mooi om te zien.”

Vrouw met bruine jas en rode dokterstas loopt over een glimmend natte stoep van rode klinkers. Aan de overkant een bruin, hoekig gebouw met ”Pauluskerk” erop, naast een gebouw met vanaf de eerste verdieping rode en oranje vakken naast ramen. 
beeld Cees van der Wal

Wat veranderde er na de verschijning van uw boek?

„Nou, ik heb meer tijd gekregen! Haha! Het schrijfwerk kostte heel veel tijd. Gelukkig heb ik heel wat energie en kan ik hard werken. Omdat ik ook veel wíl doen, probeer ik genoeg te slapen en gezond te eten, want dan kun je meer dragen.

Dagelijks laten burgers mij weten dat ze naast een dakloze op straat zijn gaan zitten, of dat ze zorg zoeken voor iemand die dat nodig heeft en niet opgeven als ze op kastjes en muurtjes stuiten. Lezers sturen lieve dingen op. Boeken, bedankjes... Ik krijg handgeschreven brieven van mensen op leeftijd. Politici en wethouders vertellen dat ze hun beleid gaan aanpassen. Waarbij ik natuurlijk zeg: eerst zien en dan geloven.

Via de stichting Lekker Geven, een crowdfundingplatform voor de regio Rotterdam-Rijnmond, is er tegenwoordig geld beschikbaar. Daardoor kan ik mensen holistisch helpen: op maat, door eerst naar de kern van het probleem te gaan en te beginnen bij wat het hardst nodig is. Het is zonde van het geld om een uitgeputte moeder via een dure coach opvoedtips te geven: zij heeft eerst een veilige plek nodig, oppas voor de kinderen, rust, een oplossing voor de schulden, en vervolgens de mogelijkheid om een studie af te maken.”

Op lekkergeven.nl staat dat de stichting zich richt op hulp in Rotterdam-Rijnmond. Betekent dit dat er ook aanvragen van elders komen?

„Ja. Heel vaak. We zijn nu een toolkit aan het ontwikkelen, zodat onze website gemakkelijk in een andere stad te gebruiken is.”

„Koop niet je schuld af door mij een aflaat te geven, maar ga lekker zelf iets doen”

Michelle van Tongerloo, straatarts

Dus er is nog genoeg werk te doen, door het land heen.

„Zeker. Mensen moeten elkaar gewoon gaan helpen. Ik zeg altijd: Doneer niet aan mij, maar start zelf iets. Koop niet je schuld af door mij een aflaat te geven, maar ga het lekker zelf doen.”

Intussen kloppen er ook ambtenaren van de gemeente Rotterdam bij Lekker Geven aan, en ggz-instellingen. Wat zegt dit?

„Het betekent dat zij soms ook tegen muren aanlopen, terwijl ze mensen willen helpen. Het oude, vertrouwde systeem is imperfect, zoals alle systemen, en het loopt steeds meer vast. Gelukkig kunnen we de zorg van binnenuit veranderen. We hebben eigenwijze burgers nodig, en we moeten uit die kramp van ”kan niet, mag niet”. Daarom zijn we bezig met Gemeentehuisje.nl: een interactief platform waar de lijnen kort zijn en burgers op een eenvoudige manier zorg en ondersteuning kunnen krijgen.”

Uw eerste kritische socialemediaberichtje over het beleid achter de ggz-organisatie waar u werkte, leverde u in 2016 ontslag op. Sindsdien hebt u nog vaak te maken gehad met kritiek. U geeft gerust zelf geld aan een patiënt, wat ingaat tegen richtlijnen voor artsen. Hoe gaat u om met weerstand?

„Nou, hier zit een enorme ontwikkeling achter. Van mijn ontslag was ik erg ontdaan – ik heb daar echt om gehuild. Ik kon me niet voorstellen dat dit echt gebeurde, dat ik ontslagen werd omdat ik een wethouder op zijn tenen trapte. Dat ego’s zo groot kunnen zijn, ten koste van mensen die zorg nodig hebben.

Maar de dag erna werd ik gebeld met de vraag of ik hier in de Pauluskerk wilde komen werken. De tegenslag was dus ergens goed voor – dat heeft God misschien wel zo geleid.”

Dat gelooft u wel, ja?

„Ik geloof dat dingen gebeuren met een reden. Of God erachter zit, weet ik niet, maar ik werk in een kerk, dus het is natuurlijk voor me geworden om over Hem te spreken.

Wat die kritiek betreft: in het begin kreeg ik veel over me heen, vooral vanuit mijn beroepsgroep. Je eigen geld geven, dat hoort niet, mag niet volgens het protocol. Je moet gewoon met ziekte bezig zijn. Maar ik zie dat het beter gaat met mensen die in armoede leven als hun geldzorgen afnemen, zij komen minder op mijn spreekuur, en dus zal ik geld geven als ik denk dat dit helpt.

Erover in gesprek gaan is beter dan hatelijke berichten uitwisselen – die krijg ik ook, dat is naar, al gebeurt dit de laatste tijd veel minder. Als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, weet je dat dit gaat gebeuren, dus ontwikkel je een dikke huid. Die had ik al wel, ik ben niet heel kwetsbaar aangelegd, maar ik ben er wel over gaan nadenken.

Ik schrijf over een systeem dat aan het vastlopen is, en voor degenen die daarin werken, is dat pijnlijk. Als je pijn niet wilt voelen, ga je terugslaan. Hatelijk antwoorden kan dan een copingmechanisme zijn. Dergelijke reacties zeggen niet veel over mij, maar vooral iets over de mensen die tegen mij willen vechten.”

Vrouw in wit shirt zit achter een computer aan een wit bureau. Op de voorgrond een glanzend rode, klassieke doktertas. 
beeld Cees van der Wal

U bent strijdlustig – dat roept altijd reacties op. Blijft u vechtlustig?

„Ik hoef steeds minder te strijden. Omdat ik van alles in beweging heb gekregen en inmiddels veel eigen middelen heb. Mijn naam is bekend; dat helpt als ik een ziekenhuis bel en zeg: „Ik denk dat ik een patiënt moet doorsturen.” Een neuroloog zei eens letterlijk tegen me: „Als ik nee tegen jou zeg, staat het straks op LinkedIn.” Dan zeg ik: „Nee, dat gaat niet zo een-twee-drie, dat zou niet oké zijn.”

Nu ik bekend ben geworden, word ik op een soort voetstuk geplaatst. Dat is de andere kant van dezelfde medaille.”

Bekendheid zorgt dus voor macht. Hoe is dat?

„Soms ongemakkelijk! Een voetstuk past helemaal niet bij mij en ik sta niet graag in het middelpunt van de belangstelling. Ik ben wel gegroeid in de rol die me nu wordt toebedeeld, maar als ik word genomineerd voor een prijs, dan ga ik nog steeds niet naar de uitreiking. Als ik te maken krijg met een soort verheerlijking, dan zeg ik: Niet doen! Het zou allemaal niet zoveel negatiefs op moeten roepen en we hoeven er ook niet zo positief over te denken als iemand zijn mond opendoet en de handschoen oppakt. Dat mensen helpen als bijzonder wordt gezien, is onderdeel van het probleem. Het heeft te maken met de manier waarop onze maatschappij is georganiseerd: afstandelijk, verhokt, versnipperd, koud. In de ratrace kunnen we onvoldoende naar elkaar omkijken.

„Straks zit ik daar bedelend onder mijn eigen standbeeld”

Michelle van Tongerloo, straatarts

Laatst wilden ze een standbeeld voor mij neerzetten in Rotterdam. Liever niet, zei ik. Wie weet zit ik over vijf jaar zelf aan de grond, wie weet ben ik dan dakloos omdat ik een verkeerde afslag heb genomen in mijn leven. En dan zit ik daar bedelend onder mijn eigen standbeeld. Liever heb ik dat iemand me dan bij de hand neemt en uit de dakloosheid helpt. Dát zou pas veel voor me betekenen.”

Populaire artikelen