PolitiekInclusie

Kamermeerderheid boos op Hogeschool Utrecht vanwege schrappen Kerst en Pasen

De meerderheid van de Tweede Kamer keurt in stevige bewoordingen het besluit van de Hogeschool Utrecht af om Kerst en Pasen voortaan aan te duiden als „feestdag”. Ook demissionair minister Gouke Moes van Onderwijs betreurt de beslissing, maar hij kan die niet terugdraaien, omdat hij daartoe niet bevoegd is.

Een gebouw van de Hogeschool Utrecht.
Een gebouw van de Hogeschool Utrecht. beeld Getty Images

De fracties van PVV, VVD, NSC, BBB, CDA, SGP en ChristenUnie reageerden dinsdag, tijdens het wekelijkse mondelinge vragenuur, boos en fel op het besluit van de Hogeschool Utrecht. De school heeft het besluit genomen vanwege „inclusie”. Studenten die niet christelijk zijn, moeten zich niet buitengesloten voelen.

ChristenUnie-fractievoorzitter Mirjam Bikker, die de kwestie via vragen aan de minister aan de orde stelde, hekelde het besluit: „Wie tolerantie verwart met onverschilligheid, krijgt een land waarin de vlakte steeds meer zichtbaar wordt en de verbondenheid steeds meer ontbreekt.” Volgens Bikker moeten hogescholen inclusief zijn voor álle studenten: „Het is alsof je de bron dichtstopt en daarna zegt: zullen we eens vers en fris water gaan drinken? Dat is er niet meer op het moment dat je je eigen waarden uitvlakt.”

Minister Moes (BBB) vertelde dat hij voor een groot dilemma staat. „Ik ben zelf ook in die christelijke traditie opgevoed en ik heb de waarden en normen die daaruit voortkomen, ook hoog zitten. Persoonlijk kan ik daarin een eind meekomen. Ik kan me ook niet voorstellen dat een universiteit, hogeschool of wat voor instelling dan ook geen oog zou hebben voor die erfenis.” Maar hij voegde eraan toe: „Daarbij merk ik gelijk op dat het niet aan een minister is om te bepalen wat een hogeschool of universiteit al dan niet zou moeten doen als het gaat om de naamgeving van feestdagen en vrije dagen. Daarin is voor mij als minister en voor dit kabinet geen actieve rol weggelegd.”

Foto van Gouke Moes, demissionair minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Gouke Moes, demissionair minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. beeld ANP, Remko de Waal

Op verzoek van BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas beloofde Moes om te gaan praten met de hogeschool. De bewindsman zal dan vooral gaan luisteren, maar hij gaat de instellingen niet aanspreken. Er is volgens hem academische vrijheid en vrijheid van godsdienst. Van der Plas was niet overtuigd: „Onder het mom van „we moeten inclusief zijn” en „we mogen andere mensen niet kwetsen, houden we het maar zo neutraal mogelijk”, wordt meer dan de helft van Nederland weggezet en uitgesloten. Hier is niets inclusiefs aan.”

„We zien hoe in de naam van zogeheten inclusie onze eigen tradities stap voor stap worden uitgegumd”

Martine van der Velde, PVV-Kamerlid

PVV-Kamerlid Martine van der Velde onderstreepte het betoog van de BBB: „We zien namelijk hoe in de naam van zogeheten inclusie onze eigen tradities stap voor stap worden uitgegumd.”

SGP-Kamerlid André Flach noemt het besluit van de Hogeschool Utrecht „een nogal radicaliserende visie op neutraliteit”. Hij wees erop dat op de site van de onderwijsinstelling wél wordt gesproken over „de heilige maand ramadan”.

CDA-Kamerlid Harmen Krul noemde de insteek van Moes –dat hij het besluit als persoon afwijst, maar daar als politicus ruimte voor geeft– „slappe hap”.