EconomieGroot geld

Vergrijzing raakt ook het onderhoud van bruggen

De honderd uur van Hooipolder heette het. Vorige week was dit knooppunt in de A27 enkele dagen dicht om de onderdoorgang op zijn plaats te schuiven voor een nieuwe verbinding vanaf de A59. Iedereen kon het via een livestream volgen. De operatie is onderdeel van het omvangrijke project om de filedruk op de noord-zuidverbinding tussen Utrecht en Breda te verminderen. Gereed in 2031, vermelden de borden. Maar Rijkswaterstaat liet kortgeleden weten dat het langer gaat duren. Er is niet genoeg geld gereserveerd om de werkzaamheden conform het eerdere tijdschema uit te voeren.

Een werknemer van een bouwbedrijf vertelde me dat hij in een vorige vakantieperiode werd opgeroepen voor een spoedreparatie aan een sluis. De deuren ervan weigerden dienst. De storing had te maken met uitgesteld onderhoud. We horen het nogal eens: budgetten schieten tekort, wat leidt tot versoberingen in plannen en een groeiende achterstand bij het onderhoud.

Foto van de Zeelandbrug, een lange rij witte pilaren in zee met daarop het brugdek. Op de brug zijn enkele vrachtwagens te zien. Op de voorgrond loopt iemand over een begroeide dijk.
De Zeelandbrug uit 1965. In die tijd investeerde Nederland volop in verbetering van de infrastructuur. beeld ANP, Remko de Waal

Dat was ooit anders. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw investeerde Nederland volop in verbetering van de infrastructuur. Zo bouwden we de Merwedebrug bij Gorinchem (1961), de Haringvlietbrug bij Numansdorp (1964), de Zeelandbrug over de Oosterschelde (1965), de Van Brienenoordbrug (1965), de verbrede Moerdijkbrug (1978). Koningin Juliana had het druk met linten doorknippen. Langzamerhand zijn die bruggen verouderd, niet meer afgestemd op het huidige verkeer, naderen ze het einde van hun levensduur. Soms, zoals in 2016, toen de Merwedebrug plotseling werd afgesloten voor zware voertuigen, dreigt zelfs gevaar van instorting. Werk aan de winkel dus. De financiële middelen ontbreken echter. Rijst de vraag: waarom waren die er destijds wel en nu niet?

Rond 1970 besteedden we bijna 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan infrastructuur. Vandaag de dag is dat minder dan de helft. Andere sectoren hebben die post verdrongen. Denk aan de zorg. De collectieve uitgaven in die sfeer zijn, volgens cijfers van het Centraal Planbureau, gestegen van 2 tot 3 procent van het bbp in de jaren zestig tot inmiddels meer dan 10 procent. En laten we eens naar de AOW kijken. Om de premielast binnen de perken te houden werd die in 2024 voor het eerst voor meer dan de helft gefinancierd uit de belastingpot. Beide ontwikkelingen vloeien voort uit de vergrijzing. De Studiegroep Begrotingsruimte noemt dat in een rapport, opgesteld met het oog op de verkiezingen, het belangrijkste financiële probleem voor de toekomst.

Tal van terreinen vragen om extra inzet. Defensie voorop. Tevens moeten we het verdienvermogen van de economie veilig stellen, liefst vergroten. Het zal duidelijk zijn: bij de komende kabinetsformatie zijn keuzes, met wellicht pijnlijke ombuigingen, onvermijdelijk.

Even terug naar de infrastructuur: Duitsland kondigde in maart een fonds aan van 500 miljard euro om investeringen op dat gebied te versnellen. Daar beseffen ze na het instorten van een brug in Dresden blijkbaar maar al te goed wat er door nalatig onderhoud kan gebeuren.

De auteur is oud-redacteur economie van het RD.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw investeerde Nederland volop in verbetering van de infrastructuur