Ds. Krooneman: Niet iedere predikant krijgt een directe roeping
„Houd een geestelijk dagboek bij, net als de gedenkstenen in het Oude Testament. Dan kun je altijd teruglezen hoe God tot je sprak”, hield ds. M. Krooneman theologiestudenten dinsdag in Elspeet voor.

De predikant van de gereformeerde kerk in Urk sprak in conferentieoord Mennorode voor studenten van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.
Het thema van de studieweek is ”Verbond, raamwerk van Gods heil”. Ds. Krooneman sprak voor studenten aan het begin van hun studie over ”Roeping en ambt”. Hij startte met het begrip roeping. Wat is het om een geroepene van de Heere te zijn en hoe werkt dat nu? Ds. Krooneman: „In het Oude Testament komt het woord roeping niet voor. Het is er wel, denk aan Abraham, Mozes en Jesaja – direct geroepen door God. Simson heeft geen roepingsverhaal. Zijn ouders wel en zo voedden ze hem ook op. Niet iedereen wordt door een direct ingrijpen van God geroepen. Zo waren er profetenscholen en priesters, waarbij het ambt erfelijk was. God roept mensen op verschillende manieren tot het ambt. In het Nieuwe Testament zijn er de discipelen, die in de weg van de geleidelijkheid tot het ambt kwamen, en Paulus, die radicaal door God wordt omgedraaid.”
Buitengewone inspraak
Wilhelmus à Brakel schrijft in zijn ”Redelijke Godsdienst” over roeping. Niet mystiek of bevindelijk, maar heel nuchter, aldus de predikant. „Tot de inwendige roeping behoort geen buitengewone inspraak van God, dat doet God niet of zeer zelden en daar hoeft men ook niet op te wachten.” Ds. Krooneman: „Wat erg als er een tekort aan werkers in het Koninkrijk is en jij wacht op de bevestiging of God het wel wil.” Wat is roeping dan wel? Brakel nogmaals: „Kennis van het ambt, bekwaamheid, een bijzondere liefde tot Christus en de kerk, zowel de bekeerden en onbekeerden en een gewillige verloochening van al wat aards is.”
Geestelijk dagboek
Zorg tijdens je studie voor de omgang met God, persoonlijke kennis van Christus en Zijn werk, zei ds. Krooneman. „Theologie studeren is niet alleen een vreugde. De studie pakt je je onbevangenheid af als je naar het Woord van God luistert. Leef uit de Bron, dicht bij God. De studietijd is ook een tijd om jezelf onder te dompelen in de theologie. Als je in het ambt staat, is die tijd er veel minder. Studeer zo veel mogelijk, lees de bronnen, zoals Calvijn, Luther en Augustinus. Dat is zeker net zo vormend voor je. En houd een geestelijk dagboek bij, net als de gedenkstenen in het Oude Testament. Dan kun altijd teruglezen hoe God tot je sprak.”
Doop
Tijdens het avondprogramma sprak prof. dr. W.Th. Moehn, hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) en predikant van de hervormde wijkgemeente Grote Kerk te Hilversum, over het verbond in het gereformeerd protestantisme. Waar liggen de wortels van de verbondsleer en wat zijn de kenmerken ervan?
Prof. Moehn: „Ieder die iets aan theologie doet, stuit op het woord verbond. Zo ook Luther. Daar kwam hij niet vanuit het niets op, maar het zat al diep verweven in de vroomheid van de 15e eeuw. God heeft een verplichting ten opzichte van de mens, op grond van zijn verbond. Of zoals Luther in een dooppreek zei: „Maar hij moet zijn doop gedenken en zich vrolijk troosten dat daar, in de doop, God Zich heeft verbonden om voor hem zijn zonden te doden.””

Verbondstheologie
Prof. Moehn: „We kunnen spreken van gereformeerde verbondstheologie wanneer van het genadeverbond, als het Nieuwe Testament van Christus, gezegd wordt dat het al in het Oude Testament van kracht is geweest. Zwingli –het verbond met Abraham is zo sterk dat jij als gelovige het ook moet houden– raakt in conflict met de dopersen. Het christelijke verbond in het Nieuwe Testament is hetzelfde als het verbond met Abraham, stelt de Züricher hervormer. Zijn opvolger, Heinrich Bullinger, schreef een boek over het verbond. Daarin verdedigt hij de eenheid van het Oude Testament en Nieuwe Testament. Calvijn, een generatie later, komt in 1536 met zijn eerste uitgave van de ”Institutie”. Ook hij had het met de dopersen aan de stok.”
De hoogleraar schetste de ontwikkeling bij Calvijn over het verbond. „De kern van het verbond is dat God zonder verdienste uit genade de zondaar aanneemt. Calvijn houdt daarom een lange serie preken over het Bijbelboek Deuteronomium.”
Heidelberg
Petrus Datheen geeft in 1566 in het doopformulier woorden aan het verbond, vervolgde prof. Moehn. Bekende termen als werkverbond, natuurverbond en genadeverbond doen pas in deze tijd hun intrede. Casper Olevianus neemt het op in de grote catechismus die hij schrijft. „Een verdere verfijning van de leer van het verbond.”
De hoogleraar sloot zijn bijdrage af met woorden van dr. J.G. Woelderink. In 1941 verloor de toen hervormde predikant van Ouderkerk aan den IJssel bij een ongeluk drie van zijn kinderen. Hij vond troost in de vastheid van het verbond. „Of is dat niet een ondoorgrondelijke zaak, dat de Schepper van hemel en aarde wil afdalen tot het schepsel en dat een vriendschaps- en liefdesband tussen beiden gelegd wordt van zo innig karakter, dat geen enkele bijzondere betrekking tussen de mensen onderling in staat is de volheid van deze gemeenschap tussen God en mensen uit te drukken?”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Gereformeerde Bond










