Bij de Julianakerk werd kapitein Koolhaas dodelijk verwond
Jan Koolhaas raakte in mei 1940 dodelijk gewond bij de Julianakerk in Dordrecht. Zijn familie bezocht die plek donderdag, nadat hij was herbegraven in een eregraf.

In de Julianakerk kwam destijds de gereformeerde kerk bijeen. Sinds februari 1977 kerkt de gereformeerde gemeente er. Die ontving de twaalf familieleden donderdag in de voormalige pastorie naast het kerkgebouw. Het is nu een inloophuis voor de wijk Krispijn, onder de naam Huis van Vrede.
Kogelgaten in de Julianakerk herinneren aan de zware gevechten

Behalve kerk en pastorie stonden in 1940 aan de oostkant van de Krispijnseweg alleen een dokterswoning en Villa Weizigt. Het open veld was een geschikt landingsterrein voor de Duitse luchtlandingstroepen die de bruggen naar Moerdijk en Zwijndrecht wilden overmeesteren, zodat hun tanks vanuit Brabant snel konden oprukken naar Rotterdam.
De parachutisten raakten slaags met Nederlandse militairen. Kogelgaten in de muren van de Julianakerk herinneren aan de zware gevechten die hier plaatshadden op eerste pinksterdag (12 mei 1940).

Koolhaas behoorde tot het eerste Regiment Wielrijders (RW). Met zijn manschappen was hij vanuit de Alblasserwaard naar Dordrecht gestuurd. Later werd genoteerd: „Tijdens een felle Duitse vuuroverval trachtte de kapitein Koolhaas het verband van zijn compagnie rond de Julianakerk te herstellen, daarbij zichzelf bloot gevend op straat. Hierbij werd hij door een kogel in de buik getroffen. Aan die verwonding overleed de kapitein een dag later, op 13 mei 1940.”
Op zoek
Een soldaat droeg de gewonde kapitein een huis binnen en wist een arts te waarschuwen. Het duurde uren voordat Koolhaas kon worden overgebracht naar een hospitaal aan de Ceramstraat. Daar stierf hij die nacht. „Tien procent van de militairen die tijdens de verdediging van Nederland omkwamen, sneuvelde op of rond het Eiland van Dordrecht”, zegt Ronald Verburg, consul van de Oorlogsgravenstichting (OGS).

Het Nederlandse leger moest de wapens neerleggen en al snel mochten de militairen naar huis. Maar Koolhaas kwam niet thuis. Zijn broer stapte op een motorfiets om hem te gaan zoeken. In Dordrecht hoorde hij dat het lichaam van zijn broer in een massagraf lag. De weduwe zorgde ervoor dat haar man op 30 mei een eigen graf kreeg op algemene begraafplaats Essenhof aan de Nassauweg in Dordrecht. Op de grafzerk stond: ”Hier rust tot den dag der wederopstanding onze lieve man en vader Kapitein Jan Koolhaas uit Middenmeer. Hij sneuvelde te Dordrecht op 13 mei 1940, voor zijn vaderland in den leeftijd van 35 jaren.”
Eregraf
Koolhaas, geboren in Leimuiden, was lid van de Gereformeerde Kerken. Tijdens zijn militaire diensttijd was hij in 1927 tot reservekapitein bevorderd. Hij behoorde vanaf 1936 tot de pioniers die de Wieringermeerpolder in cultuur brachten, verhandelde graan en was secretaris van zijn vakvereniging. Van zijn zes kinderen zijn er nog drie in leven.
Het gedeelte van de Essenhof waar Koolhaas begraven lag, is onlangs geruimd. Zijn lichaamsresten werden voor onderzoek overgebracht naar de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht in Soesterberg.

Donderdagmorgen is Koolhaas bijgezet op het ereveld op Essenhof, waar ook andere soldaten van zijn regiment ter aarde zijn besteld. Het is zeldzaam dat Defensie toestemming geeft voor een herbegrafenis buiten de erebegraafplaats Grebbeberg.
Dordrecht kondigde aan dat de plechtigheid met militaire eer zou plaatshebben: „Zijn kist, gedekt met de Nederlandse vlag waar zijn versierselen op rusten, zal gedragen worden door militairen. Een tamboer met omfloerste trom samen met een hoornblazer zullen de ceremonie begeleiden. Na de plechtigheid stelt het Gilde Dordrecht een stadsgids ter beschikking om de nabestaanden de plaatsen te laten zien waar het drama zich afspeelde.”
Eerst werd een bijeenkomst gehouden in de Thuredrithaula. Daar stond voor de gelegenheid een fiets die in 1940 is gebruikt door het wielrijdersregiment van Koolhaas. Via het Leendert Keesmaatpad –vernoemd naar een gefusilleerde Dordtse verzetsstrijder– ging de stoet naar de eregraven.
Veel moed
In 1946 werd Koolhaas postuum een militaire onderscheiding toegekend, het Bronzen Kruis, met de aantekening: „Op 12 mei 1940 met veel moed zijn compagnie aangevoerd in een straatgevecht te Dordrecht en daarbij gesneuveld.”
Koolhaas’ naam staat op het oorlogsmonument in Wieringerwerf. Tijdens de jaarlijkse herdenking in Dordrecht op de eerste zondag in mei werd hij echter nooit genoemd, want daar klinken alleen de namen van de militairen die een eregraf kregen. Ook de omgekomen kapitein behoort daar nu toe.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Tweede Wereldoorlog
- Dodenherdenking













