Het verhaal achter de Joodse graven in Barranquilla
Een bezoek aan de oude Joodse begraafplaats van de Colombiaanse havenstad Barranquilla levert bijzondere diaspora-informatie op: het Zuid-Amerikaanse land was gastvrij voor Joodse immigranten uit alle windstreken.

Begraafplaatsen vertellen een verhaal. Welke familienamen zijn specifiek voor deze plaats? Was men bemiddeld en gaf men geld uit aan grafmonumenten? Speelde religie een rol?
Barranquilla is een broeierige stad met bijna 2,5 miljoen inwoners. Het contact met Silvia García, die hier woont, komt tot stand via een Colombiaanse kennis op Curaçao. Beiden zijn verre nazaten van Sefardische Joden van Curaçao, ooit via Amsterdam op het Caraïbische eiland terechtgekomen.
García is trots op haar Joodse betovergrootvader Haim Antonio Alvarez Correa. Ze gaat op zoek naar zijn graf en vertelt haar verhaal.

Neef en nicht
Silvia García en haar vriendin op Curaçao kregen beiden een Spaans paspoort, als genoegdoening voor het leed dat hun verre voorouders in 1492 is aangedaan bij de verdrijving van Joden uit Spanje. Enthousiast: „Geweldig, dat heb ik aan mijn Joodse voorouders te danken!” Haar roots waren in de archieven van de Joodse gemeente op Curaçao gemakkelijk te herleiden, via Amsterdam naar die verdrijving in 1492. Ze kan nu zonder vervelende en dure visaprocedures naar de VS of naar de EU.
Ze verontschuldigt zich: „Ik kom net uit de sportschool en had geen tijd meer om nette kleren aan te trekken. Maar, ik zie het vandaag zelf ook als een uitje.” García is in de VS opgeleid als tolk-vertaalster en spreekt uitstekend Engels.
Achter het stuur van haar dure SUV: „Mijn verre voorouders waren Mordechay Alvarez Correa en Rachel Alvarez Correa, geboren op Curaçao in 1807 en 1810. Ze waren neef en nicht. Hun zoon Haim Antonio Alvarez Correa vertrok in 1846 uit Curaçao en vestigde zich in Colombia. Daar trouwde hij met een katholieke vrouw. Ze kregen vier niet-Joodse kinderen: Jaime, Atilio, Ismael en Silvia. Naar die laatste ben ik dus genoemd.” De drie zonen richtten een bank op en kochten bananenplantages. Dochter Silvia trouwde met een rooms-katholieke bankier, die verder investeerde in palmolieplantages en onroerend goed.
Drugsbendes
De jaren waarin Colombia geterroriseerd werd door drugsbendes liggen nog vers in haar geheugen. „Ik ging nooit de deur uit zonder bewakers. Ontvoeringen voor losgeld waren aan de orde van de dag. Je moest altijd op je hoede zijn.”
In de buurt van de begraafplaatsen bevindt zich veel bebouwing met achterstallig onderhoud en ligt veel afval op straat. Bij het parkeren meldt zich meteen iemand die, ongevraagd, op de auto wil passen.
De oudste van de twee Joodse begraafplaatsen blijkt dicht, maar op de nieuwe Joodse begraafplaats ernaast heeft de tuinman een sleutel van de poort. Erachter ligt een fraaie, goed onderhouden, ommuurde begraafplaats. Op de meeste zerken staan geen Hebreeuwse teksten, zoals wel vaak het geval is.
Het valt meteen op dat de meeste graven van Sefardische Joden zijn: hun grafcultuur kent doorgaans liggende grafstenen, hun namen zijn Spaans of Portugees. Er zijn ook staande grafzerken, kenmerkend voor Asjkenazische Joden, die hun oorsprong vinden in Midden- en Oost-Europa.
Legale godsdienst

Deze Joodse begraafplaats –de oudste zerk dateert uit 1858– werd gesticht door de eveneens uit Curaçao afkomstige David Haim Senior. Hij is weer de betovergrootvader van Silvia’s vriendin op Curaçao. Senior was een vooraanstaande zakenman in de naburige stad Santa Marta, waar hij ook viceconsul was voor het Koninkrijk der Nederlanden.
De oudste graven zijn voornamelijk van Curaçaose immigranten. In het midden van de negentiende eeuw waren de Spanjaarden met hun voor Joden wrede kerkelijke inquisitie uit Colombia verdwenen. Het Jodendom werd er toen een legale godsdienst, Colombia werd aantrekkelijk voor ondernemende Joden uit Curaçao, zoals de voorouders van Silvia. Willemstad met zijn toen nog ommuurde centrum puilde uit, de economie was door de naderende afschaffing van de slavernij in recessie en er woedden epidemieën. Vooral jonge mannen gingen naar het naburige Colombia, ze waren vaak knap om te zien, waren goed opgeleid, spraken meerdere talen en hadden een internationaal netwerk. Maar ook hormonen: velen bezweken al snel voor de charmes van Colombiaanse rooms-katholieke meisjes, bij wie ze niet-Joodse nakomelingen kregen. Op Curaçao bleef een Joodse gemeenschap met een groot overschot aan vrouwen achter.
Geboorteplaats
Silvia is hier ook voor het eerst, maar vindt al snel de graven uit de familie Alvarez Correa. Ze legt er steentjes op als eerbetoon.

Op veel graven staat Curaçao als geboorteplaats vermeld, zoals bij Aaron Rois Mendez (1819), Jacob Rois Mendez (1845), eerdergenoemde David Haim Senior (1824), Amalia de Sola (1872) en David de Isaac Haim Salas (1817). Verder zijn er ook anderen met Joodse namen van Curaçao: Del Valle, Juliao, Leon, Coronel en Cortissoz. Deze laatste maakte het wel heel erg bont: zijn opzichtige en naar koosjere maatstaven veel te hoge tombe past helemaal niet in de Joodse traditie. Cortissoz was de medeoprichter van de –na de KLM– oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld, het huidige Avianca. Naar hem is de luchthaven van Barranquilla genoemd.
Ottomaanse Rijk
Wat erg verbaast is dat er ook immigranten begraven liggen uit wat ooit het door de Turken bestuurde Ottomaanse Rijk rond de Middellandse Zee was. Veel in 1492 en latere jaren uit Spanje en Portugal verdreven Joden vonden er een veilig heenkomen. Op hun grafstenen staan geboorteplaatsen als Saloniki (Griekenland), Smyrna (Turkije) en Aleppo (Syrië). Vluchtten ze aan het eind van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw voor antisemitisme? Of wisten zij uit briefwisselingen met hun Sefardische geloofsgenoten in Colombia dat er daar kansen lagen in de financiële sector, de (goud)handel, de industrie en de infrastructuur?
Hier ligt ook Susanne Levy de Sassoon begraven. De schatrijke bankiersfamilie Sassoon waren „de Rotschilds van het Midden-Oosten”: succesvolle bankiers en ondernemers met vertakkingen vanuit Bagdad naar Cairo en Londen. En Colombia dus.
Pogroms en antisemitisme
Te lezen zijn ook Asjkenazische namen, zoals Kishner, Gans, Fintz, Pancer en Dirnfeld. Zij vonden begin twintigste eeuw in Colombia een nieuw thuisland, op de vlucht voor pogroms in Midden- en Oost-Europa en voor het antisemitisme van de nazi’s.

De begraafplaats was in gebruik tot 1981 en telt in totaal 201 graven. Samen met Silvia gaat het tussen de zerken door. Ondertussen werkt ze wat zakelijke telefoontjes af.


Er zijn ook graven met alleen een witte davidsster. Hiervan vermoedt men dat de zerken gestolen zijn of verwijderd door familieleden die rooms-katholiek werden en tijdens de drugsoorlog niet wilden dat er bewijs was voor hun Joodse afkomst. Silvia is daar nu juist trots op. „Ik ken veel katholieke mensen in Barranquilla die Joodse roots hebben, allemaal in de bovenlaag van de samenleving. We hebben zelfs een eigen WhatsAppgroep. Die was vooral hot __ toen we doorkregen dat we recht hadden op een Spaans of Portugees paspoort.”
Bekeerlingen
Veel Joden en afstammelingen van hen die ooit Joods waren maar in de rooms-katholieke wereld zijn opgegaan, hebben Colombia in de roerige jaren van Pablo Escobar en de drugskartels verruild voor Florida. Toch is er in Barranquilla nog steeds een bloeiende Joodse gemeenschap, met zeker drie synagogen. De orthodoxe gemeente Shaarei Sedek (”Poorten der Gerechtigheid”) huist in de oudste synagoge, begin twintigste eeuw opgericht door Sefardim. De Asjkenazische synagoge is Bet-El. Verder is er nu ook een gemeente met gelijke rechten voor mannen en vrouwen: Juvará Nahariya. Deze gemeente is gesticht door bekeerlingen. Nieuwe synagogen van tot het Jodendom bekeerde christenen zijn erg in opkomst in Colombia.
Op de terugweg rijdt Silvia nog even langs synagoge Shaarei Sedek. Een prachtig gebouw met een robuuste architectuur en een grote weelderige tuin, helemaal ommuurd en omgeven door prikkeldraad. Je moet moeite doen om ook maar een glimp van de ingang te zien. Silvia legt uit: „Dit is niet vanwege antisemitisme; die barricades zijn uit de tijd van de drugsterreur. Criminelen wisten dat er veel welvarende Joden waren, prooien voor ontvoeringen en losgeld.”
Ook nu nog moet je nog alert zijn op criminaliteit. Bij de auto staat de man die op de auto paste. Bij het betalen waarschuwt Silvia: „Pas op! Laat je portemonnee niet zien. Dit is hier geen veilige buurt...!”






