OpinieOpinie

Syrische christenen mogen geen proefkonijnen worden

Krijgen christenen en andere religieuze minderheden de beloofde bescherming van de nieuwe leider van Syrië? Vooralsnog blijken ze het doelwit van steeds bloediger aanvallen.

Een schutter doodde minstens 25 christenen tijdens een mis in de Mar Eliaskerk in Damascus. beeld EPA, Mohammed al Rifai

Vorige maand blies een bom niet alleen een kerk in Damascus op. Ook het vertrouwen in de nieuwe Syrische leider is fors beschadigd. Ahmed al-Sharaa, de islamistische strijder die in december in Syrië de macht greep, had nog zo beloofd religieuze minderheden te beschermen. Christenen, alawieten en druzen zouden zich geen zorgen hoeven te maken.

Na de machtsovername schoten de Europese Unie en de Verenigde Staten uit de startblokken om de banden met Syrië aan te halen. Ze hervatten de handel met het land en beloofden financiële steun, na jaren van sancties en boycot.

Nieuwe richtlijnen voor een update van schoolboeken in Syrië tonen een grotere rol voor de islam

Handel en steun moeten leiden tot nauwe banden, zo is de westerse gedachte. Dat idee kan werken. De hele EU is gebouwd op onderlinge handel. De economieën groeiden naar elkaar toe en daarmee ook onze waarden. Maar zo’n uitgestoken economische hand werkt helaas niet altijd. De EU was naïef over Rusland, dat ondanks de handel een Europees land binnenviel. We waren ook naïef over China: de handel daarmee leidde niet tot de gehoopte democratie en vrijheid.

Maakt Europa nu dezelfde fout met Syrië? De nieuwe leider Al-Sharaa vocht voorheen met al-Qaeda in Irak tegen de VS en kreeg het stempel ”terrorist”: de VS loofden 10 miljoen dollar uit voor zijn arrestatie. Nu lijkt hij de hoop van Europa en Amerika. Al-Sharaa draagt westerse pakken en heeft kennelijk geen banden met Moskou, zoals zijn voorganger Assad. En er zijn geen berichten dat hij inwoners foltert. Dat is al goed. Maar is het goed genoeg?

Flinterdun

De belofte dat hij religieuze minderheden zou beschermen, lijkt vooralsnog flinterdun. Een schutter doodde eind juni minstens 25 christenen tijdens een mis in de Mar Eliaskerk in Damascus.

Deze maand zien we heviger aanvallen op druzen, een religieuze minderheid die is afgesplitst van de sjiitische islam. Honderden mensen zijn omgekomen bij gevechten tussen druzen en soennitische bedoeïenen, gesteund door Al-Sharaa’s eigen troepen in de zuidelijke provincie Suweida. Israël moest luchtaanvallen uitvoeren om te voorkomen dat Syrische regeringstroepen massaal druzen zouden doden.

We zagen ook geweld tegen alawieten. De Syrische leider Al-Sharaa zegt steeds in te grijpen, maar vooralsnog gaat het geweld door.

Als de EU pas in actie komt als de laatste christen uit Syrië is gevlucht, is het veel te laat

Zijn nieuwe richtlijnen voor schoolboeken in Syrië tonen een grotere rol voor de islam. Zelfs bij een tekening van een doolhof, waarin kinderen spelenderwijs de uitgang moeten zoeken. Tot voor kort was bij de tekening geschreven dat je niet moet afwijken van de ware weg. Nu staat er uitdrukkelijk dat christenen en joden van die weg afdwalen. Dat biedt weinig hoop.

Syrië is dus geen land waar het voor religieuze minderheden nu goed toeven is. Het is niet genoeg dat er slechts minder christenen zouden worden gedood dan voorheen. Elke dodelijke aanslag op een christelijke of andere religieuze minderheid is er een te veel.

Sancties

We moeten uitgaan van een goede wil, maar mogen niet naïef zijn. De EU moet duidelijke eisen stellen aan de steun en handelsvrijheid. Vrijheid van godsdienst moet een voorwaarde zijn. Deze vrijheid is immers een wereldwijd mensenrecht. Onduidelijk is of de EU deze voorwaarde heeft gesteld. Daarover heb ik met collega’s opheldering geëist in schriftelijke vragen.

Helaas haalt het Westen te vaak de schouders op over christenvervolging

Als Al-Sharaa de christenen en andere minderheden in Syrië onvoldoende beschermt, dient dat consequenties te krijgen. De EU moet dan de toegezegde steun terugdraaien en economische sancties opnieuw invoeren.

Het Europees Parlement deelt deze opvatting. Een ruime meerderheid stemde voor een oproep van mijn hand hierover, eerder deze maand. Beschouw het als een eerste Europese waarschuwing aan het islamitische bewind van Al-Sharaa. De VS-gezant voor Syrië, Tom Barrack, maande Al-Sharaa vorige week om „sneller verbindend” te worden, omdat Syrië anders uit elkaar zou kunnen vallen.

Ondergeschikt recht

Christenen in Syrië mogen geen proefkonijnen worden. Tijdig optreden tegen de nieuwe leiding van Syrië is cruciaal. Meer dan een miljoen christenen hebben Syrië al verlaten sinds het begin van de oorlog in 2011. Deze exodus moet worden gestopt. Als de EU pas in actie komt als de laatste christen uit Syrië is gevlucht, is het veel te laat. Het land mag immers niet eindigen zoals Irak. In dat Syrische buurland zijn door aanhoudend geweld bijna alle christenen al verdreven en vele kerken gesloten. Of zoals Iran en Afghanistan. Die staan in de top tien van landen met de zwaarste christenvervolging ter wereld, volgens de ranglijst van organisatie Open Doors.

Helaas haalt het Westen te vaak de schouders op over christenvervolging. Velen hier denken niet aan geloof, dus ook niet aan gelovigen. Onze samenleving is zo atheïstisch geworden dat de vrijheid van geloof een ondergeschikt recht lijkt te worden. Dat verdient een hard tegengeluid. Onze broeders en zusters in het geloof in Damascus verdienen een veilig leven. Net als andere minderheden in andere landen. Het naïeve optreden uit het verleden mag zich niet herhalen.

De auteur is Europarlementslid namens de SGP.