Promotie-onderzoek: OM moet euthanasiewet beter handhaven
Het openbaar ministerie verzaakt in het handhaven van de op 1 april 2002 van kracht geworden euthanasiewet. Het moderniseren daarvan is nodig om de naleving daarvan te verbeteren.

Dat betoogt mr. Saskia Bolte, werkzaam als adviseur van het OM, in een onderzoek waarop zij op donderdag 3 juli promoveerde.
De wet schrijft voor dat artsen elk euthanasieverzoek dat ze uitvoeren moeten melden bij een toetsingscommissie. Die gaat vervolgens na of ze zich hebben gehouden aan de zes zorgvuldigheidseisen van de wet. Daarvan wegen de eerste twee het zwaarst. Deze bepalen dat euthanasie alleen mag op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt én bij uitzichtloos, ondraaglijk lijden. De resterende vier moeten bewaken dat de procedure medisch correct verloopt.
Niet vervolgen
Sinds de wet van kracht is, worden alleen de dossiers waaraan een toetsingscommissie het oordeel ”onzorgvuldig” geeft nog doorgezonden naar het OM. Dat bepaalt welke zorgvuldigheidscriteria de arts heeft geschonden en of hij daarvoor strafrechtelijk dient te worden vervolgd.

Bolte ontdekte dat het OM van 1 april 2002 tot 17 mei 2017 negentig van dergelijke dossiers ontving, op een totaal van ruim 49.000. Twintig keer had de arts één of twee kerncriteria geschonden, wat aanvankelijk leidde tot vijf strafrechtelijke vooronderzoeken. Toch stelde het OM uiteindelijk negentien keer geen vervolgingsbeslissing in.
Slechts bij één dossier bleek het dagvaarden van de arts voor het OM onontkoombaar. De betreffende specialist ouderengeneeskunde, die euthanasie toepaste bij een patiënt met gevorderde dementie, werd in september 2019 ontslagen van rechtsvervolging. In april 2020 bekrachtigde de Hoge Raad dit besluit.
Boltes research levert een pikant detail op: toenmalig justitieminister Ivo Opstelten (VVD) kon zich tot drie keer toe niet vinden in een besluit van de top van het OM om een zaak te seponeren. Pas in 2014 stemde hij ermee in, na een aanvullende toelichting. Ook Opsteltens opvolger en partijgenoot, de als uiterst liberaal bekendstaande Ard van der Steur, zat met het lakse vervolgingsbeleid van het OM in zijn maag. Hij gaf aan kritische Kamervragen van christelijke partijen over de OM-sepots niet goed te kunnen beantwoorden, zo blijkt uit Boltes boek.
Columnist Bert Keizer spotte in 2015 al dat justitie vliegtuigjes vouwde van oordelen van de toetsingscommissies
Zodoende werd mede op zijn aandringen vanaf 17 mei 2017 een aangescherpte OM-richtlijn van kracht. Daarin benadrukte justitie nog explicieter dat vooral bij het schenden van de twee „substantiële zorgvuldigheidseisen” strafvervolging in de rede lag. Ook die aanscherping bracht na 17 mei 2017 echter geen merkbare verandering teweeg. In de periode vanaf die datum tot het afronden van haar onderzoek eind 2022 turft Bolte 42.396 meldingen, waarvan er 43 met het oordeel ”onzorgvuldig” doorgingen naar het OM. Tussen de 43 verdachte dossiers zaten er 16 waarbij de arts verzuimde de cruciale eisen na te leven. Daarop koos het OM weliswaar iets vaker voor het instellen van een vervolgonderzoek, maar strafvervolging bleef opnieuw uit.
Vliegtuigjes
In 2015 spotte specialist ouderengeneeskunde Bert Keizer in het vakblad Medisch Contact dat het OM blijkbaar „vliegtuigjes vouwde” van de door de toetsingscommissies doorgestuurde, negatief beoordeelde dossiers. Psychiater Boudewijn Chabot verzuchtte dat justitie de weg kwijt was met de strafrechtelijke handhaving van zorgvuldige euthanasie. Zo kras uit Bolte zich niet, wel deelt ze op grond van haar onderzoek de conclusie dat het OM zich „niet meer op de hoofdweg bevindt”.
Het verbeteren van de handhaving is volgens haar nodig als remedie tegen de normalisering van euthanasie. Daartoe stelt ze voor de euthanasiewet te moderniseren; een voorstel dat ze in haar boek vervolgens voorziet van een concrete uitwerking.
Zorgelijke trends
Bepalend voor haar pleidooi is onder meer de forse stijging van het aantal euthanasiemeldingen tot inmiddels ruim 9000 per jaar. Bolte uit zich verder kritisch op het Hoge Raadarrest uit 2020 in de zaak van de specialist ouderengeneeskunde die euthanasie verrichte bij een patiënte die diep dementerend was. De strekking daarvan is dat een arts mag koersen op een schriftelijke wilsverklaring. Ook als de patiënt zegt niet dood te willen, maar de arts dergelijke mondelinge uitingen typeert als niet betekenisvol.
Het verbaast Bolte verder dat de toetsingscommissies inmiddels 95 procent van alle binnengekomen meldingen digitaal en met een „verkort en enigszins gestandaardiseerd oordeel” afdoen. Hun argument daarvoor is dat de betreffende dossiers geen vragen oproepen. Bolte vindt dat „een kritiek proces”, omdat de controleerbaarheid van de oordelen door de buitenwereld daardoor afneemt.
Het OM nam negentien van de twintig keer de beslissing om niet te vervolgen
Ook de manier waarop de commissies ingewilligde euthanasieverzoeken van jongvolwassenen in de psychiatrie beoordelen, valt haar op. In de professionele richtlijn van de beroepsvereniging staat dat psychiaters het euthanasieverzoek altijd moeten laten beoordelen door een tweede onafhankelijke psychiater, naast de tweede onafhankelijke arts die de euthanasiewet voorschrijft. De toetsingscommissies stellen die eis niet.
Bolte plaatst verder vraagtekens bij de manier waarop de euthanasiewet vijfjaarlijks wordt geëvalueerd. Zo bevreemdt het haar dat het laatste evaluatierapport ervoor pleit het strafrecht nog verder op afstand te zetten van de euthanasiepraktijk. Een pleidooi daarvoor dook ook op in de afscheidsrede van een hoogleraar die bij die wetsevaluatie was betrokken. Dat lijkt te duiden op een persoonlijke overtuiging, terwijl het aangevoerde argument geen hout snijdt. Dat komt erop neer dat strafrechtelijke dreiging afbreuk zou doen aan de meldingsbereidheid van artsen. Zij geven echter aan de procedure niet belastend te vinden, zo blijkt uit hetzelfde evaluatieonderzoek.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Euthanasie









