
Informatieoorlog rond Gaza woedt heviger dan ooit
Over de dramatische toestand in Gaza hoeft nauwelijks enige twijfel te bestaan. Maar het maakt nogal uit welk verhaal je vertelt. En vooral welke beelden je gebruikt.
De Israëlische legerbasis Tse’elim, krap twee maanden na de gruwelijke aanvallen door de Palestijnse terreurbeweging Hamas op het zuiden van Israël. Met enkele tientallen buitenlandse journalisten maken we een tour over het terrein, waar militairen op adem komen tijdens een kortdurend bestand in de Gazaoorlog.
„Waarom laten jullie ons niet in de Gazastrook toe?” is de eenparige vraag van de pers aan de majoor die de briefing voorzit. „Jullie klagen over eenzijdigheid in de media, maar zolang we niet met eigen ogen kunnen zien wat daar gebeurt, kun je moeilijk objectieve berichtgeving over de situatie verwachten.” De Israëlische officier gaat niet echt op de opmerking in. „Het is heus niet zo’n pretje om daar te zijn. En ik kan het weten”, is alles wat hij erover zegt.
Dat het in Gaza geen pretje is, was in november 2023 al een understatement van de eerste orde. Het was een regelrechte verschrikking. Voor de Palestijnse bevolking, die door Hamas in een oorlog was gestort. Voor de Israëlische militairen, die tegen een vijand moesten vechten die zich van menselijke schilden bediende en vanuit tunnels, ziekenhuizen en scholen toesloeg. En zeker voor de ruim 250 gijzelaars die destijds nog vastzaten in de krochten van de kuststrook.
Geen garantie
Ruim anderhalf jaar later voldoet inmiddels geen enkel superlatief meer om de situatie in Gaza te beschrijven. De verwoestingen zijn enorm. Bij alle gerede twijfels die je over cijfers van het door Hamas gerunde Palestijnse ministerie van Gezondheid kunt hebben, is wel duidelijk dat het aantal doden en gewonden in de tienduizenden loopt. En de afgelopen weken komen daar nog de berichten over steeds nijpender voedseltekorten bij.
Ruim anderhalf jaar later staat echter ook nog steeds die ene vraag open: „Waarom laten jullie ons niet in de Gazastrook toe?” Sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 ben ik zes keer in Israël geweest. En steeds kreeg ik nul op het rekest bij een verzoek om Gaza in te mogen – en dat geldt net zo goed voor grote media als BBC, AFP en Reuters.
Waarheid
Nu het militaire deel van het conflict over het hoogtepunt heen is, woedt de oorlog om de waarheid feller dan ooit tevoren. Daarin is vooral één rode draad te ontwaren: Israël is de grote schuldige van alle misère. Met alle gevolgen voor de publieke opinie en politieke stellingname van dien.
Gaza inkomen kan niet. Maar vorige week konden journalisten wel een kijkje nemen net over de grens, waar aan de Palestijnse kant hulpgoederen voor zo’n 950 vrachtwagenladingen liggen te wachten op distributie door de VN. Die weigeren echter de verdeling ter hand te nemen, omdat de volkerenorganisatie het niets eens is met het systeem dat de VS en Israël hebben opgezet om voedsel aan de bevolking te verstrekken.

Om de ernst van de voedselsituatie in de Gazastrook kracht bij te zetten, circuleren tal van beelden van uitgehongerde kinderen. De New York Times plaatste een foto van Mohammed al-Mutawaq op de voorpagina. Een uitgemergeld Palestijns jongetje – vel over been. Als voorbeeld van de hongersnood. De Amerikaanse krant moest de berichtgeving aanpassen toen bleek dat de peuter lijdt aan een ziekte die de aanmaak van spierweefsel ernstig remt.
Dat wil niet zeggen dat er momenteel geen sprake is van ernstig voedseltekort in Gaza. Het laat echter wel zien dat er beelden de wereld in worden gestuurd om een heel ander verhaal te ondersteunen dan de feiten die achter de foto’s schuilgaan.
Geweten
Columnist Leon de Winter schreef vorige week dat „het effect van het kritiekloos doorgeven van Hamaspropaganda is dat de mediaconsument ervan overtuigd raakt dat de Joden aangeboren slecht zijn. (…) Joodse jongemannen vermoorden ongewapenden als deze om voedsel smeken? (…) Toevallig ken ik Joodse jongemannen. Bijna altijd zijn zij opgevoed met liefde voor het leven en een ontzagwekkend verlangen om de wereld mooier en beter te maken.”
Die jongemannen ken ik toevallig ook. Zoals die Israëlische reservist die ik onlangs interviewde. Hij raakte zwaargewond door een granaat van Hamas. „Alles achterlaten en je leven opofferen om op het vuur af te gaan. Wie zou dat doen? Dat heeft denk ik te maken met de Joodse ziel. We moeten een licht voor de wereld zijn.”
Er is vooral één rode draad te ontwaren: Israël is de schuld van alle misère
Of zoals die Israëlische soldaat die me in de kibboets waar ik ooit werkte een fotootje liet zien van een Palestijnse tiener die hij had doodgeschoten. Noodgedwongen, want de jongen reed in een smal straatje in Bethlehem in volle vaart met een jeep op hem af. „Dit draag ik altijd bij me, want dat is mijn geweten”, legde hij uit.
Dat stond in schril contrast met de Palestijnse man in een vluchtelingenkamp in Beiroet die tijdens ons gesprek plotseling een kalasjnikov onder zijn bed vandaan haalde. Op de verweerde kolf had hij tientallen streepjes gekerfd. „Dat zijn alle Joden die ik met dit geweer heb gedood”, verklaarde hij vol trots.
Maar het kan ook anders. „Ik houd van de Joden omdat ik God dien”, zei Yussef, een Palestijnse christen, drie weken geleden tegen me in Oost-Jeruzalem. „En daarom moet ik ook hen liefhebben als mezelf.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Israël
- Israël Ingezoomd



