Op bezoek bij de Nederlandse brandweer in het Spaanse Ourense: „Je merkt dat zij aanpakken; wij hebben een vergadercultuur”
Nog een paar decennia en dan heeft Nederland een klimaat dat wel eens verdacht veel zou kunnen lijken op dat van Noordwest-Spanje. De brandweer gaat nu vast kijken bij de collega's in Ourense, de natuurbrandprovincie bij uitstek. „Er valt hier veel te leren.”

„Het klinkt misschien een beetje gek, maar ik hoop dat er vanmiddag nog ergens een brandje uitbreekt.” Brandweerman Martín Blanco van de bosbrandbestrijding in de Spaanse autonome regio Galicië wil zijn gasten niet teleurstellen. Een groep van twintig Nederlandse collega’s is op bezoek in Ourense, de provincie die bekendstaat als het kruitvat van Spanje.
Ze zijn hier om ervaringen uit te wisselen en te leren van hun Spaanse collega’s, door de wol geverfd door de haast continue stroom van zomerse natuurbranden in dit deel van het land. Het achterliggende idee: de aarde warmt op, en over een paar decennia heeft Nederland een klimaat dat vergelijkbaar is met dat van Galicië nu.
De ochtenden worden gevuld met een theoretisch programma, de middagen zijn bestemd voor de praktijk. „De eerste twee dagen hebben we uitleg gekregen over het materieel, veiligheidssystemen en blusmiddelen die hier gebruikt worden”, zegt teamleider Adriaan ter Huurne van de Nederlandse ploeg. „Vanaf nu zijn we ook inzetbaar bij het echte werk.” Alleen moet er dan wel ergens brand uitbreken.
Smalle bergpaden
Vanochtend is het de beurt aan de Nederlanders. In het instructielokaal van de brandweerbasis in Toén, een paar kilometer buiten de provinciehoofdstad Ourense, legt Marco Middendorp van veiligheidsregio Haaglanden uit hoe zijn korps duinbranden bestrijdt. Er volgen presentaties over de manier waarop de Nederlandse brandbestrijding is georganiseerd, de diverse bodemsoorten die je er aantreft en hoe klimaatverandering ook natuurbranden in Nederland beïnvloedt.
Naast de Nederlandse delegatie, afkomstig uit alle hoeken van het land, zitten zo’n vijftien mensen van de Galicische brandweer in de zaal. Ze tonen een motivatie waarop elke middelbareschoolleraar jaloers zou zijn. De wederzijdse belangstelling voor verschillen in aanpak, materieel en omstandigheden is groot. Het levert voortdurend vragen en debat op.
Zo blijken Nederlandse brandweerwagens zo’n 15.000 liter water te bevatten, terwijl ze in Galicië meestal een capaciteit van hooguit 3500 liter hebben. Nee, dat is niet omdat er gebrek aan water is. De trucks zijn hier kleiner omdat ze wendbaar moeten zijn op de smalle bergpaden. Een Nederlandse truck zou hier niet ver komen.
Behalve het landschap, verschilt ook de organisatie van de natuurbrandbestrijding. Terwijl de Nederlandse brandweer uitrukt bij zowel natuur- en stadsbranden als bij ongelukken, heeft Galicië een gespecialiseerd korps voor natuurbranden.
Maaltijden
Jaco Kleijnburg geniet zichtbaar. De 50-jarige beroepsbrandweerman uit Rotterdam is „vereerd” dat hij mee mocht op deze trip; er waren tenslotte veel meer aanmeldingen dan plaatsen. De eerste dagen heeft hij naar eigen zeggen al veel geleerd. „We zijn gisteren bij een brand wezen kijken van drie dagen geleden”, zegt hij. „Het smeulde nog een beetje. Voor ons was het een grote brand, maar zij vonden het maar een kleintje. Dat maakte wel indruk. Het was bovendien een moeilijk begaanbaar, bergachtig terrein.” Kleijnburg is in zijn vrije tijd vrijwilliger bij de brandweer in Rockanje. Iets meer dan de helft van de Nederlandse delegatie bestaat uit vrijwilligers.
Dat is precies was Martín Blanco (44) het meest is opgevallen. „Natuurbrandbestrijding is zwaar werk”, zegt hij. „Ik doe het nu 25 jaar, en ik vind het bijzonder dat er vrijwilligers zijn die daarnaast ook nog eens al die andere taken verrichten. Hun inzet voor de samenleving naast hun baan, dat vind ik heel prijzenswaardig.” Blanco is coördinator van de Spaanse ploeg die deelneemt aan de uitwisseling met de Nederlandse collega’s. „Het is een geniale ervaring, heel verrijkend. Wij leren andere manieren van werken, andere technieken. Ook de culturele uitwisseling, zoals we merken bij de gezamenlijke maaltijden, is heel belangrijk.”
Henri Schol ziet ook een cultuurverschil. „Je merkt dat zij aanpakken, wij hebben een vergadercultuur”, zegt de 66-jarige vrijwilliger uit Eindhoven. „Zij dóén meer. Ze hebben bijna elke dag een brand. Daar halen ze de goede dingen uit, verbeteren hun aanpak en verspreiden die weer onder hun mensen. Ze zijn daardoor sneller en wendbaarder in het veld.”
Pyromanen
Dataverzameling is volgens Jitske Langeraap (31) een sterk punt van de Spaanse benadering. „We hebben gezien hoe ze hier analyses uitvoeren van branden, zowel voor, tijdens als na de brand”, zegt ze. „Dat is heel interessant. Want als je weet welke vegetatie heeft gebrand en hoe, dan weet je voor de volgende keer wat het brandgedrag is. Ik denk dat we daar veel van kunnen leren.”
Na het middageten zet een stoet van acht pick-ups zich in beweging, want er moet gepatrouilleerd worden. Na wat rondrijden strijkt de karavaan neer op een parkeerplaats. Het wachten is op een brandmelding. Tegen zeven uur is het raak. Er is brand bij het dorp Cartelle, niet ver van Toén.
Sirenes en zwaailichten gaan aan, maar al snel komt er teleurstellend goed nieuws. „Ik wil de pret niet drukken”, deelt teamleider Ter Huurne per portofoon mee aan de volgauto’s, „maar de brand is onder controle”. Het was een kleintje, twee brandweerwagens waren er snel bij. Eenmaal ter plekke besluiten de Nederlanders dan toch maar wat nabluswerk te doen.
Dan komt er een auto aanrijden. Een jongen stapt uit en roept dat er brand is in Cartelle. Een aantal huizen loopt gevaar. In het dorp wijzen bewoners zenuwachtig het bergpad naar het vuur. Het is snel gedoofd, maar de dorpelingen zijn er niet gerust op. „Aangestoken”, zegt burgemeester Jaime Sousa met ingehouden woede. „Door een man die nu 5 meter van ons vandaan staat, voor zijn huis. Hij geniet van dit schouwspel, van de paniek die hij veroorzaakt.” Bij de brandhaard is een spuitbus gevonden. Haarlak, dat fikt goed.
Natuurlijk worden lang niet alle bosbranden in Ourense veroorzaakt door pyromanen. Maar het moet raar lopen willen de Nederlandse brandweermensen in de twee weken dat ze hier zijn, geen grote brand meemaken.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Spanje











